+ Meer informatie

Twee keer Nederlandse visite: wat hebben we heerlijk zitten kletsen!

5 minuten leestijd

Wat zou ik graag eens bij jullie om een hoekje kijken!" Wat heb ik die opmerking de afgelopen jaren al veel gehoord, en ik kan u verzekeren dat dat verlangen dikwijls wederzijds is. Ook al heb ik gelukkig nooit heimwee gehad, er zullen altijd momenten blijven waarop ik zó even terug zou willen vliegen. Vooral de laatste maanden is dat verlangen weer heviger geworden, omdat ik weet dat we over ongeveer een halfjaar naar Nederland hopen te komen, 't Is al drie en een half jaar geleden dat we voor het laatst geweest zijn, en dat is toch wel erg lang. De kinderen zien er ook naar uit om oma en de verdere familie weer te zien. Ik zeg hen steeds dat ze dan eerst Nederlands moeten leren, maar daar zien ze het nut niet zo van in. „Ik weet "ja"en "nee"en "rommel", zei Andre-w pas. „De rest proberen we ivel als we er zijn." Henry's kennis beperkt zich tot „hakelslag", „skoimpjes"„en broinefla", en Richard iiueet "weinig meer dan „sjokkesjokke-sjok, akte mama's wok."Ik voel me soms zo beschaamd dat de kinderen geen Nederlands spreken, al begrijpen ze gelukkig wel veel. Het is in onze situatie ook wel moeilijk, omdat Maher geen Nederlands spreekt, en we weinig of geen contact met Nederlanders hebben.

Een paar weken geleden heb ik echter m'n hart op kunnen halen, tot groot vermaak van de vrouwenvereniging waar ik een dag mee op stap was.
We waren in Sint-Jacob, een plaatsje in de omgeving van Waterloo en Kitchener, waar erg veel mennonieten wonen, en bezochten daar de boerenmarkt. Er waren ook veel Nederlandse kramen, en ik kwam thuis met kaas, stroopwafels, dubbelzoute drop, ontbijtkoek en een bloemetje voor op tafel. Volgens Maher straalde ik toen ik m 'n tas uitpakte! Ik had inderdaad van m 'n dagje uit genoten. Het was heerlijk om eens -weg te zijn uit de drukke stad, en te winkelen op een markt waar je gulden een dollar waard is. 't Was ook langgeleden dat ik zoveel Nederlanders op één dag gezien had! We hebben de afgelopen maanden trouwens ook twee keer Nederlandse visite gehad. Half oktober belde er op een ochtend geheel onverwachts een jongeman aan, die op rondreis door Canada was, en via een Terdegeartikel uitgezocht had waar we ongeveer woonden. We hadden elkaar nooit gezien, maar zijn zus is een vriendin van mijn zus, en zo was het ijs gauw gebroken, 't Was fijn om "weer eens van alles te horen uit Nederland, en 'k vond het leuk dat hij de moeite genomen had om ons op te zoeken.

Verder kreeg ik, nu alweer een paar weken geleden, onverwacht een telefoontje van m,evrouw Etty Procee, echtgenote van ds. G. Procee, christelijk gereformeerd predikant teAncaster. Ze wilde zomaar even laten weten dat ze Terdege leest, en in "Canada van dichtbij" veel eigen ervaringen herkent. We raakten aan de praat, en lieten geen gras groeien over het maken van een afspraak om elkaar persoonlijk te ontmoeten. Zo stond Etty een paar weken later op de stoep, vergezeld van haar jongste, een vriendelijk jongetje van anderhalf. De andere zes kinderen waren op school (de Free Reformed Church in Ancaster heeft als enige gemeente in NoordAmerika een eigen school). Ik had me voorgenomen om nu eens niet zoveel te ratelen, maar daar kwam bijzonder weinig van terecht. Ook al heb ik hier veel vriendinnen en kennissen, het is toch anders om eens koffie te drinken met iemand uit het vaderland! Terwijl we praatten, vloog de tijd, en veel te vlug was het half drie, tijdvoor Etty om terug te reizen, en voor mij om de jongens uit school te halen.

Volgens Maher was ik de volgende dag een beetje stil, en toen ik daar niet zo op inging zei hij dat hij wel begreep dat m 'n gedachten waarschijnlijk in Ancaster waren, waar zo 'n groot aantal Nederlanders woont, en waar een behoudende kerkelijke gemeente is. Onbewust idealiseer ik alles wat Nederlands is nog altijd, en het leek me ineens zo aantrekkelijk om in een omgeving te zijn waar alles "goed en vertrouwd" is, en waar de Noordamerikaanse maatschappij nog niet zo 'n stempel op gedrukt heeft. Soms zijn 'we allebei zo moe van de stad hier, en maken we ons zorgen om het feit dat de kinderen in zo 'n moderne omgeving opgroeien. Ook al behoren we tot een goede kerk, en gaan de jongens op een fijne school, de wereldgelijkvormigheid is in een stad als Toronto zo groot. Maar we weten dat het niet goed is om zo somber te zijn. We zijn immers zo gauw geneigd om uitvluchten te maken van onze omstandigheden, terwijl we juist tevreden moeten zijn met hetgeen wat voor ons bestemd is. Ik las pas ergens dat we altijd moeten bedenken dat, in welke omstandigheden we ook verkeren, we het altijd beter hebben dan we verdienen. Als we in dat licht terugkijken op het afgelopen jaar, waarin het ons ook in Canada aan niets ontbroken heeft, kunnen we alleen maar dankbaar zijn vooral het goede dat we in 1992 hebben mogen ontvangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.