+ Meer informatie

GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.

4 minuten leestijd

Lucas 16 : 19—einde.

De rijke man en de arme Lazarus.

I een grote tegenstelling voor hun sterven.

II een gróte tegenstelling in hun sterven.

III een grote tegenstelling na hun sterven.

Volgens ons rechtsgevoel is aan de godsdienst de zegen, en aan de goddeloosheid de vloek verbonden.

Als we dan gedurig zien dat het de rechtvaardige kwalijk en de goddeloze wel gaat, komen we onwillekeurig in de stemming van Asaf, die nijdig was op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.

Als de Heere Asaf uit de drom van nevelen uitleidt en hem het leven laat zien bij hoger licht, legt hij de hand op zijn mond en belijdt een groot beest te zijn die onbevoegd is om over Gods leidingen te oordelen.

In deze gelijkenis laat de Heere zien hoe straks alle tegenstellingen worden opgelost.

De rijke man leeft vrolijk en prachtig en Lazarus, wiens naam betekent „God is mijn hulp", ligt als een brok ellende aan de poort terwijl de onreine honden zijn zweren lekken.

Hoe kan God zulke misstanden gedogen, vragen we onwillekeurig.

De dood, die koning noch onderdaan spaart, maakt ook aan beider leven een einde.

Nu komt een tweede tegenstelling openbaar.

Van Lazarus wordt niets vermeld dan dat zijn lichaam begraven werd.

Misschien heeft men voor dat ellendige lichaam een kuil gegraven en met afgewend gelaat het er in geworpen.

De rijke man werd begraven.

Zijn familieleden, die immers zijn erfgenamen waren, hebben geen kosten ontzien.

Met pracht en praal werd hij naar zijn praalgraf gedragen en door opgezwollen toespraken na zijn dood nog geëerd.

Nu komt de derde tegenstelling.

God licht eveif de sluier der eeuwigheid op.

Op een voor ons bevattelijke wijze wordt ons het eeuwig wel en eeuwig wee bekend gemaakt.

Alle nieuwsgierige vragen moeten hier verstommen. Laat het ons genoeg zijn, dat de H. Schrift hier duidelijke taal spreekt.

De arme Lazarus wordt door de engelen gedragen in de familieschoot van vader Abraham.

Hij was een geestelijke zoon van de Vader aller gelovigen.

Met Abraham, Izak en Jacob mocht hij aanzitten in het koninkrijk Gods.

Laten we hier niet te hoog mikken en gaan theologiseren over, voor eenvoudige mensen onbegrijpelijke dingen.

Laten we liever de nadruk leggen op de noodzakelijkheid van een nieuwe geboorte uit God.

Die in Christus is, is Abrahams zaad en naar de belofte erfgenaam.

Buiten Christus missen we de Geest, die alle dingen onderzoekt, ook de diepten Gods.

Alleen in de weg der wedergeboorte ontvangen wc een practische Godskennis waarbij zelfs een geleerde Nicodemus maar een domoor is.

De rijke man was een echte zoon van Abraham naar het vlees.

Hij droeg het teken des Verbonds in de besnijdenis. Zijn broeders waren in het bezit van de geschriften van Mozes en de profeten.

Maar ondanks zijn uitgesproken betrekking tot Abraham, welke betrekking zelfs door Abraham werd erkend in de naam „kind", sloeg hij toch zijn ogen op in de hel.

De klove is niet te overbruggen.

% Geen enkele verkwikking wordt hem geboden.

Mensen die de bediening van het Verbond met het wezen van het Verbond venvarren, weten hier geen raad.

Ernstige waarschuwing voor allen die gedoopt worden in de Naam van een Drieëenig God.

Die dus leven onder de bediening van Gods Verbond.

Voor wie hun ouders ja gezegd hebben op de ons bekende doopvragen.

Die elk jaar in de Catechismus-prediking zijn bepaald gew r orden bij Zondag 27.

Die misschien vrolijk en prachtig hebben geleefd.

Vele Christenen zijn te vergelijken bij een verlichte kerstboom.

Altijd groen maar zonder wortel.

Versierd met lichtjes en blinkende sieraden, die er echter van buitenaf zijn aangebracht.

Gods kinderen lijken soms op een boom in de winter. Zonder vrucht en zonder blad.

Maar als het voorjaar komt blijkt dat het leven weer gaat uitbotten.

In het najaar zien we de vruchten, die er niet van buitenaf aangebracht zijn, maar uit de boom gegroeid.

Geplant in de voorhoven des Heeren zullen ze zelfs in de grijze ouderdom vet en groen zijn en vruchten dragen ter verheerlijking Gods.

Niet te zwaar bomen over het Verbond, maar onderzoeken of we onder de bediening in een weg van wedergeboorte het wezen zijn deelachtig geworden.

Missen we dat, dan gaan we met de lofzang op onze lippen: „wij zijn Abrahams zaad", voor eeuwig verloren en dat is juist het ontroerende, dan worden we als kinderen des koninkrijks buiten geworpen.

In het grote gericht gaat het niet over Supra of Infra, maar over: met Lazarus boven in de hemel, of met de rijke man beneden in de hel.

Geve de Heere in deze kille en biddeloze tijd behoefte om met het gebed van ons kostelijk Doopsformulier in te stemmen en te vragen ook voor onze kinderen om inlijving in Christus, opdat ze straks zonder verschrikking mogen verschijnen voor de rechterstoel van Christus.

1. Is Lazarus naar de hemel gegaan omdat hij arm was?

2. Is de rijke man verloren gegaan omdat hij rijk was ?

3. Heeft het ook voor ons nog betekenis dat we Gods Woord hebben?

4. Kunnen de rampzaligen een blik slaan in de hemel ?

Bronnen:

Matthew Henry.

Dachsel.

Knap.

Sillevis Smit.

Ds. A. DE BLOIS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.