+ Meer informatie

EEN ONTMOETING MET DE CHR. GEREF. KERKEN IN NEDERLAND

7 minuten leestijd

Ja, wat moet je eigenlijk schrijven als er aan je gevraagd wordt om je indrukken weer te geven van een reis die je onlangs gemaakt hebt?

Als je, zoals ik, het voorrecht gehad hebt om als geboren Rotterdammer - maar in Zuid-Afrika opgeleid en werkzaam als predikant van „Die Geref. Kerk in S.A.” (GKSA) - ‘n reis naar Nederland te maken ter nadere kennismaking met de Chr. Geref. Kerk (CGK), dan zijn je indrukken zó overweldigend dat het niet alleen moeilijk is om ze weer te geven, maar ook moeilijk om precies te weten waar je moet beginnen.

Misschien moet ik beginnen met te zeggen dat het voor mij bijzonder vreugdevol was om de correspondentie die er tussen de CGK en de GKSA bestaat, nu ook persoonlijk te ervaren. Correspondentie - die term wil toch niets anders zeggen dan dat we één kerk zijn door landsgrenzen gescheiden. En juist dat allerbelangrijkste, het één kerk zijn, dát is het wat mij steeds weer in mijn contacten met allerlei broeders en zusters uit de CGK getroffen heeft. Want hoe verkwikkend was het niet om steeds weer met broeders en zusters te kunnen spreken op grond van het Woord en de belijdenis der kerk - hét fundament waarop echte eenheid altijd gebaseerd moet zijn; en hoe versterkend om bij vele gelegenheden getuige te mogen zijn van echte gehoorzaamheid aan Woord en belijdenis en van eerlijke pogingen om ook tot steeds beter verstaan daarvan te komen. Juist ook vanwege de correspondentie was de mogelijkheid van preekconsent aanwezig. Mijn gastheer voor een maand -ds. J.W. Maris van Hilversum-C. - had zich bereid verklaard om als contactadres op te treden en het gevolg daarvan was - na een bericht in „De Wekker” - dat ik gedurende de tweeëneenhalve maand van mijn verblijf in Neder-land elke zondag mocht voorgaan met Woordbediening in een groot aantal gemeenten: Rotterdam-Zuid, Ede, Nieuwe Pekela, Aalsmeer, Hilversum-C, Leeuwarden, Broek op Langedijk, Rotterdam-Charlois, Den Helder, Antwerpen en weer Rotterdam-Zuid. Mooi was dat: om te mogen afsluiten waar ik begonnen was en om daar aan het einde van de middagdienst geheel onverwacht toegezongen te worden uit Ps. 121. Dat gaf mij bijna het gevoel dat ik afscheid nam van mijn eigen gemeente.

Ik noemde hierboven de naam van ds. J. W. Maris van Hilversum-C Over de gastvrijheid die ik bij hem en zijn echtgenote genoten heb, heb ik niet anders dan de grootste lof en dankbaarheid. Heerlijk is dat: om als gast steeds het gevoel te hebben dat je helemaal erbij hoort. Mijn verblijf bij hen - en daarmee noem ik tevens dan ook graag de broederlijke contacten met de broeders van de kerkeraad en met een groot aantal leden van Hilversum-C. - waren voorwaar hoogtepunten van deze reis. Hoogtepunten - ja, die waren er veel. Eigenlijk te veel om op te noemen.

Er was bv. het bezoek aan de Theol. Hogeschool te Apeldoorn waar ik het voorrecht had om met enkele professoren kennis te maken; er was de ouderlingenconferentie te Amersfoort met de pittige toespraak van ds. J. H. Velema over het onderwerp: „Verschuivingen in de prediking”; er was het bezoek aan en de gastvrije ontvangst door prof. dr. W. H. Velema en zijn echtgenote aan de Emmalaan te Apeldoorn; er was het verblijf bij leden tijdens weekeinden i.v.m. de zondagse prediking; er waren de bezoeken die ik aan een aantal bejaarden te Hilversum-C. mocht brengen; er was … ach, er was zoveel dat blijvende indrukken achtergelaten heeft, dat het werkelijk niet allemaal genoemd kan worden.

Toch wil ik hier nog een uitzondering maken en die uitzondering betreft de erediensten die ik in Nederland mocht leiden. Het was voor mij bijzonder opvallend dat de erediensten in de CGK zoveel rustiger verlopen dan bij ons. Het feit dat de gemeente eigenlijk tijdens de hele eredienst blijft zitten deed mij heel verkwikkend aan. Hier kennen we dat niet omdat we hier nog de gewoonte hebben dat alle psalmen staande gezongen worden en de broeders ook opstaan tijdens de gebeden. Dit zijn gewoonten die zeker hun eigen historische achtergrond hebben maar die toch over het algemeen niet meewerken om een eredienst rustig te laten verlopen. Dat men in de CGK deze gewoonten niet heeft, acht ik liturgisch gezien een winstpunt.

Heel mooi vind ik ook de gewoonte om de lezing van de Wet des Heren en de Apostolische Geloofsbelijdenis niet in één dienst te laten geschieden, maar over de morgen- en middagdienst te verdelen. Hier in Zuid-Afrika worden deze twee elementen van de eredienst eigenlijk altijd tijdens de morgendienst gelezen. Het gevolg hiervan is dat de avonddienst steeds een zeer sober karakter draagt.

En dan moet ik - wat de eredienst betreft - erkennen dat het kerkbezoek in Nederland beter is dan in de meeste gevallen hier. Wanneer je dat opmerkt vraag je je af wat de reden daarvoor kan zijn. Zou het kunnen zijn omdat de kerken in Nederland meer strijd gekend hebben en nog kennen dan de kerken in Zuid-Afrika? Dit kén een reden zijn. Maar een dieperliggende reden is m.i. toch dat de antithese in Nederland een veel grotere rol speelt dan hier in Zuid-Afrika. Zonder duidelijke antithese is er altijd het niet denkbeeldige gevaar dat de grenzen tussen kerk en wereld in elkaar vloeien en de scheidslijnen niet meer duidelijk gezien worden.

Waren er ook zaken die verwondering wekten? Ja, beslist! En omdat één van de opdrachten waar het dit artikel betreft, was „om een vergelijking te maken tussen de CGK en de GKSA” (wat ik hierboven op het punt van de eredienst reeds geprobeerd heb te doen) geloof ik dat deze zaken met vrijmoedigheid, maar ook met liefde genoemd mogen worden.

Ik heb bv. met grote verwachting uitgezien naar het bijwonen van het wekelijkse college in de dogmatiek dat door ds. Maris verzorgd wordt. Mijn verwachting is echter beschaamd aangezien dat college niet door mij bijgewoond mócht worden. Zonder twijfel bestaat er voor deze weigering een goede en gegronde reden (hoewel ik die reden niet ken) maar zoiets zou in Zuid-Afrika nooit gebeuren. De zaak echter die de grootste verwondering wekte - en ik geloof dat daar één van de grote problemen van de CGK ligt - is de verscheidenheid van „ligging” - als ik het zo mag uitdrukken - van predi-kanten. Van „het midden” tot „uiterst rechts”. Dat is ook een verschijnsel dat in Zuid-Afrika onbekend is. Maar het is ook een verschijnsel dat m.i. in de CGK zelf problemen kan verwekken en ook verwekt. En ik geloof dat die problemen ook als duidelijke onderstroom aanwezig waren tijdens de classisvergadering die ik te Utrecht kon bijwonen. Want daar was het voor mij toch wel duidelijk dat dit verschil in „ligging” niet altijd op even broederlijke wijze van elkaar ervaren wordt. Dat is, dunkt mij, een zaak die steeds de aandacht van allen behoort te hebben omdat het een verschijnsel is dat schade kan doen aan de kerk van Christus.

Al met al heb ik mijn bezoek aan Nederland ter nadere kennismaking met de Chr. Geref. Kerken als verfrissend en verkwikkend ervaren. Men is daar bij broeders en zusters in hetzelfde allerheiligste geloof. En dat is toch tenslotte de grondslag waarop U in Nederland en wij in Zuid-Afrika altijd samen verder kunnen. Mijn bede is dat de Chr. Geref. Kerken onder de zegenende hand van onze trouwe Verbondsgod mogen groeien en bloeien en steeds mogen blijven wat zij nu zijn: lichaam van Christus. Is dat niet het allerbelangrijkste in deze verwarde tijden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.