+ Meer informatie

EEN HANDREIKING VOOR PLAATSELIJKE SAMENSPREKINGEN

12 minuten leestijd

In de titel van dit artikel staat niet het woord ‘blauwdruk’. En evenmin zult u hieronder een ‘dienstregeling van het spoor naar succes bij kerkelijke samensprekingen’ aantreffen. Niettemin kan men op andere plaatsen wellicht zijn winst doen met hetgeen de beide Christelijke Gereformeerde Kerken van Hilversum in de loop van een aantal jaren hebben geleerd.

Wat wij hebben geleerd, is misschien het meest dat we achteraf gezien bij onze activiteiten en inzet in het contact met de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt - G KV) wat efficiënter te werk hadden kunnen gaan. Niet dat alles dan beter was gegaan. Het goede dat we ondervinden in de relatie met de vrijgemaakte broeders en zusters wordt door ons beleefd als iets goeds dat we van de Here hebben gekregen. Maar de tijd had in de loop van een aantal jaren wel beter besteed kunnen worden.

1. Schets van de Hilversumse situatie

Om het onderstaande beter te kunnen volgen, vindt u hier eerst een globale schets van de situatie in Hilversum voorzover in dit verhaal van belang.

In het begin van de jaren zestig zijn er op kerkeraadsniveau met de Gereformeerde Kerken in de directe omgeving samensprekingen geweest, totdat de toenemende spanningen daar, waaruit naderhand een van beide gemeenten als de Ned.Geref.Kerk (NGK) te Loosdrecht tevoorschijn kwam, het contact deed verzanden.

In het midden van de jaren tachtig zijn de contacten weer opgevat. De beide Christ. Geref. Kerkeraden opereerden consequent gezamenlijk (zoals we door de jaren heen op nog een aantal terreinen plachten te doen), en dat bleek en blijkt erg zinvol te zijn. In dezelfde periode kwam door omstandigheden het contact zowel met de nederlandsgereformeerden als met de vrijgemaakte gereformeerden weer op gang. Naar beiden toe is van dit dubbele contact nooit een geheim gemaakt. Het contact met de een heeft het contact met de ander ook niet in de weg gestaan, ook al werd soms merkbaar welke gevoeligheden hier aan beide kanten lagen. Van de relatie met de GKV is intussen een uitvoeriger verhaal te vertellen - waarover het in dit artikel dan ook verder gaat - dan van die met de NGK. De oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat de kleine NGK alle mankracht moet inspannen in de zorg voor de eigen gemeente die een grote regionale spreiding kent. Een structureel overleg met de beide zoveel grotere CGKer-ken, dat meer zou hebben dan een broederlijke herkenning, is voor hen om praktische redenen te veel gevraagd. De goede verstandhouding met hen wordt bewaard, maar daar blijft het wat bij.

De contacten met de GKV zijn in die jaren hartelijker geworden. Er is een ontspannen ontmoeten van elkaar ontstaan, waarin een geestelijke herkenning is gegroeid, zonder dat de zaken waarover inhoudelijk moet worden gesproken daarmee onder de tafel verdwijnen. Een - ongezochte! - factor die daarbij een zekere rol heeft gespeeld, was het feit dat enkele jaren geleden in een stormachtige zondagnacht het kerkgebouw van de GKV te Hilversum totaal uitbrandde. Nog voor de middag werd door beide CG kerkeraden het gebruik van hun kerkgebouw al aangeboden. De vrijgemaakte broeders en zusters hebben meer dan een jaar van de gastvrijheid van Hilversum-Oost gebruik gemaakt. Deze ontmoeting van nabij - denk slechts aan gekoppelde kerktelefoons! -bleek bruggen te bouwen en gelukkig niet af te breken. Het inschikken voor elkaar was geen te zwaar offer!

We verheugen ons in de hartelijkheid die in de plaats van de formele afstandelijkheid uit vroeger jaren gekomen is. Maar in die hartelijkheid zijn de vragen die aan elkaar gesteld worden, niet als iets overbodigs zoekgeraakt.

We zijn integendeel gezamenlijk hiervan overtuigd geraakt: praten moet!

De ontwikkeling van de verstandhouding zoals die nu is, heeft zich als volgt voorgedaan.

2. Een niet te hoog gegrepen begin: de noodzaak van herkenning

In oktober 1985 vond de eerste ontmoeting van de drie kerkeraden plaats. De overtuiging was gegroeid - na een hernieuwde kennismaking van twee van de drie predikanten die oude klasgenoten waren - dat het niet verantwoord is, dat broeders en zusters die dezelfde Bijbel kennen, en dezelfde gereformeerde belijdenis onderschrijven, elkaar in de eigen woonplaats voorbij kunnen lopen zonder elkaar te kennen. Want het Woord en de belijdenis betekenen toch een niet geringe basis; zeker een basis voor ontmoeting……. Het doel was ook niet meer dan kennismaking. Zwaarder werd het niet aangezet. Allen waren zich bewust van de loyaliteit aan het eigen kerkverband. Het was niet realistisch méér te willen. Maar vanwege die basis stelde dat toch wel wat voor! Van GKV-kant werd niet de verlammende eis gesteld: ‘We hebben dezelfde belijdenis, dus moeten we zo snel mogelijk verenigen’. Maar wel werd door allen beseft: vrijblijvend kan een dergelijke ontmoeting niet zijn. En daarom moeten we verder praten.

In de daaropvolgende jaren zijn er nog enkele ontmoetingen geweest van gezamenlijke kerkeraden, waar aan de hand van een inleiding van een van de predikanten onder andere gesproken is over ‘verbond en wedergeboorte’, ‘geestelijke leiding in de prediking’ en over ‘de kerk’. Bij deze gesprekken werd in toenemende mate als verheugend ervaren, dat er ook bij het aan het licht komen van duidelijke verschillen in ‘kerkelijke cultuur’ opbouwend met elkaar gesproken kon worden. Het gemeenschappelijk besef groeide echter, dat in de ontmoetingen meer structuur aangebracht diende te worden. Dat gold inhoudelijk, om niet keer op keer op dezelfde punten terug te komen, maar dat betrof ook de vraag wie in de ontmoeting betrokken diende te worden. In het vervolg leest u hoe deze aspecten zijn uitgewerkt.

3. Samenspreken op verschillende ‘niveaus’

Van het begin af heeft er een kleine commissie gefunctioneerd, bestaande uit twee leden van elk van de drie kerkeraden. Daarin werden en worden voorstellen voorbereid voor de invulling van kerkeraardsontmoetingen en voor gezamenlijk te beleggen gemeenteavonden. De kleine commissie heeft geen ander doel dan het voorbereiden van kerkeraadsbesluiten, of het uitwerken daarvan. Ze zorgt voor een goede gemeenschappelijke verslaggeving aan de kerkeraden. Ze is in geen geval bedoeld als een voorhoede die voor de kerkeraden uitloopt, maar het is natuurlijk wel belangrijk dat men in de commissie in een goede geestelijke verstandhouding met elkaar kan spreken!

In zekere zin kan men de ontmoetingen van de volledige kerkeraden als de belangrijkste beschouwen. Daar ligt de verantwoordelijkheid voor het nemen van beslissingen omtrent de weg die men gezamenlijk meent te moeten en te kunnen gaan. Bij de overweging van het belang en de invulling daarvan is echter al spoedig begrepen, dat er gelijktijdig aan diverse aspecten en in diverse richtingen gewerkt moest worden.

Wat betreft de aspecten bleken twee soorten ontmoetingen gewenst. Ten eerste: de ‘zakelijke’ bespreking van thema’s waarover diende te worden gesproken om ook de bestaande verschillen duidelijk in beeld te krijgen. De wijze waarop dat vorm kreeg wordt hieronder afzonderlijk weergegeven. Ten tweede: de ontmoeting van elkaar op een wijze die een geestelijke kennismaking mogelijk maakte. Een vergadering waar we allen heel goede herinneringen aan bewaren, in juni 1990, was gewijd aan de voorbereiding, en met name de zelfbeproeving voor het avondmaal. Bij de inleiding werd gebruikt gemaakt van een paar hoofdstukken uit het boekje van prof. Trimp Klank en weerklank, terwijl de bespreking gericht was op een ontmoeting van elkaar rond de vraag: hoe zijn we in een week van voorbereiding - in elk van de drie gemeenten was het de week voor het avondmaal! - daar in ons persoonlijk leven mee bezig?

We hebben wel begrepen dat beide aspecten, het ‘zakelijke’ van de vragen rond kerk en belijdenis, en het meer ‘persoonlijke’ van het geloofsleven en de omgang met God, in de ontmoeting hun plaats moeten krijgen. Dat is ook niet meer dan logisch, als we ons realiseren dat we met de wezenlijke dingen van het lichaam van de Here Jezus Christus bezig zijn.

Wat betreft de richtingen waarin gewerkt moest worden: daarbij is steeds het kerkverband achteraan gezet. Niet in die zin dat we dat, hetzij aan GKV-kant, hetzij aan CGK-kant, wensten te veronachtzamen. Dat zeker niet. Juist is aan beide kanten eraan vastgehouden dat de band aan het kerkverband in sterke mate gerespecteerd moest worden. Ook werd best begrepen dat, in een stadium waarin we tot dusver verkeerden, er geen verzoeken om kanselruil toe te staan o.i.d. aan de orde waren. Maar zelfs als daar de deuren bij voorbaat voor open zouden hebben gestaan, meende we nog dat de prioriteit van de inspanningen in de richting van de gemeente moest liggen. Vandaar dat de kerkeraden steeds hebben geprobeerd niet meer dan een neuslengte op de gemeenten voor te liggen. Daarom is er op verschillende manieren aan gewerkt ook de gemeenteleden bij de ontmoetingen te betrekken. Er zijn kerkeraadsontmoetingen over bepaalde gesprekspunten aangekondigd in de gemeente met de uitnodiging aan belangstellende gemeenteleden daarbij aanwezig te zijn. Er zijn gezamenlijke gemeenteavonden belegd met een spreker, waarbij de kerkeraden wel de opzet hadden met het besproken thema in de kerkeraadsontmoeting verder te werken.

En er is twee keer een reeks gezamenlijke wijkavonden geweest, uitgaande van de in een vroeg stadium gevoelde noodzaak dat ook gemeenteleden elkaar op z’n minst zouden kennen. Dat vereiste een goede organisatie en voorbereiding, reeds om de geografische indelingen in elkaar te passen. Per avond was er een team van drie mensen - uit elk van de drie kerkeraden - die zorgden voor de voorbereiding, de leiding van de avond en de verslaggeving achteraf. Met al die teams gezamenlijk werd een instructiebijeenkomst gehouden, ook al om te bevorderen dat men steeds met dezelfde materie bezig was. De onderwerpen die daar aan de orde werden gesteld, waren er bij uitstek niet op gericht met elkaar in theologisch debat te gaan, maar elkaar te ontmoeten op wezenlijke onderwerpen van het geestelijk leven. Een keer is gesproken over het gebed, vooral ook het persoonlijk gebed. De andere keer ging het over de voorbereiding voor het avondmaal, en met name over de zelfbeproeving. Dat was in elk van de gemeenten ook in de week van voorbereiding voor het avondmaal. De gedachte aan dit thema was gerezen op de gespreksavond die de kerkeraden op dezelfde manier hebben gehouden, zoals hiervoor vermeld.

Wat de gemeenteleden betreft wordt op de huisbezoeken die in het seizoen ’92-’93 worden gebracht, geïnventariseerd hoe men tegenover deze contacten staat. De kerkeraden willen niet op een geforceerde manier bezig zijn met deze contacten, maar ook met de gemeente heel zorgvuldig omgaan.

4. Voortgang in de gesprekken

Na een aantal gesprekken is door alle betrokkenen begrepen dat de ontmoeting zinvol is, dat er een mate van herkenning is tussen kerkeraden en gemeenteleden, en dat het mogelijk is bij de bespreking van onderwerpen die tussen beide kerkverbanden ‘gevoelig liggen’, toch voortgang te maken. Maar dan is ook het punt bereikt dat de behoefte ontstaat omtrent de mate van herkenning en overeenstemming iets te gaan vastleggen. Immers doet zich na enige jaren en bij wisseling van ambtsdragers, inclusief predikanten, de situatie voor, dat wordt gezegd: ‘Hier hebben we al eerder over gesproken. En moeten we dat dan weer overdoen?’ Waarschijnlijk zal het op andere plaatsen gaan als in Hilversum, dat daarbij gezegd wordt: ‘We hadden al in een eerder stadium wat planmatiger moeten werken!’ Al is het misschien net zo waarschijnlijk, dat een meer planmatige opzet van gesprekken in een te vroeg stadium een tegengestelde uitwerking zou hebben. Immers, een geestelijk groeiproces laat zich niet bij voorbaat in een schema vangen.

En wanneer het punt bereikt is dat meer structuur gegeven wordt aan de verder te bespreken plannen, moet het ook een zaak van brede overeenstemming tussen de kerkeraden zijn: hier werken we aan en we doen dat op die manier en in deze volgorde. De gang van zaken van het laatste jaar in de Hilversumse situatie biedt een goede illustratie van de groei naar deze werkwijze.

In het najaar van 1991 is een gezamenlijke gemeenteavond belegd, waar prof. Van ’t Spijker was uitgenodigd te spreken over de Vereniging van 1892. Na de levendige gedachtenwisseling van die bijeenkomst werd beseft, dat hier een punt lag waarover concreet zou kunnen worden geprobeerd de meningen te formuleren, en dat ook voldoende aanleiding bood voor een inhoudelijk gesprek over verdere zaken van geestelijk en kerkelijk belang.

Aan de hand van een nauwkeurig verslag van de lezing èn de discussie van die avond zag de kleine commissie de mogelijkheid een en ander samen te vatten in een voorstel, dat als titel kreeg ‘1892 en verder - een tussenbalans: consensus van de Geref. Kerk (Vrijg.) en de Christ. Geref. Kerken te Hilversum’.

Dit stuk is op de diverse kerkeraden aan de orde geweest. Het is uitvoerig besproken op een vergadering van de gezamenlijke kerkeraden in januari 1993, die gekenmerkt werd door een fijne geestelijke atmosfeer. Tijdens die bespreking werden nog diverse voorstellen tot wijziging en verduidelijking gedaan. In de afzonderlijke kerkeraden zal het in maart op tafel liggen om definitief aanvaard te worden. Wanneer ik aangeef, dat bij de besprekingen óók de uitspraken van de Geref. synode van Utrecht 1905 aan de orde zijn geweest, waar de leer van Abraham Kuyper over verbond en doop, wat de kern ervan betreft, niet is afgewezen, maar in afgezwakte vorm gelegitimeerd, is duidelijk dat er ook over de wezenlijke zaken niet is heengelopen. Op dit punt wordt nog verder gesproken. We kwamen ook zonder mankeren terecht bij de hedendaagse discussie over de toeëigening des heils. In het ontwerp-consensus is vastgelegd, dat het gewenst is over het stuk van de generale synode van Apeldoorn 1992 over de toeëigening des heils in de belijdenisgeschriften verder te spreken. In feite is dat in eerdere samenkomsten ook al gedaan, maar ook daarover zal geprobeerd worden vast te leggen wat gemeenschappelijk vastgelegd kan worden.

Daarbij is momenteel het voornemen een afspraak te maken omtrent het met enige regelmaat bezoeken van eikaars kerkdiensten door ambtsdragers, teneinde daarover, met name wat de prediking betreft, in samenhang met de overige gesprekken, ook gerichter te kunnen rapporteren en spreken.

In de genoemde consensus staat ook iets over de kerk en over de eenheid van de kerk, waar de gezindheid waarin de besprekingen plaats hebben, goed in uitkomt. De bewuste passage is ook een goede afsluiting van dit artikel. God geve dat er, bij alle worstelingen om iets meer van de eenheid van de kerk te zien dagen, ook daadwerkelijke vorderingen als blijken van Zijn genade worden geschonken. De bedoelde zin luidt: ‘Wat de beide kerkverbanden betreft beloven de broeders met volharding de eenheid te zoeken onder de norm van de opdracht (Efeze 4), onder de klem van het hogeprioesterlijk gebed (Johannes 17) en met het oog op de toekomst van Christus.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.