+ Meer informatie

Schrijfwijsheden na de Schrijfwijzer

Nederlanders en Vlamingen vullen interessante bundel over taaladvies

5 minuten leestijd

Laat 37 Nederlanders en Vlamingen schrijven over taalgebruik en taaladvies. Geef ieder vier tot acht bladzijden ruimte. Alle elementen voor een oppervlakkig boek met veel overlappingen lijken aanwezig. Toch werd "Schrijfwijsheden" een hoogst interessante bundel. De opstellen verschenen omdat er 300.000 exemplaren (inmiddels zijn we volgens de uitgever weer enkele tienduizenden verder) van het meest gebruikte taaladviesboek verkocht waren: Jan Renkema's "Schrijfwijzer".

De beide eindredacteuren van de opstellenbundel, Ted Sanders en Peter Smulders, hebben zich uitstekend van hun taak gekweten. Zij leiden de verzameling in met een verhelderend opstel over taaladvies in verleden en heden. Met een koppeling naar zowel het taalonderzoek als het taalgebruik. Daarmee zijn tegelijk de terreinen die het boek bestrijkt afgebakend.

Dat Sanders en Smulders de drie aandachtsvelden goed overzien, blijkt ook uit de stellingen die zij de 37 scribenten aanreikten. Yvonne Halink, hoofdredacteur van de "Taalbaak", kreeg de stelling: ,,Het gemiddelde taaladviesboek kan (...) een stuk dunner". Dr. Joop van der Horst, hoofddocent Historische Taalkunde in Leuven, werd uit zijn tent gelokt met: ,,Het geven van taaldaviezen behoort niet tot de taak van taalkundigen". En wellicht veert half Nederland op bij de stelling: ,,Alle pogingen om het taalgebruik van de Belastingdienst te verbeteren, zijn vergeefs zolang de regels zo ingewikkeld zijn". Die was voor Jan van de Wetering, coördinator van het taalprogramma van de Belastingdienst.

Dolman en Hermans

Taaladviseurs, taalkundigen en (bekende) taalgebruikers. Van Dolman tot Lubbers. Van Inez van Eijk tot Corriejanne Timmers. Van Toon Hermans tot Pieter Nieuwint (over het stijlgevoel van een andere Hermans, W. F.). Verbluffend, hoe sommige scribenten de kunst verstaan om in een paar bladzijden helder uit de doeken te doen waarmee zij bezig zijn. Of belangstelling te wekken voor hun vakgebied.

Jaap de Jong, auteur van een "Handboek Bedrijfscorrespondentie", schrijft dat het in China ongepast is zomaar een brief te schrijven aan iemand aan wie men nog niet voorgesteld is. En over gedurfde sollicitatiebrieven: ,,Hoofden Personeelszaken van Fokker en KLM vinden het inmiddels niet (meer) origineel als ze sollicitatiebrieven aantreffen die als een vliegtuigje gevouwen zijn".

De neerlandicus dr. Arend Jan Bolhuis weidt uit over het verwerken van lange zinnen bij de Nieuwe Bijbelvertaling. Het opstel kan natuurlijk slechts een klein onderdeel van een gigantisch werk als een bijbelvertaling aansnijden. Het gaat alleen over het gedeelte Galaten 2:6-9.

Troonrede

Andere scribenten kunnen een héél terrein beschrijven. Bijvoorbeeld oud-premier Lubbers en zijn oud-secretaris-generaal Hoekstra over de totstandkoming van de Troonrede. Werkt het gebruik van de lijdende vorm vervagend? Hoeft de definitieve tekst echt pas vijf dagen van tevoren bij de Staatsdrukkerij te liggen? Neen respectievelijk ja, zo maken de auteurs duidelijk.

Wie ontkent dat een taal voortdurend in beweging is, of wie met een rode pen en een rood hoofd beweert dat regels altijd en overal gelden, komt vroeg of laat buiten de werkelijkheid te staan. Weliswaar noemt mr. J. L. Heldring zijn bijdrage "Afspraken zijn afspraken". Maar de docent taalbeheersing dr. F. Jansen (Utrecht) verdedigt met verve de stelling dat het advies "Vermijd tangconstructies" onjuist en ongefundeerd is, maar... wel nuttig. Wie zou het aandurven om de ontwikkelingen op eigen vakgebied onbestudeerd te laten.

Fout en inhoud

Voortdurend zet dit boek tot denken aan. ,,Wat is stimulerender voor onderzoek dan twijfel aan vastgeroeste overtuigingen?", zo eindigt een van de opstellen.

Tal van taalgebruikers zijn in dit boek met elkaar in gesprek, in discussie zelfs, over het nut en de grenzen van taaladviezen. Jan Renkema zelf hij schreef geen bijdrage, maar werd geïnterviewd door Peter Burger- zegt iets dat de hele problematiek ontzettend simpel en doorzichtig maakt: ,,(...) lezers vallen over zo'n fout. En als lezers over zoiets vallen, letten ze minder op de inhoud van de tekst".

De praktijk heeft dus, terecht, een dikke vinger in de pap. Wat moet ook iemand die slordig is op het gebruik van dan/als, concluderen als hij oog in oog komt te staan met de krantenkop: "Stewardess beter af als bijstandsmoeder"?

Iedere docent Nederlands zou minstens een paar uur in de "Schrijfwijsheden" moeten lezen. Om maar te zwijgen van zo veel anderen met belangstelling voor verantwoord taalgebruik.

Bijbelvertalingen

Nog even iets over Renkema's "Schrijfwijzer" zelf. De Consumentenbond is zo vriendelijk geweest ook hierover advies uit te brengen: Koop de tweede oplage van de derde editie. Dat is de beste.

Renkema is ongeveer 50 jaar. Nu deze derde editie er ligt en ook zijn Leidraad bij het nieuwe Groene boekje gepubliceerd is, wat nu? Het interview in de bundel raakt aan diepe roerselen: Jan Renkema vindt nu tijd voor een oude liefde. Met een bevriende monnik vertaalt hij het bijbelboek Hooglied uit het Hebreeuws. Aan het begin van zijn carrière solliciteerde hij tevergeefs naar een baan als vertaler van "Groot nieuws voor u", de Bijbel ,,in gewonemensentaal". Renkema: ,,Ik had me in mijn studie Algemene Taalwetenschap beziggehouden met de samenhang tussen taal en wereldbeeld, en de vraag in hoeverre je een tekst van de ene cultuur naar een andere kunt vertalen. Veel vertaaltheorie is ontwikkeld naar aanleiding van bijbelvertalingen".

N.a.v. "Schrijfwijsheden", onder red. van Ted Sanders en Peter Smulders; uitg. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1996; ISBN 90 12 08241 2; 304 blz.; ƒ 29,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.