+ Meer informatie

PREDIKANT EN AMBTSWONING

8 minuten leestijd

‘…De kerkenraad belooft u het genot van een door de kerk ter beschikking gestelde pastorie…’ Aldus luidt een zinsnede in de concept-beroepsbrief voor predikanten. Omdat deze toezegging in de loop der jaren nogal eens verschillend is ingevuld, met uiteenlopende financiële gevolgen, verzocht de redactie het deputaatschap financiële zaken hierover iets te schrijven.

Het ter beschikking stellen van een woning met een werkkamer door de gemeente aan de predikant is een integraal onderdeel van de secundaire traktements-voorwaarden. Het vrij wonen betreft een bedrag van substantiële omvang en is verdisconteerd in de hoogte van het traktement. Het voorkomt bij een beroep een remmende werking van eventuele negatieve financiële consequenties van een gedwongen verkoop van een eigen woning en is dus van belang voor de mobiliteit. Tot het einde van de zeventigerjaren van de vorige eeuw was het heel gebruikelijk dat een predikant en zijn gezin een pastorie bewoonden, dat wil zeggen een door de kerk ter beschikking gestelde woning, vrij van woonlasten c.q. hypotheek- of huurlasten. Veelal beschikte de kerkelijke gemeente over een woning die als pastorie dienst deed. Als een predikant een beroep aannam, ging hij met zijn gezin in die pastorie wonen. Fiscaal gezien wordt vrij wonen als loon in natura aangemerkt. De predikant is over de economische huurwaarde dan ook inkomstenbelasting verschuldigd.

In de afgelopen decennia ontstond nogal eens de vraag of het niet verstandig was dat de kerk de pastorie verkocht en dat de predikant een eigen woning kocht. Op deze manier kon de kerk de waarde van de pastorie omzetten in geldmiddelen en deze voor andere doelen benutten, terwijl de predikant kon profiteren van fiscale faciliteiten. Een mogelijke waardetoename van de woning kon leiden tot fiscaal onbelaste vermogensvorming en de betaalde rente op een hypothecaire lening gaf een fiscale aftrekpost, zodat inkomstenbelasting werd bespaard. Op deze wijze zou de predikant vermogen kunnen vormen ter aanvulling van de oudedagsvoorziening na emeritaat.

De kerken waar deze situatie zich voordoet, betalen een woonvergoeding aan de predikant en de predikant kan bij eventuele verkoop een voordeel behalen door de woning te verkopen voor een hoger bedrag dan het aankoopbedrag. Soms werd dit ook gerealiseerd. De vraag kwam aan de orde welke vergoeding diende te worden betaald. Veelal werd de vergoeding in onderling overleg tussen gemeente en predikant bepaald. In de jaarlijkse traktementsbrief adviseerden wij tot voor kort dezelfde vergoeding te betalen als werd gehanteerd in de Nederlandse Hervormde Kerk, thans PKN. In dat kerkgenootschap is de regeling echter een aantal jaren geleden ingetrokken bij de herstructurering van het traktementenstelsel. Daarom hebben wij sinds 2007 het advies niet meer opgenomen.

ENKELE VOORBEELDEN

Om een idee te krijgen van de financiële effecten in verschillende situaties van wonen hierna een paar voorbeelden.

Als een predikant gebruik maakt van een hem ter beschikking gestelde pastorie (eigendom van of gehuurd door de gemeente) zijn alle lasten daarvan voor de gemeente. De predikant dient een bedrag voor het vrije woongenot van de woning bij de aangifte inkomstenbelasting te tellen. De daaruit voortvloeiende belasting is zijn woonlast. Bij een woning van € 250.000 zal dat ongeveer € 2.000 zijn.

Als een predikant een woning huurt en hij de kosten van de gemeente vergoed krijgt, zal de vergoeding gebruteerd moeten worden. Om bijvoorbeeld een bedrag van € 12.000 huur te kunnen betalen, zal de predikant een vergoeding moeten ontvangen van ruim € 17.000 om gelijk uit te komen als in het eerste voorbeeld. Als de gemeente een predikant aanbiedt een woning te kopen, komen de lasten voor zijn rekening en zal de gemeente veelal een woonvergoeding aan hem betalen. De rentebetalingen zijn fiscaal aftrekbaar. Bij een woning met een waarde van € 250.000 en een vergoeding van

€ 8.000 door de gemeente (het maximum van door deputaten financiële zaken tot en met 2007 geadviseerde bedragen) geeft dit een last voor de predikant van ongeveer € 7.500. In deze situatie komt de meerwaarde van de woning bij verkoop ten gunste van de predikant, maar ook het verlies als de woning minder opbrengt bij verkoop dan de aankoopwaarde.

RECENTE ONTWIKKELINGEN

Jarenlang was er sprake van een gestadige groei van de waarde van woningen. Werd er in de jaren dertig van de vorige eeuw gesproken over waarden van woningen van een aantal duizenden guldens, in de zeventiger jaren was dat veelal een aantal tienduizenden guldens en in deze tijd spreekt men over honderdduizenden euro’s. De groei ging echter niet gelijkmatig en is nog steeds niet voorspelbaar. De woningmarkt zakte begin jaren tachtig dramatisch in en er ontstonden problemen bij eigenaren van huizen op het moment dat zij genoodzaakt waren hun huis te verkopen, omdat zij moesten verhuizen of als de waarde van het pand daalde onder het bedrag dat als lening met een hypothecaire zekerheid op het pand was verstrekt. In een aantal gevallen werden predikanten in die tijd ook slachtoffer van deze malaise. Maar in een later stadium, toen de woningmarkt weer normaliseerde, ging een aantal predikanten er toch weer toe over om een eigen woning te kopen in plaats van gebruik te maken van de bewoning van een pastorie.

Hoe is de situatie op dit moment? Op verzoek van de GS 2004 heeft ons deputaatschap in 2007 onderzoek te gedaan naar de traktementen/emolumenten van onze predikanten in vergelijking met de beloning in andere functies en in andere kerken. Daarbij werd o.a. gevraagd naar de huisvestingssituatie van de predikanten. Op basis van extrapolatie van de terugontvangen reacties kan gesteld worden dat ongeveer 16% (dat is 23) van de predikanten, een eigen woning bezit.

Zolang de predikant in zijn eigen woning blijft wonen is er niets aan de hand. Maar wat te doen, wanneer hij een beroep aanneemt naar een andere gemeente en de woning moet verkopen? Bij aankoop van een woning moet rekening worden gehouden met ongeveer 10 à 12% extra kosten [o.a. overdrachtsbelasting (6%), notaris- en financieringskosten (2%), bemiddelings- en overige kosten]. De economische waarde van het huis zal door deze kosten niet hoger worden. Als er binnen enkele jaren moet worden verkocht, zullen de extra kosten moeten worden gecompenseerd. Daarnaast is sinds een paar jaar de fiscale aftrek van rente beperkt indien bij verkoop van een woning een boekwinst is gerealiseerd en een nieuwe woning wordt gekocht. De rente op de lening voor de nieuwe woning is dan slechts gedeeltelijk aftrekbaar. Als de predikant al langere tijd in een gemeente staat, hoeft de verkoop van een huis bij een normale prijsontwikkeling van de huizen geen grote consequenties te hebben. Maar er zijn perioden geweest dat de prijsontwikkeling sterk divergeerde ten opzichte van de verwachtingen, niet in de laatste plaats de situatie op dit moment. De verkoop van huizen in het iets royalere segment is vrijwel gestagneerd en de prijzen liggen aanzienlijk beneden het peil van enkele jaren geleden. Indien nu verkocht moet worden, loopt men een groot risico, dat een substantieel verlies geïncasseerd moet worden. De predikant is daar zelf verantwoordelijk voor en het zal moeilijk zijn dit verlies op een goede wijze te kunnen compenseren. Zoals eerder vermeld is een winst bij verkoop van een huis fiscaal onbelast. In de schaduw daarvan is een verlies bij verkoop fiscaal niet te verrekenen. Als een kerkenraad zou besluiten een verlies bij verkoop van een huis te compenseren wordt dat bedrag bij de predikant tot zijn inkomen gerekend en is daarover inkomstenbelasting verschuldigd. Voor bijvoorbeeld een tegemoetkoming van € 25.000 in het verlies bij verkoop dient € 52.000 te worden vergoed. Dit bedrag is zo hoog omdat door de compensatie een hogere belastingschijf wordt gehaald.

DE MENING VAN DEPUTATEN

Na de verwoording van het beroep dat een gemeente op een predikant uitbrengt, begint het tweede gedeelte van de beroepsbrief met de zinsnede: ‘En opdat gij, in het Evangelie arbeidende, ook zonder zorg, van het Evangelie leven kunt, en omdat de arbeider zijn loon waardig is, beloofd de kerkenraad u…’, etc. Als wij deze woorden in ogenschouw nemen, vragen wij ons als deputaten af, of gezien het eerder vermelde het wel correct is volgens de kerkorde, dat een predikant risico neemt om een eigen woning te kopen. In goede tijden is dit uiteraard geen probleem, maar niemand weet welke effecten de huidige economische crisis op langere termijn zal hebben en bij het aanbreken van weer slechtere tijden, met alle gevolgen van dien. Het is dan ook ongewenst als een predikant na het emeritaat nog jarenlang met de gevolgen van een eventuele restschuld is opgezadeld, indien hij de woning met verlies moet verkopen. Uit hoofde van het voorkomen van financiële risico’s voor predikant en gemeente en de mogelijke consequenties van een remmende werking bij het beroepingswerk pleiten wij er dan ook nadrukkelijk voor te handelen in de geest van de concept-beroepsbrief. Daarin wordt gesteld dat de predikant gedurende de termijn waarin hij als dienstdoend predikant aan de gemeente verbonden is, gehouden is de pastorie te bewonen. Niettemin vertrouwen wij erop met dit artikel een bijdrage te hebben geleverd aan een voor deze tijd toch wel zorgelijke problematiek, waarbij het punt, dat de predikant zonder zorg, van het Evangelie kan leven centraal staat.

De heer J.W. Storm, lid van de gemeente van Drachten, is voorzitter van deputaten financiële zaken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.