+ Meer informatie

Vergelijking met Abraham

3 minuten leestijd

Wie is er van ons, die zo hard is aangevallen als Abraham, en die een zó ellendig leven heeft, dat nooit in rust was? Want God beveelt hem het land van zijn geboorte te verlaten, en als hij het achtergelaten heeft, blijft hij daar wachten op het midden van de weg, totdat zijn vader overleden is. Eindelijk komt hij dat land binnen, zelfs niet wetende naar welke kant hij zich moet wenden, want God verwaardigt Zich niet hem te zeggen welk land het is, waarheen Hij hem roept, maar Hij houdt hem daar als met ijdele beloften gepaaid. En als hij daar gekomen is, wat dan? Men kwelt hem, men hindert hem, er is anders niet dan onrust. En verder, wanneer de mensen hem terdege geplaagd hebben, dient de honger zich aan, zodat hij zich moet terugtrekken; zijr vrouw wordt hem daar ontroofd. En dan, als hij terugkeert, begint het weer; en voor de tweede maal moet hij elders voedsel zoeken, en intussen zegt God tot hem: het doet er niet toe, Ik zal u dit land geven, gij zult er heer er meester zijn. Ja, maar hij ziet er niets van. Intussen heeft hij geen plaats om te verblijven en niettemin belooft God hem, dat Hij hem erfgenaam van de wereld zal maken. En verder, wanneer het schijnt, dat hij nakroost moet hebben, heeft hij het in het geheel niet, en toch moet daarin zijn heil liggen; maar hij is oud en verouderd, en toch zegt God tot hem: gij zult geen heil hebben, als gij geen nakroost hebt, en hoe zal dat dan? Hij is al zo oud, dat hij het niet meer verwachten kan.

Wel, en als God hem Isfnaël gegeven heeft, wat dat? Hij moet uit het huis gebannen en weggezonden worden. En dan ten laatste, als hij Izak heeft, volgens de belofte, ontrukt God hem zijn eigen kind en komt hem zeggen: Ga hem doden. Dat is nog meer dan wij van Job horen. Want als een vader hoort, dat zijn kinderen door de bliksem getroffen zijn, ofwel dat men ze vermoord heeft, dan is dat waarlijk heel bitter voor hem en zwaar om te dragen; maar dat hij zijn kind met zijn eigen hand gaat doden, dat is wel het uiterste, en Abraham moet zover komen. En dan, wanneer God hem zijn zoon teruggegeven heeft, alsof Hij hem van de doden had opgewekt, toont Hij hem wat de belofte is die Hij hem gegeven had: Ik heb u tot nu toe gezegd, dat gij erfgenaam zult zijn van dit land, maar het is er zover vandaan, dat gij u daarin zult verheugen, dat gij gedurende uw leven in het bezit zult komen. Dat uw nakomelingen eruit verjaagd zullen worden, dat zij in een vreemd land zullen zijn onder een zeer wrede tyrannie gedurende een tijdruimte van 400 jaren. Wij zien, dat God Zijn knecht Abraham geoefend heeft op een wijze die ongewoon en onder de mensen niet gebruikelijk is. Waarom? Want Hij had hem ook bekrachtigd door Zijn Heilige Geest, en toch heeft Hij hem grote en zware aanvallen toegeschikt. Daar ziet ge hoe God handelt met hen, die de uitnemendsten zijn, opdat zij ons tot spiegels zijn en voorbeelden om na te volgen. En waarlijk, men zal zulke werken niet uitvoeren in een kleine werkplaats, zoals in een grote - daar waar materiaal zal zijn en een menigte werklieden, zodat alles goed ingericht is en in orde -en als het een kleine zaak is, kan men er geen groot bedrijf uitoefenen. Zó gaat God te werk.

Uit een preek over Job 1: 13 t/m 19.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.