+ Meer informatie

COLUMN: ‘ZE KOSTEN ALLEEN MAAR GELD…’

3 minuten leestijd

Van tijd tot tijd duiken ze op: de gesprekken in commissies van beheer en in kerkenraden over leden van de gemeente die ‘randleden’ genoemd worden. Daarmee bedoelen we leden die wel in de gemeentegids en in de ledenadministratie te boek staan, maar die zelden of nooit de kerkdiensten (laat staan door-de-weekse activiteiten) bezoeken en die ook geen vaste vrijwillige bijdrage overmaken aan de penningmeester. Zeker zo tegen het eind van het jaar, wanneer er een financiële begroting opgemaakt gaat worden, komt de vraag: wat moeten we er toch mee, met die randleden? Ze kosten geld, en ze ‘leveren niets op’.

Soms nemen kerkenraden het besluit, met het oog op dat laatste argument, het ledenbestand ‘op te schonen’. Randleden krijgen een brief en worden niet meer beschouwd als lid wanneer zij niet binnen een bepaalde tijd reageren. Het formele ledenaantal slinkt, maar de kosten ook; en dat betekent bij de huidige stand van zaken toch een behoorlijk bedrag.

Per (doop)lid dragen de gemeenten immers ongeveer f 90,- aan algemene kerkelijke kosten af. Gemiddeld telt iedere gemeente ongeveer 10% randleden (overigens een getal om nog eens apart over na te denken…). Tel uit je winst, zeker bij een krapper wordende exploitatierekening!

Tegen deze maatregel zijn twee bezwaren aan te voeren. Allereerst een praktisch bezwaar: hij werkt slechts voor korte duur. Wanneer alle kerkenraden zo te werk gaan en bijv. in enig jaar het ledenaantal op deze wijze met 5% slinkt, komen deputaatschappen het jaar daarop tot de ontdekking dat zij geld tekort komen. Zij vragen dus prompt om een verhoging van hun omslag, want hun uitgaven blijven op het hetzelfde niveau. En die verhoogde rekening komt weer bij de plaatselijke penningmeester terecht. De winst is daarmee vrijwel teniet gedaan.

Ik spreek daarbij nog maar niet over een gewoonte die ik hier en daar in onze kerken ben tegengekomen, namelijk dat men intern (voor de eigen gemeente) een hoger ledental hanteert dan voor de landelijke registratie. Het verschil in de getallen wordt gevormd door de randleden. Op deze wijze presenteert men de rekening aan de buurgemeenten, die geen dubbele boekhouding hanteren. Dat is niet kerkelijk solidair, lijkt mij.

Er is nog een dieper, principiëler bezwaar. Die randleden, die ‘alleen maar geld kosten’ zijn niet zomaar mensen in een kaartenbak. Het zijn — of ze dat nu inzien of niet — schapen van de Goede Herder die verloren dreigen te gaan. Uit Joh. 10 heb ik begrepen dat die Herder naar die schapen op zoek gaat om ze terug te brengen. Ons financiële verhaal zal toch ondergeschikt moeten zijn aan dit principiële motief.

Dat betekent niet dat een kerkenraad niet op enig moment gedrongen kan worden om deze schapen helder te maken dat zij zich van de Herder en zijn kudde verwijderd hebben en dat dit bij verharding betekent dat zij buiten het Koninkrijk staan — wat hier op aarde zichtbaar kan worden door het niet meer opnemen in de kerkelijke registers. Wanneer een kerkenraad die weg gaat, door de nood gedrongen, zal hij dat echter doen zonder de financiële bijgedachten die hier gesignaleerd worden.

Inderdaad, (ook) randleden kosten geld. En dat kan betekenen dat er financiële nood dreigt rond de begroting van volgend jaar. In dat geval is er een andere mogelijkheid: laat op het collecterooster eens speciaal geofferd worden met het oog op deze schapen van de kudde. En kondig deze collecte met extra nadruk aan. Op die wijze legt men de financiële én de daarbij horende geestelijke nood waar zij hoort: in de gemeente… opdat zij gaat bidden en mee gaat zoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.