+ Meer informatie

30 APRIL - 5 MEI

3 minuten leestijd

Dit toch zijn twee historische datums in de gebeurtenis van het Nederlandse volk. Beide datums hebben daarom temeer betekenis, als wij die zien mogen in het licht van des Heeren weldadigheden, betoond aan Vorstenhuis en volk.

Hoe groot was de blijdschap dat de Oranjeboom met vruchtbaarheid werd begiftigd en de lang gekoesterde wens in vervulling ging, bij de geboorte van Haar, die nu als Koningin het bestuur en de regering van ons volk is toebetrouwd. En waar het de Heere behaagde om een jaar tot Hare toe te doen, bidden wij onze geliefde Vorstin des Heeren onmisbare zegen toe. Hoe zwaar en verantwoordelijk is Haar taak, vooral in deze bange tijden. Hoeveel onweerswolken drijven boven ons hoofd en wie zal zeggen, wat ook ons volk in de toekomst te wachten staat. Als wij letten op de klimmende zonden en de verregaande verlating van God, dan worden wij met bange vrees vervuld. Immers, God laat niet met Zich spotten! Hij is wel lankmoedig, maar ook rechtvaardig. Dat onze geliefde Vorstin zulks beseffen mocht, opdat zij de God van hem, die een verbond had gemaakt met de Potentaat der Potentaten mocht benodigen. Dat 's Heeren vreze Haar rijkelijk geschonken werd, (want dat is toch het beginsel der wijsheid) opdat Zij ons volk mocht terug roepen tot de wet en de getuigenis, want alleen in zulk een weg zal God Zijn zegen schenken. Dat Hare Majesteit nog lang gespaard moge blijven, ook voor Haar Gemaal en de ganse Koninklijke familie, en tot blijdschap van het Nederlandse volk.

Ook 5 Mei zal in de gedachten gedurig terug keren, die dag waarop wij verlost werden van de vreselijke tirannie van hen, die ons hadden overweldigd; die dag der bevrijding, welke de Heere ons deed beleven als een tastbaar bewijs dat Hij in de toorn nog des ontfermens gedacht. Bij ons toch was er geen reden of waardigheid, o neen, maar de Heere deed het naar Zijn souverein welbehagen. Hoe zwaar was het juk dat op ons gelegd was om de zonden van Vorstenhuis en volk. Hoe werden wij bedreigd door vuur en water en honger, maar de Heere deed grote dingen. Maar Hij deed dat met die grote en heilige zelfbedoeling, dat wij Hem de eer en lof en dank er voor zouden toebrengen. Ja meer, dat wij na zoveel druk, in Zijne wegen zouden wandelen. En wat is daar van terecht gekomen? Zouden wij met die vraag niet tot ons zelf moeten inkeren ? Och, dat ons volk het eens bedenken mocht, hoe zwaar hun verantwoording is na zulk een verlossing. Dat wij ons dan op die dag verootmoedigen mochten door Gods genade, om met gebed en smekingen te komen voor Zijn aangezicht en dat ons volk leerde breken met de zonden, en in Zijn wegen leerde wandelen.

Ds A. VERHAGEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.