+ Meer informatie

Anna Boleyn, koningin van Engeland

Zondagmiddag 7 september 1533: geen zoon maar een dochter

13 minuten leestijd

In de herfst van het jaar 1532 waren de vooruitzichten op de mogelijkheid van een huwelijk tussen Hendrik Tudor en Anna Boleyn ten langen leste heel gunstig. De bejaarde aarsbisschop van Canterbury, Warham, die consequent had geweigerd het huwelijk tussen Hendrik en Catharina ongeldig te verklaren, overleed. In overleg met zijn kanselier Cromwell had de koning als zijn opvolger iemand op het oog die de felbegeerde uitspraak vermoedelijk wel zou doen.

Nu Hendrik het einddoel binnen handbereik zag, verleende hij zijn geliefde een hoge adellijke titel: ”markies van Pembroke”. De titel zou erfelijk zijn in de mannelijke lijn en zou haar een enorm persoonlijk inkomen van duizend pond per jaar opleveren. Op 1 september 1532 kreeg zij onder groot en plechtig ceremonieel, in aanwezigheid van de hele familie Tudor, bestaande uit prinsessen van den bloede, hertoginnen en gravinnen, de bij de titel behorende oorkonde en insignes uitgereikt. De grote afwezigen waren uiteraard Catharina en haar dochter Mary. Wat er in de hoofden en harten van de aanwezigen moet zijn omgegaan, laat zich alleen maar raden. Zij moesten hoe dan ook, erkennen dat Anna Boleyn niet behoorde tot de schare ordinaire liefjes, die aan de hoven van die dagen een gewoon verschijnsel waren. Vanaf die dag leefden Anna en Hendrik als man en vrouw.

Staatsiebezoek

In dezelfde herfst stond een staatsiebezoek aan Frankrijk op het program. Ook aan koning Frans I wilde Hendrik duidelijk maken dat Anna, die Frans I nog als meisje gekend had, de toekomstige koningin van Engeland zou zijn. Inderdaad stak het verliefde paar op 11 oktober 1532 het Nauw van Calais over en zette Anna na tien jaar weer voet op Franse bodem. Koning Frans’ zuster Margaretha echter wilde haar vroegere beschermelinge, die nu de concubine was van de Engelse koning, niet ontmoeten. Bij de desbetreffende receptie wendde zij ziekte voor.

Opnieuw vraag je je af hoe Anna zich met haar reformatorische overtuiging onder dit alles gevoeld zal hebben. De vrees van de historicus Merle d’Aubigné, dat zij althans in deze tijd nog niet het leven der genade kende, lijkt wel gegrond. Haar religie schijnt tot nu toe meer een zaak van haar verstand dan van haar hart, zegt hij. Ook niet-christelijke historici breken zich het hoofd over de vraag in hoeverre zij de leer van Luther aanhing (het was nog vóór Calvijns optreden) en of zij werkelijk een gelovige was. Zij vertellen in dit verband hoe zij op een keer diep onder de indruk was van een boek van de hervormer William Tyndale, ”Gehoorzaamheid van een christenmens”. Ze leende het uit aan een van haar kamermeisjes. En die aan haar verkering. De jongen werd ermee gesnapt door een roomse kapelaan. Die liep er verontwaardigd mee naar kardinaal Wolsey, de minister president. „Moet u zien, eminentie, zulke boeken circuleren in het paleis. En het vriendinnetje van de koning, die Anna Boleyn, heeft ze binnen gebracht”.

Tranen

Wolsey zag zijn kans schoon om Anna bij de koning zwart te maken. Van alles wat naar ketterij rook had Hendrik een afkeer. Het luthers gebroed moest uitgeroeid. De situatie was levensgevaarlijk. Maar Anna, door het kamermeisje vliegensvlug ingelicht, aarzelde geen ogenblik. Van haar bevoorrechte positie gebruikmakend, liep zij regelrecht bij de koning binnen, viel voor hem op haar knieën en vertelde onder tranen wat er aan de hand was. „Heel goed dat je me op de hoogte brengt, m’n kind”, zei de geduchte monarch. En toen even later een opgewonden kardinaal Wolsey binnenkwam met een boek in zijn handen, zei hij alleen maar: „Geef maar hier eminentie, ik zal dat boek eerst zelf wel eens lezen”.

Op 13 november 1532 keerden Hendrik en Anna terug van hun bezoek aan Frankrijk. De korte dagen kwamen nu, met hun vermaak binnenshuis en bij avond het kaarslicht in de koninklijke suites. Wat de koning vooral bezighield, was de benoeming van de nieuwe aartsbisschop van Canterbury. De formele gang van zaken was momenteel zo dat Hendrik een bindende voordracht kon doen bij paus Clement, maar dat deze de benoeming nog altijd per een speciaal uit te geven bul moest bekrachtigen. Om die bul uit ’s pausen handen te krijgen, moest Hendrik behendig manoeuvreren, want hij had een man op het oog die erg geportreerd was voor de ideeën van Luther. Het ging om de geleerde Thomas Cranmer, die in overheidsdienst was en op dit ogenblik voor een diplomatieke missie in Duitsland vertoefde. Hendrik had hem schriftelijk gepolst en verder via Franse vrienden de paus in de waan laten brengen dat hij zich zou schikken naar een op komst zijnde pauselijke uitspraak in de echtscheidingskwestie.

Onthoofd

Wellicht zou de paus van zijn kant nu niet moeilijk doen over de inauguratie van Thomas Cranmer als aartsbisschop in Engeland. Een mooie opzet! Maar ook nu deden zich complicaties voor. De eerste was dat Cranmer helemaal niets voelde voor de hoge functie die de koning hem toedacht. Cranmer was nogal voorzichtig, om niet te zeggen bang, uitgevallen. Bovendien was hij tijdens zijn detachering in Duitsland getrouwd met een nicht van de hervormer Andreas Osiander uit Neurenberg. Om nu als hoofd van de kerk onder koning Hendrik, die bullebak, te gaan dienen, lokte hem niet aan. Hij bleef liever bij Gretchen! Beleefd probeerde hij onder de benoeming uit te komen. Cranmer kende het woord van Salomo: de grimmigheid des konings is als een bode des doods.

Dat hij de zaken in het juiste licht zag, zou nog geen drie jaar later blijken. In 1535 liet Hendrik twee van zijn trouwste dienaren ter dood brengen omdat zij om des gewetens wil zijn suprematie over de Engelse kerk niet konden erkennen. De eminente bisschop Fisher van Rochester en de wijsgeer Thomas More, beiden overtuigd rooms maar pausgezind, werden kort na elkaar onthoofd. En wat zou de koning van Cranmer verwachten? Niets minder natuurlijk dan dat deze zijn huwelijk met Catharina ongeldig zou verklaren en de zondige weg met Anna Beleyn met zijn kerkelijke autoriteit zou bedekken.

Maar als het nu eens Gods bedoeling was dat Anna koningin zou worden? Wat zou zij niet voor de kerk van Engeland kunnen betekenen? En als zij later de moeder zou zijn van een kroonprins? Als die kroonprins eens een uitverkoren vat zou zijn en later een voedsterheer der kerk? Of koos Cranmer, zo overleggend de weg van de minste weerstand? Ten prooi aan weinig vrolijke gedachten reisde de aartsbisschop in spe al treuzelend door het donker van de winter van 1532/1533 uit Duitsland terug naar Londen. Margaretha liet hij voor alle zekerheid voorlopig bij haar familie achter.

Ontmoeting

De maand januari liep al en einde toen Cranmer zich bij de koning meldde. Ongeduldiger dan ooit was zijne majesteit.

Want een andere complicatie had zich intussen voorgedaan. Kort na nieuwjaar had Anna de koning toevertrouwd dat ze zwanger was. Wat nu? Als dit de paus ter ore kwam, zou deze zeker geen bul ter bekrachtiging van Cranmers benoeming tot aartsbisschop afgeven. Bovendien moesten maatregelen worden getroffen, opdat Anna’s kind niet als bastaard zou worden geboren.

Maar Hendrik wist raad. En eeuwen later verwonderen wij er ons nog over dat de geschiedenis, van zo buitengewoon veel belang voor de Kerk des Heeren in Engeland, die wending nam dat ’s konings opzet wonderwel gelukte. Half januari (de datum is tot op de dag van vandaag niet precies bekend) werden Hendrik en Anna in het diepste geheim in een toerenkamer van het koninklijk paleis getrouwd. De hofkapelaan, die de plechtigheid verrichtte, had de koning voorgelogen dat de pauselijke toestemming voor het huwelijk intussen binnen was, zodat het voor God verantwoord was. De getuigen kregen absolute zwijgplicht opgelegd. Lange tijd is beweerd dat het Cranmer was die deze dienst leidde, maar latere geschiedschrijvers zijn geneigd zijn ontkenning te geloven. Het huwelijk was al gesloten toen Cranmer in Londen arriveerde.

Als beschouwers na vierenhalve eeuw kunnen wij hier niet anders dan bigamie constateren. Nog altijd immers leefde in de stille afzondering van haar verbanningsoord de wettige koningin Catharina.

Inauguratie

Het was luttele dagen na deze huwelijkssluiting dat Cranmer oog in oog stond met de vorst voor wij hij zo’n diep ontzag koesterde. Geen tegenstribbelend woord kwam nu over zijn lippen: hij aanvaardde zijn benoeming tot aartsbisschop van Canterbury.

Alle voorbereidselen voor zijn plechtige inauguratie werden daarop meteen in gang gezet. Haast was geboden! Elke dag kon Anna’s zwangerschap bekend worden en ongetwijfeld zouden koeriers naar het vasteland van Europa snellen om het nieuws over te brengen aan de koninklijke en kerkelijke hoven. Trouwens, voordat haar zwellende leest het geheim verried, had Anna het grote nieuws aan haar hofdames verteld. Die wisten niet of ze verdrietig of blij moesten zijn. Ook de koning zelf kon niet langer verbergen wat er gebeurd was. Achtereenvolgens stelde hij zijn ministerie, het parlement en de kerkelijke autoriteiten op de hoogte. Officieel kondigde hij aan dat Anna koningin zou worden, dat ze getrouwd waren en dat zij een kind van hem verwachtte.

Herziene liturgie

Ondertussen was alles gereed voor Cranmers wijding. De koeriers die de benodigde pauselijke bul naar Engeland brachten, kruisten het pad van de ijlboden die met het bericht van Anna’s zwangerschap de Noordzee of het Kanaal overstaken. Op 30 maart 1533 werd Thomas Cranmer onder indrukwekkend ceremonieel tot het hoogste ambt in Engelands kerk gewijd en kreeg hij in de geur van wierookwolken het aartsbisschoppelijk pallium omgehangen.

Een van zijn eerste daden was de wijziging van de liturgie. In de voorgeschreven gebeden zou niet langer gesproken worden van „Uw dienstmaagd, onze souvereine Vrouwe Catharina”, maar, met dezelfde bewoordingen, van Anna. Met Pasen zou deze verandering ingaan. En op paaszaterdag, 12 april 1533, ging Anna, prachtig aangekleed en omhangen met diamanten, officieel als koningin van Engeland naar de kerk. Een stoet van zestig hofdames omstuwde haar. Koningin Catharina had altijd met dertig volstaan. Ontleende Anna het getal zestig aan Hooglied 6:8? Het was de kerkgangers of ze droomden, rapporteerde de Spaanse gezant Chapuys aan Madrid; ze wisten niet of ze moesten lachen of huilen.

Catharina ontving nu officieel bericht dat ze voortaan geen hogere titel dan die van ”prinses-douarière” zou voeren. Haar staatsiesloep, waarmee ze zo vaak over de Thames was geroeid, werd onttakeld, opnieuw geschilderd in Anna’s kleuren purper en blauw en met haar wimpels en wapenschilden opgetuigd. Op 23 mei 1533 verscheen een decreet van de nieuwe aartsbisschop waarbij, op grond van Leviticus 20:21, met terugwerkende kracht van 24 jaar, het huwelijk tussen Hendrik Tudor en Catharina van Aragon werd geannuleerd. En vijf dagen later werd met een aparte aartsbisschoppelijke beschikking het in de torenkamer gesloten huwelijk met Anna Boleyn wettig verklaard. Westminster Abbey

Niets stond Anna’s kroning meer in de weg. Wel drong de tijd, want ze was nu vijf maanden zwanger en het ceremonieel zou veel van haar uithoudingsvermogen vergen. Daarom werd dat meteen de volgende dag, woensdag 29 mei, ingezet. Met een schitterende vloot van rijkversierde gondels kwam de burgemeester van Londen haar bij haar privé-paleis in Greenwich ophalen. In de koninklijke staatsiesloep werd ze stroomopwaarts naar de Tower geroeid. En wie stond daar hoog op de kade om haar boven aan de stenen traptreden te verwelkomen? De koning zelf! Liefkozend legde hij zijn beide handen op de gezwollen schoot die zijn erfgenaam droeg. En Anna kon niet vermoeden dat zij drie jaar later dezelfde kademuur zou beklimmen en de donkere waterpoort van de Tower binnengaan, maar dan gearresteerd door ’s konings lijfwacht, beschuldigd van meervoudig overspel en ter dood veroordeeld.

De volgende dag was er een rijtoer door het vlaggende Londen en een huldiging door de vroedschap van de gilden. Vrijdag en zaterdag rustte de nieuwe koningin uit in haar vertrekken in de Tower en verzamelde krachten voor het grote ceremonieel van de kroning op de eerste pinksterdag in Westminster Abbey. Om negen uur die morgen arriveerde zij bij het majestueuze godsgebouw, gekleed in een mantel van purper fluweel, afgezet met hermelijn. De hertogin van Norfolk droeg de sleep van haar sluier, de bisschoppen van Londen en Winchester ieder een val van haar mantel. Vier ridders hielden een rijk bestikt baldakijn boven haar hoofd. En voor haar uit liep, met hoog geheven de koninklijke kroon, de hertog van Suffolk.

Wapenspreuk

Zo schreed zij de kathedraal binnen, de lange weg langs het koor tot voor het hoofdaltaar, dezelfde weg waarlangs 464 jaar later de kist met het lichaam van Diana, prinses van Wales, zou worden gedragen. Aan het einde van de lange kerkdienst met eindeloze formulieren, gebeden en samenzang kwam ten slotte het moment Suprème waarop aartsbisschop Cranmer haar hoofd en borst zalfde met de heilige olie en haar de zware kroon van St. Andreas op de slapen zette.

Tegelijkertijd gaven de hertogen van Norfolk en Suffolk haar in elke hand een scepter. In haar rechterhand hield zij de gouden rijksscepter, in haar linker de ivoren scepter gekroond met de duif. Zij symboliseerden haar koninklijke macht, die rechtvaardig en zachtmoedig zou worden uitgeoefend. En toen die pinksterzondag de avond daalde over Londen was Anna Boleyn koningin van Engeland. Als wapenspreuk had zij de afgelopen dagen de woorden ”La Plus Heureuse” (De Gelukkigste) gekozen. Hoe zal haar avondgebed geweest zijn?

Greenwich De zomermaanden van het jaar 1533 werden gewijd aan de verwelkoming van de langverwachte troonopvolger. Eindelijk zou dan aan de dynastie van Tudor weer een nieuwe loot worden toegevoegd. Voor Anna’s komende bevalling werden talloze voorzorgsmaatregelen getroffen. Nadrukkelijk werd de plaats bepaald waar de koninklijke zuigeling ter wereld zou komen: in Greenwich, in Anna’s privé-paleis.

Saluutbatterijen werden opgesteld, de orde van dienst van de doopplechtigheid doorgenomen met het kapittel van de parochiekerk. Een apart bed voor de bevalling werd gereedgemaakt. Daarnaast kwam er een staatsiebed waarin de koningin felicitaties en geschenken in ontvangst zou nemen. Daarboven werd een baldakijn aangebracht, geborduurd met de wapens van de koning en de koningin. De beddenspreien werden afgezet met scharlaken en blauw fluweel. Kussens werden bestikt met gouddraad. Een hermelijnen robe zou de koningin worden omgehangen als de gasten op kraambezoek kwamen. De laatste dagen kwamen. Vanaf nu zou de vorstin haar kamer houden.

Altaar en lezenaar werden in haar onmiddellijke nabijheid geplaatst opdat zij haar godsdienstplichten tot het laatst toe zou kunnen nakomen en dagelijks aan de tafel des Heeren zou kunnen communiceren. Een enorme wieg werd voor de boreling gereedgezet, vijfenhalve voet lang, tweeënhalve voet breed, ook weer voorzien van baldakijn en borduurwerk. Een programma voor een historische optocht en een schitterende riddertoernooi ter ere van de troonopvolger werd gereedgemaakt. De prachtigste paarden werden aangevoerd. Enorme hoeveelheden kurkdroog hout werden op de oevers van de Thames opgestapeld om op het eerste bericht van de geboorte van een prins de vreugdevuren te kunnen ontsteken.

Het enige waarover de koning nog dubde, was de naam van de prins: Edward of Hendrik? Maar God had anders beschikt. Op zondag 7 september 1533, ’s middags tussen drie en vier uur, beviel Anna van een dochter. Het was de eerste stap in een neerwaartse spiraal.

Dit is de tweede aflevering in een driedelige serie over Anna Boleyn. Volgende week deel 3.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.