+ Meer informatie

Bluswater in een broeinest

Haagse school pakt agressie aan met interactief onderwijs

5 minuten leestijd

Tegen de 1300 leerlingen, bijna allemaal van buitenlandse afkomst en wonend in achterstandswijken. Het Stevincollege in Den Haag was dan ook een broeinest van agressie. Totdat het interactief leergroepensysteem werd ingevoerd. "Onze leerlingen zijn nu zo actief bezig dat ze geen tijd meer hebben voor wangedrag."

Florissant was de situatie niet toen G. van Miltenburg ruim een jaar geleden aantrad als rector op het Stevincollege. Er waren veel vechtpartijen tussen groepen leerlingen, woedende ouders gingen docenten te lijf en de mobiele eenheid moest eraan te pas komen om leerlingen van twee scholen in een tram van elkaar te scheiden. Op school werd veel vernield; in het schooljaar 2000-2001 kon 3 ton aan herstelkosten na vandalisme genoteerd worden. Bijna 40 procent van de leerlingen verliet de school zonder diploma.

Van Miltenburg ervoer de gespannen situatie al bij zijn kennismakingsbezoek. "Ik werd ontvangen door drie mensen van de veiligheidsdienst." De allochtone afkomst van het gros van de leerlingen is een complicerende factor. "Goed lesgeven kan alleen met inzicht in de ziel van de jongeren. Maar dat is moeilijk als je zes etnische groepen in je klas hebt, waarbij een deel van de leerlingen slecht Nederlands praat. Er ontstaat dus veel onbegrip en daardoor halen we niet uit de leerlingen wat erin zit. Dat onbegrip leidt ook tot stress en agressie.

Die stress ontstaat ook doordat er voor deze leerlingen vaak een grote kloof bestaat tussen de wereld op school, de traditionele cultuur thuis en de wereld van hun vrije tijd. Om die drie leefwerelden bij elkaar te krijgen, zijn we in het zuidwesten van Den Haag bezig de school een centralere plaats in de wijk te geven, onder meer door cursussen voor ouders te organiseren en in de school een restaurant te openen. Als we dat niet doen, komt er niets terecht van de integratie van allochtonen."

Het grootste probleem vormen de bijna honderd Antilliaanse leerlingen. "Die zijn veel structuurlozer dan anderen. Doorgaans is er thuis alleen een moeder en vaak hebben ze schimmige contacten in het criminele circuit."

Camera's

Dat 80 procent van zijn leerlingen op vmbo-niveau zit, maakt de situatie niet eenvoudiger. "Die leerlingen reageren heel primair op het gedrag van een docent. Een havo/vwo-leerling accepteert een gedragsfout van een ander eerder. Op mijn school waren er docenten die buitengewoon agressief reageerden op wangedrag van leerlingen. De leerlingen ervoeren dat terecht als boosaardige aanvallen. Dan gaan ze dus doen waar pubers zo goed in zijn: grenzen verkennen. Met als gevolg dat een deel van de docenten opgebrand thuiszat of zelfs in de WAO belandde."

Er hangen zestien camera's in de school om wangedrag te registreren. "Daar gaat enige preventie van uit, maar het lost het probleem niet op. De agressie komt er dan op een andere plek uit, en harder, want de school ziet het niet." Meer camera's ophangen is volgens Van Miltenburg dan ook de oplossing niet. "Meer camera's leidt tot meer agressie", stelt hij zelfs. "Op veel scholen wordt ook steeds meer tijd gestoken in het toezicht houden door een personeelslid, vaak zelfs door dure leden van het schoolmanagement. Te vaak zie ik zulke mensen slechts bij de muur staan, terwijl ze streng de zaal rondspieden, zonder werkelijk het contact met de leerlingen aan te gaan."

Nieuw leersysteem

Het Stevincollege gooide het roer om. Uitgangspunt: een band aangaan met scholieren en hen verantwoordelijkheid in het leerproces geven. De invoering van het interactief leergroepensysteem is volgens de school het ei van Columbus gebleken. Dit nieuwe didactische systeem, uitgedacht door de Universiteit Leiden, wordt in steeds meer groepen ingevoerd en in die klassen blijkt de agressie sterk te verminderen. De leerlingen zijn veel actiever bezig en hebben geen tijd meer voor kattenkwaad. Het ziekteverzuim onder de docenten is inmiddels gedaald van 17 naar 12 procent, "al is dat nog absurd hoog", vindt de rector.

In het nieuwe systeem worden de leerlingen bij binnenkomst getest, waarna ze in een groep worden geplaatst van leerlingen die dezelfde leerstijl hanteren. Tijdens de lessen wordt slechts kort uitleg gegeven, waarna de leerlingen zelf aan het werk gaan. Daarbij ligt de nadruk op het leren samenwerken in groepjes.

De ombouwoperatie kost nogal wat geld, en het vergt ook veel energie om de leraren voor de nieuwe aanpak te motiveren. De nieuwe werkwijze blijkt echter effectief.

Convenanten

Van Miltenburg deed de strategie van zijn school vorige week uit de doeken tijdens een studiedag over agressie in het onderwijs van de stichting STO(M)P uit Apeldoorn, die zich bezighoudt met het voorkomen en aanpakken van pesten en agressie op school, in de sport en op het werk.

De toename van het pesten en het agressief gedrag van leerlingen onderling en van leerlingen naar docenten vloeit volgens de stichting voort uit de algemene vervaging van waarden en normen. In de visie van de stichting zijn mensen niet aan te spreken op ongewenst gedrag als onderling al niet duidelijk is wat men gewenst gedrag vindt. Daarom beijvert STO(M)P zich voor het ontwikkelen van convenanten waarin groepen vastleggen wat ze gezamenlijk wel of niet acceptabel gedrag vinden. Vervolgens wordt het gemakkelijker elkaar daarop aan te spreken.

Confrontatie

Onder doodse stilte werd tijdens de studiedag de nieuwe film "Bijvoorbeeld Simon" bekeken, over een jongen die het mikpunt van pesterijen van een groepje klasgenoten is. Deze film is onderdeel van een uitgebreid voorlichtings- en trainingsprogramma dat de stichting STO(M)P heeft ontwikkeld voor schoolleiders in het middelbaar onderwijs, waarin aandacht wordt besteed aan een nieuw ontwikkelde aanpak van pesten en agressief gedrag, de confrontatiemethode. Op de school van Simon wordt het pesten keihard aangepakt, waarbij de daders verplicht worden een video over de mogelijke gevolgen van de pesterijen te bekijken. Leidinggevenden worden getraind in het voeren van confronterende gesprekken.

De confrontatiemethode omvat ook het ombuigen van negatief naar positief gedrag via een stappenplan van vijf gespekken met de pester. Na het eerste gesprek worden de ouders gebeld. De pester moet verantwoordelijkheid op zich nemen en duidelijk tonen dat hij inzicht heeft gekregen in de gevolgen van het pestgedrag. Als de pester ongewenst gedrag blijft vertonen, is de boot aan. Dan blijven sancties niet achterwege. Maar sancties zijn niet de eerste keus in deze methode.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.