+ Meer informatie

GROEPSVORMING IN DE GEMEENTE

11 minuten leestijd

Algemeen

Het thema van dit artikel is (helaas) maar al te bekend. Allen weten we dat het niet zo hoort te zijn. Allen weten we ook dat het in de praktijk o zo moeilijk blijkt te zijn om ideaal en werkelijkheid op elkaar af te stemmen. Zeker aan het begin van een nieuw werkseizoen in de kerken lijkt het dienstig om - al is dat niet voor het eerst - de aandacht te vragen voor dit hardnekkige verschijnsel.

Hoe ziet de gemeente er uit?

Wanneer we denken aan groepsvorming binnen de gemeente, dan hebben we daarbij al heel snel die processen op het oog die te maken hebben met allerlei onenigheden in de gemeente. Die onenigheden hebben dan te maken met verschillen van inzicht in beleid van een kerkenraad, liturgische gewoonten in de gemeente enz. Ze drijven mensen uit elkaar die in aparte groepjes bij elkaar gaan zitten.

Straks, in de loop van dit artikel, zal daaraan aandacht worden gegeven. Er is echter een ander soort groepsvorming in de gemeente, die niet altijd onderkend wordt, maar niet minder bedreigend is voor haar bestaan dan de hierboven geschetste. Zij hangt samen met het meer open of gesloten karakter van allerlei kringen in de gemeente.

Opsplitsing

Het is altijd al in de gemeente gebruik geweest om niet alleen op de zondagen in het huis van God samen te komen, om daar als gemeente in haar geheel Gods lof te zingen en Zijn Woord te horen, maar ook om in allerlei door-de-weekse bijeenkomsten met elkaar bezig te zijn, in bezinning en ontspanning. Vanouds hebben we in de gemeenten allerlei soorten verenigingen, studiegroepen enz. En allen vinden we het heel zinvol dat op deze manier onze leden geïnstrueerd, tot geloof gebracht, en in het geloof geleid en verdiept worden. Het zijn instrumenten die door de Heilige Geest gebruikt worden en die al tientallen jaren lang heel zegenrijk zijn geweest. Zo zijn er de catechisaties - die dezer weken weer in groten getale van start gaan -, de jeugdclubs en jeugdverenigingen, de mannen- en vrouwenverenigingen, en (vooral in de laatste decennia sterk opgekomen) groepen van jong belijdende leden, bijbelkringen die leef-tijdsgewijs of wijksgewijs zijn samengesteld enz. Bij de opbouw van de gemeente spelen deze periodiek samenkomende groepen een grote rol. Daar kan - toegespitst op de eigen achtergrond - de kracht van het Woord van God worden uitgediept. Het is een heilzaam vervolg van wat de gemeente in haar geheel in de zondagse samenkomsten onder het beslag van het Woord van God hoort.

Vrijwel iedereen zal doordrongen zijn van het nut van al deze groepen en kringen. Dat bij de samenstelling gekeken wordt naar leeftijd en/of geslacht vinden we ook vanzelfsprekend. En nog een keer: al heel lang vindt op deze wijze het gemeentelijk leven voortgang.

Gevaar

In het kader van ons onderwerp is één zaak daarbij van geweldige betekenis, namelijk dat al deze groepen er attent op zijn zich zó te presenteren dat mensen zich er welkom voelen. Soms kan men opmerken dat het er de gemeente heel goed en warm, soms zelfs knus, aan toe gaat; dat er ook de bereidheid is om in de onderlinge samenkomsten (in kleiner verband) zich nauwlettend te oriënteren op Gods wil en Woord. En toch… kan zo sluipenderwijs die goedheid en warmte zich tegen je keren. Dat gebeurt wanneer we het zó goed krijgen met elkaar dat we de kring, bewust of onbewust, gesloten gaan houden. Het ontvangen van nieuwe leden in een club of studiekring wordt dan een bedreiging: ‘We weten wat we aan elkaar hebben en zijn al zolang met elkaar op weg…’. Dan wordt een drempel opgeworpen waar anderen niet meer overheen komen. Zij voelen zich niet welkom, worden niet uitgenodigd.

Een dergelijke gang van zaken heeft vaak niets met principiële zaken te maken; ze is ook meestal niet het resultaat van een expres gewilde gang van zaken. Intussen is ze voor leden van de gemeente die zich toch al niet zo gemakkelijk in de onderlinge omgang bewegen, die een stuk verlegenheid kennen, een grote hobbel om zich aan te melden voor een activiteit of die voort te zetten. ‘Ze redden het zonder mij ook wel’, hoort men dan. In het allerergste geval wordt de club (positief) dan aangeduid als een kliek (negatief).

In verband daarmee is altijd weer aansprekend de geschiedenis van de verlamde man, zoals ons die in Marcus 2: 1-12 wordt verhaald. Bij de lezing ervan springt het grote geloof van deze man, die door het dak bij de Heiland moest worden gebracht, voor ons besef in het oog. Maar evenzogoed moeten we in het oog houden dat zijn vier vrienden hem niet bij de grote Heelmeester konden brengen ‘vanwege de schare’ (vers 4). ledereen stond om Hem heen, allen waren heilbegerig, maar ze stonden er dan ook zó om heen dat er niemand meer tussen kon; zelfs niet iemand die Hem brood- en broodnodig had…

Laten we er altijd op attent zijn dat de ‘gewone’ groepen in de gemeente niet ongemerkt op de boven omschreven wijze met deze groepsvorming te maken krijgen. Wellicht is het een goede zaak wanneer ieder die voor een dergelijke groep verantwoordelijkheden draagt in deze weken eens via de gemeentegids nagaat wie er (volgens leeftijd of geslacht) in aanmerking komen uitgenodigd te worden, maar die zich er nog nooit hebben laten zien, of die na een korte kennismaking niet meer terugkwamen. In sommige gemeenten bestaat de gewoonte om die leden via een vriendelijk briefje expliciet uit te nodigen eens een avond of een ochtend bij te wonen, onder het motto: het verplicht tot niets. De betrokkene weet dan dat hij of zij mee mag doen. En hoe vanzelfsprekend dat in de christelijke gemeente ook is (in en uit principe), u zou er van staan te kijken als u wist hoe men soms op een dergelijk teken zit te hopen!

Andere soorten van groepsvorming

Een andere manier waarop in de gemeente groepen ontstaan die negatief geduid moeten worden is bekender. Zij heeft vaak als wortel het bestaan van een bepaalde onenigheid in de gemeente. Mensen - of groepen van mensen - kunnen elkaar niet meer bereiken, omdat ze verschillend tegen bepaalde zaken aankijken en omdat ze vinden dat er tussen hen en de ander een te grote kloof bestaat.

Als voorbeelden kunnen genoemd worden: de verschillen die bestaan tussen dat deel van de gemeente dat in een grote plaats cq. stad woont en het deel dat op het platteland woont; soms voegt dat zich onderling maar moeilijk. Het heeft dan vaak een sociologische achtergrond. Soms ontstaat er tussen families in de ene gemeente - of binnen één bepaalde familie - grote ruzie die, na klein en onbetekenend begonnen te zijn, tot een grote brand wordt, omdat er niemand was die er op tijd bij was die brand te blussen. De redenen van dergelijke ruzies zijn vaak te klein om er veel woorden over vuil te maken. Als buitenstaander zegt men: dat was toch niet nodig geweest; maar als de dingen door gaan vreten…

Ook kan men te maken krijgen met verschillen van inzicht over de wijze waarop het gemeentelijk leven zich dient te ontplooien, ’s zondags en door de week. Vergis ik mij niet, dan zijn wij binnen het verband van de Chr. Geref. Kerken in Nederland extra gevoelig voor dat soort onenigheden. We hebben immers - al of niet synodaal geijkt -een heel scala van variaties bij verschillende thema’s: de bijbelvertaling, het kerkelijk lied, de aansluiting bij een bepaalde jongerenorganisatie, het lezen van verschillende kerkelijke periodieken, de wijze van gekleed gaan (zowel van ambtsdragers als van andere gemeenteleden), zondagsscholen of nevendiensten, en vult u het rijtje maar aan.

Gedeeltelijk hebben de gelederen van de gemeente zich in dat opzicht gesloten, omdat na min of meer heftige discussies leden zich voegden bij genabuurde gemeenten. Ons jaarboek legt er een duidelijk getuigenis van af. Dat is echter niet meer dan het verleggen van het probleem: de verschillen van inzicht komen dan op de agenda’s van de meerdere vergaderingen openbaar. Weliswaar valt dat thema buiten het bestek van dit artikel (zie de titel), maar het gevaar van groepsvorming is ook daar overduidelijk aanwezig.

Bijbelse aanwijzingen

Wanneer zaken zoals hierboven aangeduid zich in de gemeente nestelen, ontstaat een in geestelijk opzicht heel gevaarlijke situatie. Ze dreigen een splijtende werking te hebben, waarbij de geestelijke en organische eenheid van de gemeente op het spel gezet wordt. Op vele plaatsen in de Heilige Schrift wordt over de eenheid van de gemeente gesproken, een eenheid die haar wortel vindt in het ene lichaam van Christus. Wanneer in het Oude Testament het volk Israël tot een twee- en een tienstammenrijk wordt, is dat vanwege de zonde van het volk. In Ez. 37:15-28 wordt de ijver van de HERE Here beschreven om deze twee weer tot één te maken. Dat heeft te maken met de heiligheid van God zelf, die Zijn volk heiligt. Dat gaat in de weg van wedergeboorte en bekering; dat is werk van de Geest (vers 13!), waartoe wij tegelijkertijd worden opgeroepen.

In het avondmaalsformulier klinken (minstens vier per jaar) in de gemeente de bekende woorden van het ‘in broederlijke liefde aan elkaar verbonden’ zijn, met als diepste grond daarvoor het woord uit 1 Cor. 10:16 en 17; ‘wij hebben immers allen deel aan het ene brood’!.

Trouwens, de eerste brief aan de Corinthiërs zet in met de in de gemeente bestaande partijschappen, die zich vormen rond bepaalde namen die opgang gemaakt hebben: Paulus, Apollos, Céfas… maar Christus is niet gedeeld (1: 13). Het kan niet zo zijn dat men op deze manier mensen met een bepaalde mening bij elkaar zet, om vervolgens anderen, die een andere mening hebben, op een lager geestelijk niveau te zetten en op hen neer te zien. In de gemeente van Corinthe waren genoeg factoren aanwezig die konden leiden tot splijting in de gemeente. Te denken is (behalve aan het al genoemde) aan verschillen van inzicht rond het eten van offervlees (8: 1-13) of de verdeling van bepaalde taken in de gemeente (14: 12-31). En toch hamert de apostel Paulus op dat ene aambeeld: laat de gemeente zich niet laten verleiden tot groepsvorming, maar de eenheid zoeken en die bewaren. Het is immers één en dezelfde Geest (12: 11)?

Om de tegenstellingen en groepsvorming in de gemeente te boven te komen is dan ook het bidden om deze Geest nodig in de gemeente; noodzakelijk is het ook om te letten op wat Paulus daarbij als hoogste gave noemt: die van de liefde (13: 13). Als die in de gemeente heerst, kan het veel lijden; anderzijds, als die gaat ontbreken, gaat er veel stuk.

En als het nu echt principieel wordt?

Er zijn tegenstellingen in de gemeente denkbaar die nog veel dieper gaan dan de verschillen van mening waarover hierboven sprake was. Te denken is aan tekorten of eenzijdigheden in de prediking van de voorganger van de gemeente. Of aan een seksuele misstap van twee leden van de gemeente, die vergaande gevolgen kan hebben voor de erin betrokken huwelijken (tot die van ambtsdragers toe) en de gemeente waarbinnen deze verdrietige dingen gebeuren. Of aan het binnensluipen van een visie bij gemeenteleden op bijv. het werk en de opstanding van de Here Jezus waarvan men moet zeggen: dit valt buiten de kaders die ons door de Schrift worden aangereikt; dit alles onder invloed van de vloed van boeken die over dit onderwerp gepubliceerd worden.

Kortom: het kan gebeuren dat zich binnen de gemeente tegenstellingen openbaren met een principiële wortel in leer of leven, die mensen uit elkaar drijven, die binnen kerkenraden moeite oproepen en die juist vanwege hun principiële karakter niet geduld kunnen worden. Ze reiken verder dan een traditie die al of niet aangehangen wordt. Wat dan? Soms gaan gemeenten na gevormde groepsvorming aan dergelijke zaken te gronde…

Het is duidelijk dat bij dergelijke zaken fundamenteel gesproken en gehandeld moet worden. Zonde dient te worden aangewezen en veroordeeld, maar altijd met het doel de zondaar te behouden. De Heiland heeft daarover zelf duidelijke woorden gesproken in Mart. 18: 15-20, waar het gaat over de kerkelijke tucht. Deze woorden worden omgeven door de gelijkenis van het verloren schaap en de vraag van Petrus, hoe vaak men dient te vergeven. En dat zegt meteen heel veel over de wijze van spreken in deze diep ingrijpende dingen. Doel is altijd weer: het behouden van de zondaar, om ook zo de eenheid in het lichaam van Christus niet geschonden te zien worden.

Zojuist kwam 1 Corinthe ter sprake. Zaken zoals in dit kopje omschreven kwamen ook daar voor: sexuele zonden (5:1-15), visie op de opstanding van Jezus (1 Cor. 15). Toch blijft de apostel oproepen elkaar vast te houden, tenzij na de oproep tot bekering de grens van de uitsluiting uit het Koninkrijk genaderd is (5: 13). Met als dragende kracht weer dezelfde Geest en dezelfde liefde die zoeken vast te houden en te behouden, die het heil van onszelf en de ander op het oog hebben.

Slot

Groepsvorming (in negatieve zin) in de gemeente wordt ten diepste door de satan veroorzaakt en toegejuicht. We lezen het in Matt. 12: 25-27. Ze laat zich dan ook alleen verdrijven door de Heilige Geest (Matt. 12: 28). Het gebed om de aanwezigheid van die Geest moge dan ook krachtig zijn onder ons, opdat de gemeente in eenheid bewaard worde. Tot lof van de Here.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.