+ Meer informatie

Een sober, dringend gebed

5 minuten leestijd

Vers 36 begint met de mededeling, dat het de tijd was waarop het spijsoffer, het avondoffer werd gebracht. De schrijver benadrukt dat Baal de hele dag de gelegenheid kreeg om zijn macht te tonen, maar dat er niets gebeurde. Voor de Heere bleef hoogstens anderhalfuur beschikbaar, het was evenwel lang genoeg ter openbaring van Zijn grootheid. Elia naderde thans tot de Heere bij het altaar. Elia was een middelaar Gods en der mensen, een voorloper van de algenoegzame Zaligmaker. Elia zeide wat op zijn hart was. Hoe sober! Wij denken aan de Baalpriesters met al hun drukke lichaamsbewegingen, hun aangebrachte verwondingen, hun heftig roepen, hun eindeloze herhahngen. Wie door de Geest der gebeden geleid wordt, heeft geen kunstmiddelen nodig. Het zeggen wat het gemoed vervult is voldoende en eert de Heere meer dan alle omhaal van woorden, waardoor wij Zijn verhoring zoeken te verwerven.

De profeet riep de Naam des Heeren aan en hij vroeg: Dat het heden bekend worde in Israël, dat Gij God zijt. De Baaipriesters riepen enkel om vuur op hun offer, opdat zij niet beschaamd zouden staan. EUa daarentegen smeekte eerst om de grootmaking van 's Heeren Naam; Israël moge er diep van doordrongen worden, dat de HEERE waarlijk God is. Maar tevens had de profeet het welzijn van het volk op het oog. Als maar beleden zou worden dat niet Baal maar God de Heere der heren is, nam Israëls diepste nood een einde. De God des Verbonds toch zal Zijn erfdeel niet in de zondeschuld laten omkomen, zo het met oprecht berouw tot Hem wederkeert. Wie Gods verheerlijking van harte krijgt te zoeken, schiet er zelf nooit bij tekort. De Heere geeft een ruim genadeloon aan degenen die Hij Zelve gewillig en bereid maakte tot Zijn dienst. Bent u al bereid gemaakt om met uw gehele hart de Heere te dienen? Of dient u nog altijd de wereld, de zonde en het eigen vlees? We hebben de pHcht om God te dienen, want wij zijn geschapen om God te loven en te prijzen. Maar wat brengen wij daar weinig van terecht. Door de val in Adam zoeken wij onze eer en verheerlijking en dienen de vorst der duisternis, maar niet de HEERE. God te dienen is in onze ogen een last. Jongelui, heb je ook zo'n afkeer om naar de kerk te gaan? Om naar de Heere te vragen? Begeer toch of de Heere dit tot een lust wil maken.

Zo is het verstaanbaar dat Elia, die de ere zijns Gods en het waarachtig belang van zijn volk zocht, dringend, tot tweemaal toe vroeg: Antwoord mij, Heere, antwoord mij. Het zenuwachtige dwingen van de heidense priesters, die urenlang dreunden: Baal, antwoord ons, was hem vreemd. Elia bad in sterk vertrouwen, steunende op de toezegging des Heeren, maar ook met een bewogen gemoed, daar het om zulke grote dingen ging. Opdat dit volk erkenne, dat Gij, o Heere, Die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt. Eerst bad hij of God Zich glorieus als de Levende mocht betonen. Nu voegde hij eraantoe, dat deze voorwerpelijke openbaring ook onderwerpelijk aan Israël zou worden toegepast. De Heere heffe niet alleen de droogte in de natuur op, maar doe ook door Zijn onwederstandelijke genade vooral de geestelijke dorheid wijken. Het krachtigste bewijs van Gods opperhoogheid zou immers nog zonder gezegend gevolg blijven, indien God de harten niet omwendde achterwaarts van Baal weg en naar de Heere Zelve heen. Het vuur moest ook in het binnenste inslaan en de afgodische ongerechtigheid wegbranden.

Is dat bij u al geschied? Gods heildaden zijn niet bedoeld om er enkel naar te zien, maar om er persoonlijk in betrokken te worden.

Toen viel het vuur uit de hemel. De Heere verhoorde het gebed, dat Hij in het hart van Zijn kind gelegd had. Tweeërlei is de sprake van Gods vuur. Het is in de eerste plaats een uiting van Zijn rechtvaardige toorn. De var, die in vlammen opging, predikte dat Israël vanwege zijn afgoderij dit oordeel had verdiend. En het feit dat ook het altaar versmolt, wees op de hevigheid van Gods gramschap. Het vuur gewaagt in de tweede plaats van Gods goedertierenheid en behoudenis. Gedurende drie en een halfjaar was de hemel gesloten geweest, en daalde geen dauw of regen neer, maar nu was de hemel weer opengegaan. Nu riep het volk: De HEERE is God, de HEERE is God. Er zijn er geweest, die het riepen omdat ze onder de indruk waren. Spoedig vervielen zij weer in hun ongerechtigheden. Er zijn er ook geweest, waar het een zaak des harten was. Deze werden neergeschoten, terwijl de eerste werden aangeschoten. Wat bent u? Aangeschoten door het Woord? Wel eens onder de indruk, wel eens bewogen maar meer niet? Of bent u neergeschoten, d.w.z. hebt u uw verlorenheid ingeleefd? Aangeschoten is niet genoeg, we moeten neergeschoten worden om Christus te leren nodig krijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.