+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

5 minuten leestijd

10

De Heere kwam vanuit Zijn eeuwige Raad met gedachten des vredes en niet des kwaads tot de stad Mensziel.

Vanuit Gods Raad werd bevel gegeven aan de Hoge Secretaris om een schoon en aangenaam boek te schrijven van ’t geen er was vastgesteld en besloten tot behoud van de stad Mensziel. En er voor te zorgen dat dit in alle hoeken van het rijk Aardbodem gepubliceerd zou worden. We zullen met uw welgevallen iets van de rijke inhoud in het kort neerschrijven.

„Een iegelijk wien het aangaat, wete, dat de Zoon van El-Schaddai, de grote Koning, door een verbond met Zijn Vader verplicht is Mensziel weder aan Hem te brengen, ja het door de kracht Zijner onme telijke liefde in een veel beter en gelukkiger staat te brengen dan het ooit was, eer Diabolus het innam.”

Dit geschrift werd in verscheidene plaatsen gepubliceerd tot groot verdriet van de bison Diabolus, want nu, zo dacht hij, zal ik schade lijden en zullen mijn bezittingen mij ontnomen worden.

Met macht en majesteit sprak de Heere door Zijn Geest van Zijn Zoon en dat vanuit Zijn eeuwige Raad tot de mens: „En ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw en tussen uw zaad en tusen haar Zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen en gij zult het de verzenen vermorzelen.” Nee, dit is niet afhankelijk van de welwillendheid van Mensziel, en het is door Diabolus niet te keren. Voor het Goddelijk „lk zal” moet alles zwichten.

Maar toen dit voornemen van de Koning en Zijn zoon eerst aan ’t hof bekend werd, wie kan zeggen, hoe de hoge heren, de grote Kapiteins en edele Prinsen daar tegenwoordig, met dit werk waren ingenomen. Eerst schenen ze elkander als toe te fluisteren, maar daarna klonk ’t door het ganse paleis des Konings. Want allen waren verwonderd en opgetogen wegens dat heerlijke ontwerp van de Koning en Zijn Zoon, dat nu voor de hand was, ten goede van die ellendige stad Mensziel. Ja, de hovelingen konden nauwelijks iets doen voor de Koning en Zijn rijk, of de liefde die de Koning en Zijn Zoon voor de stad Mensziel koesterden, werd er in geopenbaard.

Deze heren, hoge kapiteins en vorsten, konden zich ook niet vergenoegen met dit nieuws voor het Hof te behouden. Neen, zij kwamen zelfs nederwaarts, reeds voor het verhaal daarvan voltooid was en vertelden dat op de Aardbodem.

Ten laatste kwam het ook Diabolus ter ore en het gaf hem geen klein ongenoegen. Want men moet weten, dat het hem zeer verlegen maakte te horen dat er zo een ontwerp tegen hem lag. Maar nadat hij een weinig bij zichzelf had overlegd, besloot hij deze vier dingen.

Maar alvorens wij tot de behandeling van de vier dingen uit de koker van Diabolus overgaan, spreken wij onze grote blijdschap uit over de heerlijke welwillendheid van de heilige engelen omtrent het voornemen van de Koning en Zijn Zoon.

Door de heerlijke stad Mensziel te verkwanselen hebben wij de zingende en juichende engelenschaar over onze heerlijkheid, het zwijgen opgelegd. Sindsdien geen contact meer met de aarde en geen bezoek aan de stad Mensziel. En dat was naar het oordeel van de heilige engelen niet te herstellen. Van Gods kant niet vanwege Zijn heiligheid en rechtvaardigheid. En van onze kant niet daar het oordeel des doods was in de daad der ongerechtigheid.

Wel werd de dienst der engelen nu van een geheel andere aard, daar de hemelpoorten vanuit het verbroken werkverbond met de sleutel der ongerechtigheid waren dicht gesloten. Maar onderwezen vanuit Gods Raad stonden zij nu tot eer van de Koning en Zijn Zoon in dienst van het verbond der genade, in dienst van de Middelaar Jezus Christus,de Middelaar van dat verbond. Als gedienstige geesten hebben zij nu hun uitgang en ingang door de twaalf poorten van souvereine genade. Het is ons aangenaam de engelen daarvan te mogen horen spreken en zingen tot eer van de Heere.

Maar gans anders stond de zaak bij de bende van Diabolus. Ten eerste, dat dit nieuws, deze goede tijding, zo ’t mogelijk was geheim zou gehouden worden, zodat het niet ter ore van de stad Mensziel kwam, want zeide hij, zo de inwoners er kennis van krijgen dat El-Schaddai, hun vorige Koning en Immanuël Zijn Zoon, beraadslaagden tot hun nut, wat kan ik anders verwachten dan dat ze opstaan zullen, of van onder mijn hand en regering te komen en Hem weder toe te vallen?

Opdat hij nu dit zijn voornemen volvoeren mocht, zo vernieuwde hij zijn pluimstrijkerijen jegens de heer Wil en gaf hem uitdrukkelijk last bij dag en nacht alle poorten te bewaken. Maar in het bijzonder de Oorpoort en Oogpoort wel te bewaren, „want ik hoor”, zeide hij, „van een ontwerp, waardoor wij allen als verraders ten toon gesteld en Mensziel tot zijn eerste slavernij teruggebracht zal worden.”

Maar naar ik hoop, kunnen het nog wel loze geruchten zijn. Maar hoe dit ook zij, zorgt gij toch vooral dat Mensziel hier niets van te horen krijgt, opdat het volk daardoor niet ter neder geslagen worde.

Ik denk, mijnheer Wil, dat dit geen aangenaam nieuws voor u is, evenmin als voor mij. En ik meen, dat wij al onze wijsheid en zorg moeten aanwenden om al zulke geruchten, die ons volkomen ontrusten, in hun beginsel te smoren.

Diabolus houdt er een apothekerskokerij op na om rustdrankjes te bereiden voor mensen met een geprangde consciëntie, maar dat zal niet baten in het gericht van Gods wrekende gerechtigheid. De stad Mensziel heeft haar ongerechtigheid te bekennen, daar zij tegen de Heere haar God overtreden heeft.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.