+ Meer informatie

Prof. dr. ir. J. Blaauwendraad: Waar ik zo weinig over hoor, is de overwinnende kracht van genade"

Internet als schibboleth

11 minuten leestijd

Wie nog geen pc met modem heeft, hoeft niet in paniek te raken. En de aansluiting op Internet kan wel even wachten. Wel zal het er op termijn van komen, ook in de gereformeerde gezindte. Tenzij die ervoor kiest om tot de analfabeten van de 21e eeuw te gaan behoren. Een tussenweg ziet prof J. Blaauwendraad niet. Hij heeft er ook geen behoefte aan. „Ik ben zelfs bereid de informatie- en communicatietechnologie te stimuleren."

Hoog torenen de gebouwen van de Technische Universiteit boven het omringende polderland uit. De stad van Oranje werd niet alleen bakermat van keramiek, maar ook van techniek. Duizelingwekkend voor de burger, meeslepend voor de techneut. Zo was het in het verleden, toen stoommachine en elektriciteitskabel werden geïntroduceerd. Zo is het ook vandaag, nu de informatie- en communicatietechnologie razendsnel voortschrijdt. In de optiek van prof. dr. ir. J. Blaauwendraad, sinds januari '97 rector magnificus van de TU, betekent deze technologie een nieuw breukvlak in de geschiedenis van de informatieoverdracht door de mensheid. Eerst was er de overgang van mondeling naar schriftelijk, eeuwen voor de geboorte van Christus. De uitvinding van de drukpers, zo'n tweeduizend jaar later, veroorzaakte opnieuw een culturele aardverschuiving.
Een volgende stap was de ontwikkeling van technologieën om boodschappen snel over grote afstand te verzenden. Via telegraaf naar telefoon en telex. De grote stroomversnelling kwam aan het eind van de 20e eeuw. Fax, computer, cd-rom, Internet, in duizelingwekkend tempo deden ze hun intrede.

Irian Jaya
De geschiedenis leert Blaauwendraad, lid van de Gereformeerde Gemeenten, dat er geen reden is voor paniek. „Over eerdere breukvlakken zijn we ook heen gekomen. Hoe ingrijpend de huidige omwenteling is kan, als de mensheid die tijd gegeven wordt, pas over honderd jaar worden gezegd. Dan zal ons nageslacht erop terugkijken, zoals wij op de mechanisering in de vorige eeuw terugzien. Alleen de snelheid waarmee de veranderingen nu gaan is uniek. We kunnen nauwelijks meer bevatten wat het eind zal zijn."
Duidelijk is voor de hoogleraar dat de veelbesproken technologie niet alleen maatschappelijke, maar ook ingrijpende sociale consequenties zal hebben. „De individualisering wordt erdoor versterkt, de gehechtheid aan een vaste werkplek neemt af Misschien moet je zelfs het woord 'ontheemding' gebruiken.
Tegelijk komen er ongekende mogelijkheden. We kunnen groepen bereiken voor wie reizen fysiek of financieel bezwaarlijk is. Daar ligt een geweldige kans voor ontwikkehngslanden. We ondersteunen vanuit Delft een kleine universiteit in Kenia. De uitwisseling van informatie is geen probleem meer. Dat geldt ook op persoonlijk niveau. M'n dochter vroeg pas of ze even m'n e-mail mocht gebruiken, om een elektronisch bericht naar een vriendin in het binnenland van Irian Jaya te sturen. Ze hebben daar een zendstation, gevoed door zonnepanelen, waarmee ze elektronische post kunnen verzenden en ontvangen. Toen ik student was, werd de eerste Nederlandse zendingspionier er nog opgegeten."

Zeepkist
In eigen land maakt de informatie- en communicatietechnologie het mogelijk om van huis uit te werken en te studeren. In computer-Nederlands: 'teleworking' en 'distant learning'. De futuroloog Chriet Titulaer schetste al het beeld van een elitair gezelschap tophoogleraren dat via de kabel een horde studenten uit eigen land en buitenland onderwijst.
Technisch kan dat, bevestigt Blaauwendraad. Toch verwacht hij niet dat het er ooit van komt. „We blijven een sociaal volkje. We moeten elkaar ruiken, elkaar zien, elkaar horen. Daarom blijf ik ook in het hoorcollege geloven. Mensen zullen meer informatie vanachter hun bureau gaan opzoeken. De computer biedt ook prachtmogelijkheden voor inhaalonderwijs. Maar dat hoorcollege, waarbij die goede docent op z'n zeepkist staat en jonge mensen begeestert, een boodschap overbrengt, dat kun je niet inblikken. We zien dat ook. Daar waar een inspirerende docent staat, lopen de zalen vol. Daar wordt de grote lijn van het vak aangegeven. Daar proefje aan de toon dat die man van z'n vak houdt. Hij staat daar als een ambassadeur voor een bepaald werkveld. Dat willen we allemaal. Dan wordt het warm van binnen. Net als wanneer je een goeie preek hoort. Je moet er toch niet aan denken dat je de dominee op het scherm krijgt!"

Samen eten
Op grond van dezelfde argumenten voorziet de Delftste wetenschapper evenmin een explosieve toename van het telewerken. „Het zal een uitzondering zijn dat iemand helemaal thuis zit. Ik verwacht meer een mengvorm. Je doet je werk deels thuis, deels op de zaak. We spreken over communicatietechnologie, maar communicatie is meer dan informatieoverdracht. Een aantal dingen doe je niet via de telefoon, zelfs niet met beeldtelefoon. Daarvoor ga je bij elkaar zitten. Recent ben ik naar de Technische Hogeschool van Zürich geweest, 's Morgens ernaartoe gevlogen, 's avonds weer terug op Schiphol. Dan vergader je daar een poos. Dat kan via de beeldtelefoon ook. Toch? Maar daarna gaan we samen eten. En dan wordt gecommuniceerd. In die vergadering is het informatie uitwisselen. Het echte gesprek ontstaat nadat we een goed voorgerecht hebben gehad.

Dat werkt overal zo. Ik geloof er niks van dat dat ooit verdwijnt. Omdat we mensen blijven. Dan heb ik het nog niet over het eigenbelang. Wie krijgen leidinggevende posities? Niet de man die zelden of nooit op het werk verschijnt. Je moet gezien worden. Je moet er zijn. Dat soort mechanismen zal het telewerken naar mijn mening sterk intomen."

Gezag
Wat de informatie- en communicatietechnologie in ieder geval bewerkt, is een wijziging van gezagsverhoudingen. De oude hiërarchie in de samenleving berustte voor een belangrijk deel op het verschil aan informatie waarover men kon beschikken. Voor de hoogleraar waren meer bronnen toegankelijk dan voor de student. De directeur wist meer dan z'n personeel. Dat onderscheid neemt snel af.

Blaauwendraad waardeert dat op zichzelf niet negatief „Ik steek niet in zon hiërarchisch vel. Misschien omdat ik zelf vanaf jonge leeftijd in de automatisering gezeten hebt. Je had allemaal jonge mensen om je heen. Ouwe kerels beheersten dat vak niet. Je moest je weg zien te vinden door horizontaal te communiceren. Je ziet dat ook binnen het gezin. Als je achter je computer zit en je weet niet meer hoe het moet, dan kun je het beste de jongste raadplegen. Die roept vanaf de bank: 'Je moet de knop erboven indrukken, pa.' We hoeven daar niet zo schrikkerig over te doen. Het bijbelse gezag heeft alles te maken met respect, niet met kennis. Het gevaar van onze tijd is dat we alleen functioneel gezag aanvaarden. 'Iemand moet meer in zijn mars hebben dan ik, wil ik hem erkennen'. Dat is een onbijbelse gedachtengang."

Arbeidsmarkt
Waar hij zich meer zorgen over maakt, is de dreigende tweedeling in de samenleving. „Vooral bij ouderen bespeur je een zekere vervreemding. Het gevoel uitgerangeerd te zijn, als digibeten niet meer serieus genomen te worden. Wie niet met een computer overweg kan, wordt een tweederangs burger.
Aan de andere kant moeten we vaststellen dat de meeste mensen vrij soepel met de technologische ontwikkelingen meegroeien. De gevolgen van de automatisering voor de arbeidsmarkt, waarover we twintig jaar geleden erg somber deden, zijn veel minder dramatisch dan we destijds dachten. Er is een geweldige uitstoot van arbeid geweest, maar er zijn ook veel nieuwe banen bij gekomen. Het is toch verrassend hoe gezond de arbeidsmarkt is in een hoog gemechaniseerd en geautomatiseerd land als het onze."

Negatief
De reformatorische techneut ziet geen reden om bij de nieuwe technieken als zodanig vraagtekens te plaatsen. „Ik ben zelfs bereid de informatie- en communicatietechnologie te stimuleren. We zullen er wel eens niet mee weten om te gaan, maar dat geldt ook voor een auto. Wat mij in de gereformeerde gezindte opvalt, is de geweldig negatieve benadering. Op z'n best hoor je: 'We kunnen er niet omheen'. Die houding wordt veroorzaakt door het feit dat we ons in de achterliggende twintig jaar totaal vast gemanoeuvreerd hebben in ons standpunt over televisie. Ook in mijn huis is al die tijd geen tv te vinden geweest. Maar dat neemt niet weg dat ik me er altijd over heb verbaasd hoe verkrampt we ermee omgaan.
Bijna twintig jaar heb ik in de kerkenraad van de Gereformeerde gemeente van Gouda gezeten. Nog voordat zichtbaar werd dat pc, tv en video in elkaar schuiven, heb ik de broeders bij keer en wederkeer proberen uit te leggen dat we op een onhoudbare weg zijn. De tv tolereren we niet. Video - je houdt het niet voor mogelijk - is stilzwijgend aanvaard. Tot in de pastorieën toe."

Nervositeit
In een lezing voor de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs plaatste Blaauwendraad kritische vragen bij de prediking in een deel van de gereformeerde gezindte. Daarin staat in zijn ogen meer de buitenkant dan de kern van het christenleven centraal. De oproep tot geloof en bekering dreigt te verdwijnen onder een toenemend aantal voorschriften waarmee wordt getracht de levensopenbaring van de leden te reguleren. „We hebben geen regelgeving, maar vergeving nodig", hield de lector zijn gehoor voor. „In de prediking moet zeker gewaarschuwd voor de vuiligheid die ons gepresenteerd wordt", licht hij toe. „Maar we hebben het in een systeem van sluitende regels gegoten.
Als je over de rand valt, word je afgeschreven. Bij tv-bezit soms letterlijk. De huidige verwarring rond Internet is het gevolg van die denkwijze. Eerst leverde het standpunt over tv hypocrisie op. Nu nervositeit. We hadden het allemaal zo leuk voor mekaar en nou loopt het door de voortgang van de technologie toch uit de hand."

Scheiding
Een deel van de bezwaarden zoekt een ontsnappingsmogelijkheid door een scheiding te maken tussen privé en zakelijk gebruik van Internet. Een uitweg die ook de Veenendaalse registerinformaticus K. Karels wijst in zijn boek 'Internet, een verkenning'. De Oud Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland hebben dit standpunt inmiddels geformaliseerd. Zakelijk gebruik van Internet wordt binnen deze kerkverbanden gedoogd, privé gebruik is censurabel. Prof Blaauwendaad gelooft niet in deze oplossing.
„Uitgesloten! Moet je ook niet willen. Waarom zou je die twee scheiden? Kijk 's, we hoeven geen haast te maken om Internet in huis te halen. Dat ben ik volledig met Karels eens. Het gebeurt nogal eens uit mode, het gevoel dat je het allemaal meegemaakt moet hebben. Dat is óók een kramp, de andere kant op. Maar we kunnen er niet omheen dat Internet een maatschappelijk gegeven zal worden, dat je gewoon nodig hebt. Net als de telefoon.
Wat ik op de zaak kan gebruiken, mag ik ook thuis gebruiken. Hooguit heb ik Internet op de zaak eerder nodig, maar dan praten we over een tijdsverschil, niet over een principieel verschil. Waar ik bezwaar tegen maak, is de gedachte dat je je kinderen niet verantwoord op kunt voeden wanneer je zo'n ding op je bureau hebt staan."

Schoon net
Een tussenweg waarover binnen de gereformeerde gezindte wordt nagedacht, is de ontwikkeling van een schoon, reformatorisch net voor huiselijk gebruik. „Daar zijn best een aantal goede argumenten voor te geven", vindt Blaauwendraad. „Maar als je me vraagt of ik er echt warm voor loop, dan zeg ik nee. Het vraagt een majeure inspanning en investering, waarbij ik het gevoel heb: 'Is het dat waard?'.
Natuurlijk waardeer ik het positief als een provider troep buitensluit. Zoals ik het ook prettig vind wanneer ik in een winkelstraat niet met porno wordt geconfronteerd. Een boek koop ik bij voorkeur bij Smit in Gouda. Dat is een schoon winkeltje. Maar als de dames het niet hebben, loop ik ook weleens bij een ander binnen. Op dezelfde manier kijk ik tegen de plannen voor een reformatorisch Internet aan. Misschien dat het voor negentig procent van de achterban voldoende is. Prachtig! Maar ga alsjeblieft ontspannen om met de overige tien procent, die een breder aanbod nodig heeft."

Overwinnende kracht
Het ontwikkelen van een specifieke ethiek voor Internet, waar dr. J.H. Hegeman in het RD voor pleitte, is volgens de Delftse hoogleraar niet nodig. „Dat is me te smalbandig. We moeten onze jonge mensen voor al hun taken en al hun bezig zijn verantwoordelijk handelen bijbrengen. Het komt mij voor dat wij in onze beoordeling van Internet te veel denken in termen van een onbekeerde en onbekeerlijke jeugd. Alsof die onmiddellijk alle vieze straatjes in wil gaan. Dat vind ik jammer. Ik ben weleens verrast over wat ik aantref onder jongeren. Als er een op de wereld rondloopt die gelooft dat de mens van nature een gevallen mens is, dood in zonden en misdaden, dan zit hij hier aan tafel. Maar waar ik zo weinig over hoor, is de overwinnende kracht van genade.
Als iemand tot God bekeerd is, mag ik op een andere manier naar hem kijken. Dan is hij nog tot vallen gereed, en hij struikelt in veel dingen, maar het is ook iemand van wie ik in de Bijbel lees dat Hij door Gods kracht bewaard wordt. Petrus noemt ons in een van zijn brieven 'vrijen'. De gemeente van Pergamus ontvangt lof omdat ze de naam van Christus houdt, al woont ze bij de troon van satan. Volgens het Hogepriesterlijk gebed zijn we in de wereld gezonden. Jezus bidt de Vader niet ons eruit weg te nemen, maar ons erin te bewaren. Laat dat ook gezegd worden. Al te veel mis ik de drang om mensen tot Christus te leiden. Alleen een oprecht geloof houdt ons staande in een wereld vol verleiding."

Volgende keer: Ds. M. Baan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.