+ Meer informatie

ASPECTEN VAN HET WERK VAN J.P. VERSTEEG

3 minuten leestijd

Op 18 mei 2008 zou br. Johannes Pieter Versteeg, in leven hoogleraar Nieuwe Testament in Apeldoorn, de leeftijd van 70 jaar hebben bereikt. Zoals velen zich herinneren, werd hij op Pasen 1987 door de Here tot hoger dienst geroepen. Dat gebeuren trok een spoor van ontreddering door de kerken, dat op een bepaalde manier nog altijd gevoeld wordt. Het was daarom een goede gedachte om rond bovengenoemde datum, op 7 juni 2008, een symposium te organiseren, waarin nog weer eens aandacht voor zijn leven en werk werd gevraagd. Niet alleen zijn werk? Nee, ook zijn leven! Want als één ding duidelijk was, dan is het dit, dat prof. Versteeg zijn theologisch werk met zijn hoofd deed, maar evenzeer met zijn hart. Hij schreef niet zomaar als theoloog, maar evenzeer als eenvoudige(!) gelovige, Laat ons zeggen: met gevouwen handen. De laatste bijdrage in deze bundel - waarin men het op het symposium gebodene kan lezen -, van de hand van drs. W. Steenbergen (die indertijd de dienst van Woord en gebed in de Grote Kerk aan de Loolaan leidde op de dag van de begrafenis) spreekt ervan: ‘Vroomheid en gebed bij J.P. Versteeg’.

De bundel biedt een dwarsdoorsnede van het werk van Versteeg op vele terreinen. Natuurlijk is de doordenking van het Nieuwe Testament daarbij de pit. Eerst gaat Den Hertog in op Versteegs visie op de verhouding van Christus en de Geest en de betekenis daarvan op heel zijn werk. Al meteen bij zijn promotie indertijd ging Versteeg op deze relatie in. Sprekend daarbij is nog steeds de betrokkenheid op de grote toekomst (het ‘eschaton’, blz. 11 e.v.).

Prof. Hofman haalt de studie van Versteeg over de onderlinge relatie van de Evangeliën nog weer eens voor het voetlicht. De toenmalige studenten herinneren zich de colleges ongetwijfeld. En volgende generaties kochten het daaruit verschenen boek Eucmgelie in uieruoud. Altijd, en dat blijkt ook hier, was Versteeg uit op het eerbiedig(!) uitgaan van de historische betrouwbaarheid van de Schrift (ook bij de Evangeliën, waar onderling verschillende weergaves zijn), maar hij wilde anderzijds waken voor fundamentalisme (blz. 33v).

De bundel heeft vervolgens nog een bredere uitwaaiering: ik noem de visie op Israël (waarbij het ‘gans’ Israël uit Rom. 11 wordt gelezen als: ‘op die wijze’), bijdrage M.C. Mulder. Deze brengt onder woorden wat ons allen vaak treft: het werk van Versteeg is heel lang ‘houdbaar’, ook in discussies die ruim 20 jaar later worden gevoerd, bijv. in vrijgemaakte kring, blz. 51v.

En dan natuurlijk de visie van Versteeg op het bijzondere ambt, die een toespitsing was van zijn colleges in de tweede helft van de jaren ’70 over de charismata (bij het vak historia revelationis NT).

Tot de opdracht die Versteeg van de kerken had gekregen, hoorde ook de doordenking van de missiologie. Drs. J. van ’t Spijker, die momenteel verantwoordelijk is voor deze taak, schreef daarom een bijdrage: ‘Door de Gezondene gezonden’.

Dit alles geeft veel stof tot verwerken, geestelijk én materieel. We zijn er dankbaar voor.

n.a.v. G.C. den Hertog en T.M. Hofman, (red.) Aspecten van het werk van J.P. Versteeg. Uitg. Theologische Universiteit Apeldoorn 2010,112 blz., € 10,-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.