+ Meer informatie

Geen hoge pet op van Drie-Zelfkerk

3 minuten leestijd

naam: Chen Yang geslacht: man leeftijd: 54 beroep: tuinman provincie: Zhejiang

Met zijn vrouw Li woont Chen Yang in een miljoenenstad, ergens in het oosten van China. Samen startten ze in 1991 bijeenkomsten in hun eigen huis, met nog een paar anderen. "Nu zijn er al meer dan veertig leden. De helft van hen bezoekt pas sinds drie jaar de samenkomsten."

Chen is een zogenaamde vierdegeneratiechristen. Nadat in 1949 de communisten in China de macht hadden gegrepen, kwam zijn familie zondags in het geheim bij elkaar. Maar de problemen begonnen pas goed zo rond de midden jaren zestig. Toen barstte de Culturele Revolutie los. De zogenaamde Bende van vier pookte het revolutionaire vuur voortdurend op. Rode gardisten, onder wie veel meisjes van veertien, vijftien jaar, marcheerden door de straten. Wie niet volkomen was toegewijd aan partijleider Mao, liep kans in hun handen te vallen. De "grote roerganger" werd vereerd zoals in vroeger dagen de keizer. Zijn rode boekje kreeg bijkans goddelijke autoriteit. Intellectuelen werden bespot en beschimpt. Veel scholen en universiteiten sloten hun poorten. Tempels, kloosters en kerken moesten het ontgelden.

"Mijn oma kreeg in 1966 grote problemen", vertelt Chen. "De arme vrouw was toen 70. Zes jaar lang moest ze met een klein borsteltje een pleintje van 10 bij 60 meter schoonhouden. Dat was om haar te vernederen. Ook mijn moeder, die verpleegster was, werd als crimineel gezien omdat ze Christus beleed. De zwaarste klussen in het ziekenhuis waren altijd voor haar. Maar ze vond troost in Gods Woord en straalde vrede en blijdschap uit. Ik weet dat velen door haar getuigenis tot Christus zijn geleid."

Door de zware tijden gaven sommige christenen de moed op en durfden niet meer de samenkomsten te bezoeken. "Moeder verachtte zulke mensen nooit. Ze zocht hen juist op, bad ook met hen. Sommigen kwamen inderdaad terug." In 1978 startte Chens moeder een gemeente bij haar thuis. Veel last kreeg ze van de Drie-Zelfkerk, die door de overheid wordt gecontroleerd. "Predikanten van die kerk waren jaloers dat moeders gemeente groeide en dat iedereen goed van haar sprak." Chen heeft nog steeds geen hoge pet op van de Drie-Zelfkerk. "De autoriteiten controleren iedere preek. Ze kunnen een predikant echt alles laten zeggen." Chen raakt zichtbaar opgewonden. Zijn echtgenote sust hem. "Natuurlijk zijn er in die kerk ook echte gelovigen. Dat mogen we niet vergeten. Maar de predikanten staan inderdaad gewoon onder controle. Sommigen trekken zich daar niets van aan en preken het Evangelie. Maar de meesten laten zich ontmoedigen om Christus te verkondigen en leggen de nadruk op moraal en goede werken. Over bekering en verlossing door het bloed van Gods Zoon hoor je dan niet." Over de huidige situatie in hun stad zijn Chen en zijn vrouw niet ontevreden. "We kunnen als gemeente iets makkelijker opereren dan vroeger. Maar we blijven op onze hoede. De omstandigheden kunnen zomaar weer veranderen."

De naam van Chen Yang is omwille van de veiligheid gefingeerd.

Dit is het tweede deel in een serie van zes portretten van Chinese christenen. Maandag deel 3.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.