+ Meer informatie

„Zo'n kerk krijgen we natuurlijk nooit meer

Ds. Boogaard over door HSL bedreigd bedehuis:

3 minuten leestijd

LEIDERDORP - Voor de hveede maal ligt de kerk van de gereformeerde gemeente van Leiderdorp in de gevarenzone. De verbreding van rijksweg A-4 is even vooruitgeschoven, maar nu dreigt de HSL het bedehuis plat te walsen.

„Als die trein door Leiderdorp komt, moet onze kerk zeker weg", verklaart de plaatselijke predikant ds. R. Boogaard. „Voor de hogesnelheidslijn zijn we meer bevreesd dan voor de verbreding van de rijksweg, want die kan ook aan de andere kant van de weg plaatsvinden.

Ook voor de hogesnelheidslijn zijn er echter verschillende mogelijkheden. Het kan alle kanten uitvallen. De regering moet nog een keuze maken, maar in Den Haag weten ze natuurlijk echt wel waar ze naar toe willen. Dat is alleen nog niet naar buiten gekomen. Als het kabinet een standpunt heeft ingenomen, mag de Tweede Kamer er een woordje over zeggen. Het is de vraag in hoeverre er dan rekening gehouden wordt met de bezwaren die ingediend zijn. Ook de kerkeraad heeft een bezwaarschrift ingediend, dat opgesteld is door een rechtskundige".

Bewogen historie

De kerk en het aan de overkant van de weg liggende verenigingsgebouw werden op 4 november 1988 DS. H. WILDEBOER door de gereformeerde gemeente in gebruik genomen na een ingrijpende renovatie. Deze opknapbeurt werd grotendeels door eigen mensen uitgevoerd, maar kostte toch nog meer dan een miljoen gulden.

Het kerkgebouw werd in 1890 gebouwd na een zeer turbulente periode in de Leiderdorpse kerkgeschiedenis. Voor- en tegenstanders van de Doleantie waren op 25 juli 1886 heftig met elkaar in botsing gekomen. Die zondag trad in plaats van de plaatselijke predikant ds. G. Vlug de hervormde predikant van Benthuizen, ds. H. Wildeboer op, die de Doleantie echter niet goedgezind was. Vergezeld van president-kerkvoogd dr. Van Rhijn (de enige van de ambtsdragers en kerkvoogden die hervormd wilde blijven), de burgemeester, twee veldwachters en mr. Bredius (lid van het classicaal bestuur) ging hij naar het hervormde kerkgebouw.

„Even daarna werd de hoofddeur geopend en stormde het volk binnen onder groot rumoer. En toen het nu zag: ds. Wildeboer op de stoel, dr. Van Rhijn in het doophek, en op de preekstoeltrap burgemeester Parmentier met zijn gevolg, de politie, was dit den luyden te veel. De hartstochten werden ontketend, en in allesbehalve vriendelijke bewoordingen schreeuwde men ds. Wildeboer toe, dat hij daar niet behoorde, en eischte men van hem, dat hij den kansel zou verlaten. Doodsbenauwd en wit als de wand, riep ds. Wildeboer nu zelf: „Ik wil er af!" en de daad bij het woord voegend, verliet hij den kansel, gelukkig niet door handtastelijkheden, maar enkel door de luidruchtigheid der menigte daartoe genoopt".

Besturing

Ondanks die luidruchtigheid raakten de doleantiegezinden hun kerk kwijt. Aan de Hoofdstraat, op de noordoostelijke oever van de Oude Rijn (tegenover de Hoge Rijndijk), bouwden zij een nieuw bedehuis, dat in mei 1988 in handen van de gereformeerde gemeente van Leiden kwam.

„Zo'n kerk krijgen we natuurlijk nooit weer", zegt ds. Boogaard. „Het is een prachtig gebouw. De kerken van tegenwoordig... nou ja, dat weten we wel. We gaan er voorlopig zeker niet van uit dat ons kerkgebouw wegmoet. Over een eventuele nieuwbouwlocatie denken we dan ook noe niet. ^ Ik hoop dat de bui overdrijft. De Schrift zegt: „Er is een Hogere dan de hogen". Het is ons gebed dat de Heere het zo wil besturen, dat we onze kerk zullen mogen behouden"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.