+ Meer informatie

Het Naardermeer in de winter

6 minuten leestijd

Door de harde wind vroren de wateren in de winter van 1995/'96 niet geheel dicht, maar toch bracht het ijs je op plaatsen waar je anders nooit kunt komen. Zo bezocht ik samen met een fotomaatje het Naardermeer. Het Naardermeer is niet vrij toegankelijk maar als het ijs dik genoeg is, mag er worden geschaatst.

Het is nog halfdonker als we over de meerkade aan de rand van het Naardermeer lopen, onder het toeziend oog van een langzaam rijdende jeep op de weg die evenwijdig loopt aan de meerkade. Waarschijnlijk is het een boswachter die ons in de gaten houdt. Het is helder. Aan de horizon kleurt het al rood. Het is zo'n 10 graden onder nul en er staat een aardige wind. Links van ons liggen de weilanden, waarop een aantal hazen loopt, en rechts ligt een houtsingel met een rietkraag. Het water daarachter ziet er leeg en eenzaam uit. Wat verderop schiet een vos vanuit de weilanden het struweel in. We hopen vandaag meer vossen en ook reeën te zien, en dan het liefst op het ijs. Op het ijs is het nog kouder. Er zijn nog diverse windwakken, waar zwanen en eenden in zwemmen. De afgelopen dagen is er wat sneeuw gevallen. Het ijs is vrij van sneeuw want de wind heeft de meeste sneeuw naar de rietkragen verplaatst.
Midden op het meer wachten we in de buurt van wat riet de zonsopkomst af Rond kwart voor negen laat de eerste oranje-rode ronding van de zon zich zien. Binnen enkele minuten staat de zon als een ronde bal boven het bevroren landschap van het Naardermeer. De dag breekt aan.

Vos
Tijdens zonsopkomst daalt de temperatuur altijd een paar graden en na een poosje in het open landschap te zijn geweest, zijn we door en door koud. We zoeken de beschutting op van de rietkragen. In de rietkragen liggen sneeuwhopen tot soms wel een halve meter hoog. In de sneeuw staan afdrukken van een vos. We zien hem echter niet. We lopen de sloot africhting de aalscholverkolonie. Aan beide zijden van de sloot staat riet en je loopt er lekker uit de wind. Hoe verder we het Naardermeer op gaan,
hoe meer afdrukken van vossen, muizen en reeën we tegenkomen. Na een tijdje slaan we rechtsaf en lopen we richting de observatiehut bij de aalscholverkolonie. Rechts staan enkele reeën, die zich snel uit de voeten maken. Voordat we de camera hebben kunnen richten, zijn de reeën al verdwenen.
Hierna praten we zachter en zijn we alerter op de omgevingsgeluiden, om de ontmoetingen met dieren vooral niet te missen. Het zou toch wel mooi zijn om een ree op het ijs op de gevoelige plaat vast te leggen. Lopend naar de hut denk ik terug aan de zomer. We zijn hier vaak in de zomer geweest. 
Ook toen waren hier reeën, maar vooral de aantallen aalscholvers maakten indruk. Nu is er niet één te zien. We komen bij de aanlegplaats van de boot waar bezoekers uitstappen om naar de hut te lopen. Hier stappen we van het ijs en binnen enkele tellen staan we in de hut. De nesten van de aalscholvers zijn er nog maar de vogels niet. In het voorjaar is hier volop leven. Aalscholverouders die af en aan vliegen om hun jongen te voeren. Reigers en vossen die onder de nestbomen zoeken naar lekkere hapjes die buiten het nest zijn gevallen. Het is er dan geen moment stil.

Reeën
Stilletjes verlaten we de hut en even later staan we weer op het ijs. We gaan naar het gebied aan de andere kant van de spoorlijn. Als we het spoor onder door zijn en een hoek omgaan, steekt verderop een ree het ijs over. Aan de andere kant staat nog een ree en deze komt ook het ijs op. De reegeit blijft even in het zonlicht staan en steekt ook over. Het gaat allemaal zo snel, dat ik maar twee opnamen kan maken.
We blijven wachten want je weet maar nooit. Af en toe zien we wat schimmen in de bosjes links en rechts van de sloot bewegen, maar op het ijs komen doen ze niet. Achter ons zien we de eerste schaatser. Ik vraag hem of hij even wil wachten. De reeën laten zich echter niet meer zien en de schaatser schaatst even later voor ons uit.
Dat hier reeën zitten, zien we ook aan de sporen in de sneeuw. Reeën hebben moeite om zich op het ijs staande te houden. Sommige afdrukken laten dit duidelijk zien. In het gebied ten zuiden van de spoorlijn komen we naarmate het later wordt steeds meer schaatsers tegen. Op sommige plaatsen is het ijs zo helder, dat we soms een vis onder het ijs zien wegschieten. In het ijs zitten de gasbelletjes gevangen die vanuit de bodem van het meer omhoog borrelen.

Nestbomen
Rond twaalf uur komen we weer in de buurt van de observatiehut. Daar zijn drie mannen druk in de weer met het plaatsen van stammen in de buurt van de observatiehut. Ze zijn bomen aan het plaatsen waarin de aalscholvers in het voorjaar hun nest kunnen maken. De jarenlang gebruikte nestbomen rond de hut zijn door de mest van de aalscholvers afgestorven.
Omdat de bezoekers in het voorjaar de aalscholvers van dichtbij willen zien, worden er bomen in de grond geplaatst die elders worden gekapt. Om de aalscholvers een handje te helpen, doen de mannen wat takjes bij elkaar die ze met een ijzerdraadje boven in de stammen bevestigen. Het begin voor een nest is er. Als we foto's aan het maken zijn, komt een van de mannen op ons af Hij vraagt voor wie de foto's zijn en wat we ermee gaan doen. De aalscholvers zijn de laatste jaren nogal eens in opspraak geweest omdat ze nogal wat vis aankunnen, wel een pondje per dag. We stellen de man gerust door te vertellen dat we geen kwade bedoelingen hebben met de opnamen die we maken.

Roodborstje
Wanneer de mannen vertrekken om verse bomen te gaan halen, lopen wij ook verder. Langs de brede sloot staan bomen waarin soms wel 5 of 6 nesten zitten. In een van de bomen hangt nog een dood jong. Op een kruising van twee sloten komen we een aantal Duitsers tegen. Ze blijken geïnteresseerd te zijn in vogels en zo-even hadden ze een Rotkehlchen gezien dat helemaal niet bang was. En ja hoor, even later verschijnt een roodborstje dat tot op enkele meters te benaderen is. We moeten af en toe zelfs iets achteruit lopen om scherp te kunnen stellen.
Als we achteruit lopen, vliegt hij met ons mee. Voordat ik het in de gaten heb, zit het roodborstje op mijn lens. Als je dan geen tweede camera bij je hebt, begin je als fotograaf niets meer. Blijkbaar is de roodborst aan arbeiders van het Naardermeer gewend want als blijkt dat wij geen kruimels brood voor hem hebben, gaat hij ervandoor en laat hij zich ook niet meer zien. Dan zijn we ook al heel wat uurtjes op het ijs en besluiten we richting de auto te lopen. Op de open plas waar we vanochtend de zonsopkomst hebben meegemaakt is het nu druk met schaatsers. Tevreden kijken we terug op een winterdag in het Naardermeer, een gebied dat ooit bestemd was als vuilstortplaats voor Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.