+ Meer informatie

Afscheid

8 minuten leestijd

"Ik neem m'n gitaar mee", zei Margreet.

"En ik m'n dwarsfluit."

"En ik..."

Henk-)an leunde achterover. Hij had een hele tijd gedaan alsof het verhaal van meneer Evers hem niet interesseerde. Maar nu die meiden over muziekinstrumenten begonnen te zeuren, nu werd het hem toch wat al te bar.

"Jullie zijn niet wijs", zei hij. "Wie gaat er nou muziek maken in een... nou ja..."

Dat woord, dat ene woord wilde hij niet noemen. En zoals Evers het noemde, dat klonk zo deftig. Hospice. Engels was het, en wat het letterlijk betekende wist hij eigenlijk niet. Maar dat het onmogelijk iets vrolijks kon zijn, dat wist hij wel.

"Zeg maar naar een doodzieke", zei Minke. Ze keek ook al alsof het haar niet interesseerde. Maar zij was de beste vriendin van Mirthe. En Mirthe was doodziek. Sinds Mirthes plekje in de klas vaker leeg gebleven was, was het beter tot hem doorgedrongen. Lang geleden, in de eerste, had Evers hun verteld dat zij leukemie had. En weer later had Mirthe het tijdens een bio-les helemaal uitgelegd. Zo knap als hij dat gevonden had! Praten over een ziekte, die je lichaam kapot maakte... Over kuren, die eerst een beetje hielpen, maar later helemaal niet meer. Over het leven, waaraan een eind zou komen. Nu zouden ze op bezoek gaan bij haar. Ze had het zelf gevraagd. Omdat ze afscheid wilde nemen. Het was een beetje een nare gedachte. Mirthe was net zo oud als hen. Zij praatten over een vakkenpakket en over wat je later wou worden. Zij kregen een vakantiebaantje en zouden op kamp gaan. Maar Mirthe ging sterven. Heel binnenkort misschien al. Ze kon niet meer thuis verzorgd worden. En haar ouders wilden ook niet dat ze in een ziekenhuis zou sterven. Daarom was ze in dat speciale huis. Een gewone kamer had ze er. ledereen kon in-en uitlopen. En ze hoefde niks naars meer. Geen vervelende kuren, geen vieze medicijnen. Alleen pillen tegen de pijn. Genoeg om zo min mogelijk pijn te hebben. Evers had het allemaal uitgelegd. En 't klonk in ieder geval te ernstig om muziek bij te maken. Toch...?

Die middag was Henk-|an gewoon een beetje zenuwachtig. Hoe zouden de anderen dat hebben? Wout keek zo stoer van zich af. Die was in de eerste een beetje verliefd op Mirthe geweest. En zij misschien ook wel op hem. Maar liefde en de dood hoorden niet bij elkaar. Afscheid nemen wel - hoe zou Mirthe zijn? Bang, zenuwachtig, boos? Helemaal kaal, dat had Evers verteld. En ze wilde geen pruik meer op. Omdat het onder die pruik alleen maar vervelend jeukte.

Ze gingen met de trein. Mirthe had in een briefje verteld waar ze precies uit moesten stappen en welke bus ze dan moesten nemen. Ze schreef de laatste tijd af en toe een klein briefje. Meestal bedankte ze voor al de kaarten, die ze kreeg. Henk-Jan had zijn naam nogal eens op een grote kaart gekalkt. Maar zelf had hij nooit iets gestuurd. Wat moest je schrijven aan iemand, die ging sterven? Van harte beterschap kon niet, want Mirthe werd niet meer beter. En veel sterkte klonk zo...

Margreet had toch haar gitaar mee. En Helen de dwarsfluit. Thom floot een schel wijsje. Het Hebreeuwse volkslied was het. Henk-Jan neuriede mee. Nu mocht het nog. Straks, in een doodse stilte... - wat zei je trouwens tegen iemand, die ging sterven? Hij had er zo ongeveer zijn hoofd al over gebroken. "Dag Mirthe". Geen tot ziens meer - of? Evers had vorige week zo'n ernstige weekopening gehad. Er waren maar twee wegen, je ging, als je stierf, naar de hemel of niet. Natuurlijk wist hij dat. Met z'n verstand. Maar 't zei hem nooit zoveel. Tot Evers over Mirthe begonnen was. Dat Mirthe 't soms zo moeilijk had. Toch wel.

Ondanks dat fijne huis waar ze was. En d'r vader en moeder, die zomaar binnen konden lopen, elke dag weer. En de pijn, die ze bijna niet hoefde hebben. Moeilijk, maar niet om haar kale hoofd. Of om die vreselijke ziekte. Maar omdat ze sterven moest. God ontmoeten. En je kon naar catechisatie gaan, en naar de vereniging, je kon keurig braaf opletten bij godsdienst, maar dat bracht je niet in de hemel.

Veel te gauw waren ze er. Een groot, bijna deftig huis met een tuin vol bomen en bloemen. Een terras, waarop een paar stoelen stonden. En een soort ligstoel. En op die stoel Mirthe. Mirthe, die zei: "Ah jongens, wat fijn dat jullie gekomen zijn!" Haar hoofd was akelig kaal. Maar er waren nog steeds van die leuke lichtjes in haar ogen, Henk-jan moest ernaar kijken.

Ze vonden allemaal een plekje. De meesten gewoon in het gras. Een paar dichtbij Mirthe. Margreet met haar gitaar en Helen met de dwarsfluit. Evers ging het huis binnen. Hij kwam terug met een blad vol drinken.

"Limonade met een rietje", zei Wout, en ze moesten allemaal lachen. Mirthe ook. Het klonk niet eens raar. Het was zelfs net of alles minder spannend was.

"O jongens, ik ben zo blij dat ik jullie allemaal nog één keer zie", zei Mirthe, vanaf haar ligstoel. "Het liefst zou ik even in de klas kijken. En mee op kamp gaan. Maar 't kan niet meer." Ze streek over haar hoofd. Het was nu heel stil op het terras.

"Als ze maar niet gaat huilen", dacht Henk-jan. "Want dan huilen alle meiden natuurlijk mee".

Gelukkig zag hij nergens tranen. Alleen Margreet knipperde wel wat verdacht met haar ogen. Hij keek gauw een andere kant op. Mooi huis was het. Te mooi voor mensen die zo ziek zijn. Of(?

"Ik heb het hier best fijn", begon Mirthe weer. "Ze zorgen goed voor me. Ik kan niet zoveel meer, zie je." Ze glimlachte. Natuurlijk schaamde ze zich er een beetje voor. Dat zorgen betekende vast dat ze haar bij veel dingen moesten helpen. "Voor de pijn krijg ik morfine. Dat is een heel sterke pijnstiller. Als je er teveel van krijgt, kun je gekke dingen gaan dromen en zeggen. En als je er te weinig van krijgt, komt de pijn weer. Gelukkig krijg ik precies genoeg."

Mirthe haalde adem. Het leek alsof ze nu al heel erg moe was. Evers legde zijn hand op haar schouder. Een heel bruine hand was het. Evers fietste alle dagen naar school. En Mirthes gezicht was zo wit, zo verschrikkelijk wit.

"Niet te veel tegelijk vertellen, hoor Mirth", zei Evers. "En ais je moe bent..."

Mirthe glimlachte. "Ik ben immers altijd moe? Maar 'k wil afscheid van jullie nemen, want..." Ze huilde niet, nog steeds niet. En de stiltes, tussen haar woorden, waren niet echt naar. De dingen, die ze vertelde ook niet. Ze hoefde geen chemokuren meer. Ze hoefde zelfs niets meer te eten, wat ze niet lekker vond. Een soort hotel leek het, maar dat was het natuurlijk niet. Ze mochten haar kamer zien, en de rest van het huis. Een huis om te sterven. Met mensen, die voor je zorgden èn heel dichtbij je wilden zijn. Want dat was eigenlijk palliatieve zorg, zoals Evers het uitlegde. Zorgvolle nabijheid. Toen ze weer terugkwamen op het grasveld zag iedereen het: Mirthe was heel moe.

"En toch wil ik nog zingen", zei ze, en ze wees naar de muziekinstrumenten. Toen keek ze meneer Evers aan. "En dan wilt u misschien wel met ons eindigen? "

Het leek even een gewone schooldag. Evers, die zijn Bijbel pakte. En die Mirthe vroeg wat er dan gezongen moest worden. Mirthe koos een Psalm en een lied. Het ene was een gebed, het andere ook.

Henk-jan keek van Mirthes broze gezicht naar de strak-blauwe lucht. 'k Roep, HEER, in angst tot U gevloden, ai, haast u tot mijn hulp, en red; hoor naar de stem van mijn gebed, daar ik U aanroep in mijn noden.

Het zingen klonk zacht, zo heel zacht. Net alsof niemand durfde. Mirthes stem hoorde je wel. Die van Evers. En de dwarsfluit van Helen. Angst - God nodig om te kunnen sterven. Maar ook om te leven. Evers had het bij de weekopening, vorige week, zo heel ernstig benadrukt. Henk-jan wilde niet verder denken. Maar 't moest wel. Omdat ze verder zongen. "Blijf met mij, Heer". Middenop de dag. Hij zou er anders om gelachen hebben. En thuis zong hij helemaal niet meer. Zingen was vaak iets voor sentimentele meiden. Maar hier...

Wat is hier blijvend, dat het hart verheugd?

Ach! nimmer geeft ons d'aarde vreugd, blijvend

alles snelt henen, glorie gaat voorbij; maar Cij, Die niet verandert, blijf met mij.

Evers ging staan. Hij vouwde zijn handen. Heel eenvoudig legde hij Mirthes leven in de handen van de Heere. Hij had het al zo heel vaak gedaan, de afgelopen maanden. Steeds had hij om Mirthes herstel gebeden. Tot ze wisten dat Mirthe niet meer beter zou worden. Toen had hij gevraagd om verlichting van de pijn. Om het draaglijk maken van het lijden. Maar vooral of Mirthe de Heere Jezus mocht leren kennen. De Man van Smarten, Die meer pijn geleden had, dan een mens zou kunnen dragen. En alleen Zijn bloed, dat reinigde van alle zonden. En dan was sterven niet erg meer.

Henk-jan gaf Mirthe een hand. Net als alle anderen. Hij wist niets te zeggen. Het hoefde ook niet.

(Dit verhaal is op een aantal Daniëlkampen voorgelezen in het kader van de bezinningsavond over palliatieve zorg).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.