+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

20.

De tijd is aangebroken om verder te reizen en het paleis Liefehjkheid aan te doen tot onderhouding van de gemeenschap der heiligen.

Nu stonden zij op en de knapen liepen vooruit, maar Christinne vergat haar fles mee te nemen, zodat toen zij er erg in kreeg de fles met de hartversterkende inhoud achtergelaten te hebben, een der jongens terug moest keren om haar te halen Toen zeide Barmhartigheid „Ik geloof, dat dit een plek is, waar men gevaar loopt de dingen te verhezen, want de Pelgrim verloor hier zijn rol en nu liet Christinne de fles, haar geschonken door Uitlegger voor de grote reis, weer staan Wat mag daarvan toch wel de oorzaak zijn? ”

Nu antwoordde hun geleider, die al van zijn afscheid gesproken heeft „De reden hiervan is geen andere dan slapengheid of vergeetachtigheid; sommigen slapen als zij hadden moeten waken, en anderen vergeten wat zij hadden moeten ter harte nemen, en zo gebeurt het menigmaal, dat zulke pelgnms aan een rustplaats gekomen, daar met schade vandaan komen, terwijl de Koning het prieel in stand houdt tot wasdom van het geestelijke leven En dat is voor het natuurlijke leven niet schadelijk, want de godzahgheid is tot alle dingen nut. hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens Pelgrims behoren dan ook altijd wakende te zijn en zich de voorrechten, die zij hebben ontvangen, te binnen brengen, ook onder de grootste genietingen Daar menigeen dit niet doet, eindigt zijn blijdschap dikwijls in tranen, en de zonneschijn in nevelen, getuige de ervanng door de Pelgnm op deze plaats opgedaan”.

De opmerkmg, die eens gemaakt werd door een oud kind des Heeren, dat vast te varen bij hoog water gewoonlijk meer schadelijke gevolgen heeft dan wel bij laag water, is terdege ter harte te nemen op de reis naar Sion, want in het laatste geval is er meer kans om spoedig los te komen.

Toen zij nu aan de plek genaderd waren waar Wantrouwen en Vreesachtig de Pelgnm ontmoetten, en ZIJ hem wilden overhalen terug te gaan uit vrees voor de leeuwen, zagen zij een soort van strafplaats, en daarvoor, naar de zijde van de weg, was een groot bord opgencht, waarop enige dichtregels te lezen waren:


Dat elk zijn hart en tong bewaar’.
Wiens weg hem voert hierheen;
Opdai hij zich het lot bespaar’,
Dat anderen trof voorheen.


En hieronder stonden ook nog de volgende woorden „Deze strafplaats werd hier opgencht om allen te straffen, die uit wantrouwen of vreze de pelgrimsreis met durven voortzetten Ook werd hier aan Wantrouwen en Vreesachtig met een gloeiend ijzer de tong doorpricmd, omdat zij gepoogd hadden de Pelgrim at te schrikken van zijn tocht”

Toen zeide Barmhartigheid „Deze woorden komen overeen met het Schriftwoord: Wat zal u de bedriegelijke tong geven of wat zal zij u toevoegen? Scherpe pijlen eens machtigen mitsgaders gloeiende jeneverkolen”.

Op deze wijze samen sprekende gingen zij voort, tot zij de leeuwen in het zicht kregen Nu was Stoutmoedig een kloek gebouwd man, die voor deze verscheurende dieren niet zo spoedig bevreesd was Maar de knapen, die een eind voor waren, waren vol angst en kwamen achter de anderen wegschuilen. Hun gids zag hen glimlachend aan, en zeide: „Hoe nu, mijn jongens, gaat gij gaarne vooraan als gij geen gevaar hebt te duchten, en kruipt gij weg, zodra de leeuwen op de weg zijn? ” Toen trok Stoutmoedig zijn zwaard, ten einde voor de pelgrims een pad te banen in weerwil van de leeuwen Maar nu kwam er iemand tevoorschijn, die de leeuwen scheen te willen helpen, en die aan Stoutmoedig vraagde: ”Wat komt gij hier doen? ” De naam van de man was Bloeddorstig, omdat hij zoveel pelgrims had verslagen, en hij behoorde tot het geslacht der reuzen.

Stoutmoedig gaf hem ten antwoord: „Deze vrouwen en kinderen zijn op reis naar de hemelse stad en zij moeten hier langs en daarom zal ik hen hier doorhelpen in spijt van u en de leeuwen”.

Maar Bloeddorstig gaf hierop dit antwoord: „Zij hebben op deze weg niets te maken en zullen hier dus niet voorbij komen Ik ben hier om, geholpen door de leeuwen, hun dat te beletten! ”

Nu, om de waarheid te zeggen, scheen menigeen reeds te zijn afgeschnkt deze weg te gaan, want het pad was met gras begroeid en dus de laatste tijd weinig betreden.

„Wel”, zeide Christinne, „al werden de wegen verlaten en hebben de reizigers zijpaden ingeslagen, dit zal in het vervolg niet. meer zo zijn, nu ik als moeder in Israël opsta.

Was het niet een donkere tijd toen in de dagen van Samgar en Jaël de wegen ophielden en die op paden wandelden gingen kromme wegen De dorpen hielden op in Israël, zij hielden op, omdat er niemand veilig wonen kon, totdat ik Debora opstond, dat ik opstond, een moeder in Israël”.

Werkehjk, en ge bemerkt het toch wel, dat Christinne naarmate zij door het geloof leert leven en strijden vanuit de Schnft, ook vervuld IS met enige stoutmoedigheid van het geloof, daar zij allengskens steeds meer op de Heere krijgt te vertrouwen.

Daarop zwoer Bloeddorstig bij de leeuwen met de moed der wanhoop, dat zij er niet door zouden, en hij wilde hen met geweld noodzaken terug te keren Doch Stoutmoedig drong op de reus Bloeddorstig aan en dwong hem, met een stoot van zijn zwaard, om terug te keren.

Nu nep Bloeddorstig hem nog toe „Wilt gij mij hier op mijn eigen grond verslaan? ” Doch Stoutmoedig deinsde niet terug, hij sprak met de edele moed van het geloof „Wij bevinden ons hier op des Konings weg, en gij hebt op deze weg de leeuwen geplaatst, maar hoe weerloos deze vrouwen en kinderen ook zijn mogen, zij zullen u en uw leeuwen ten spijt, de tocht voortzetten”.

En met deze woorden hieuw hij weer op hem in, zodat de reus op de knieën ter aarde stortte, een tweede slag kliefde zijn helm in tweeen en met een volgende sloeg hij hem een arm af Toen brulde de reus zo verschrikkelijk, dat zijn stem de vrouwen verschrikte, maar toch waren zij blij, dat zij hem op de grond zagen spartelen De leeuwen nu waren geketend en konden dus uit zichzelf mets doen En toen ook de oude Bloeddorstig dood was, zeide Stoutmoedig: „Komt, volgt mij nu onbevreesd, want de leeuwen zullen u geen kwaad meer doen” Allen gingen nu, hoewel nog een weinig angstig, voorbij, zonder het geringste letsel te ondervinden.

Toen zij nu de woning van de deurwachter in het oog kregen, hadden zij die spoedig bereikt. Zij versnelden dan ook hun tred, omdat het reizen bij nacht grote gevaren met zich brengt. Eindelijk stonden zij voor de poort, de gids klopte aan en de wachter nep: „Wie is daar? ” Doch zodra de gids antwoordde: „Ik ben het”, herkende hij de stem en kwam naar beneden, omdat die gids al vele pelgrims derwaarts had geleid Toen hij nu de poort had geopend en de gids zag staan (de vrouwen zag hij niet terstond, omdat zij achter Stoutmoedig stonden), zeide hij tot hem „Wel mijnheer Stoutmoedig, wat brengt u op dit late uur herwaarts? ” „Ik heb”, hernam deze, „enige pelgrims hier gebracht, en mijn meester verlangt, dat zij hier de nacht zullen doorbrengen Ik zou al vroeger hier geweest zijn, als ik met was tegengehouden door de reus, die de tegenstand der leeuwen nog hardnekkiger maakte Na een hevige strijd heb ik hem ten onder gebracht en de pelgrims veilig hierheen geleid! ” Aller hart is vervuld met bhjdschap in de Heere daar zij allen als een teken en wonder van Zijn genade hier staan in het licht van het paleis Liefehjkheid

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.