+ Meer informatie

Kreaton houdt het op één ijstijd

^reationistisch studiecentrum schept weinig helderheid in ijstijd-theorieën

8 minuten leestijd

"Amersfoort aan zee" en He andere broeikasverhalen ebben lang genoeg de koimnien gevuld, moeten de edacteuren van het creatioistisch studiecentrum Krea)n in Voorthuizen gedacht ebben. Zij vullen het grootte deel van hun kolommen 1 het jongste nummer van Lreaton Report met de ijsijden en wagen zich daarlee op glad ijs.

In een ijstijd -Nederland moet r volgens geologen ooit minstens ;n hebben meegemaakt— bedeken tientallen meters dikke lagen s het landschap. Voor aanhangers an de ijstijdtheorie zijn de Veluwe n de Utrechtse Heuvelrug er duielijke bewijzen van dat ons land en ijstijd meegemaakt heeft. De ardkorst is daar opgestuwd door itlopers van een landijskap die candinavië en andere delen van loordwest-Europa bedekt moet ebben. De uitlopers zorgden niet alleen oor opstuwing. Onder het gewicht an de tientallen meters dikke ijslag ontstonden zelfs in Nederland alleien: de Gelderse Vallei, tussen e Utrechtse Heuvelrug en de Veiwe, en de IJsselvallei, ten oosten an de Veluwe. Even ter zijde: het dus wat vreemd om plaatsen als arneveld en Kootwijkerbroek, lidden in de Gelderse Vallei geleen, Veluwse dorpen te noemen.

Naast stuwwallen als de Veluwe n de Utrechtse Heuvelrug, heeft et landijs volgens geologen nog leer sporen in het Nederlandse indschap achtergelaten. De grote •verfkeien, waarmee in Drente la;r de hunebedden zijn opgebouwd, 9uden afkomstig zijn uit Scandinaië en met het ijs zijn meegevoerd. >e samenstelling van de zwerfkeien lijkt ook overeen te komen met ie van verschillende nu nog in candinavië voorkomende gesteen

leventig meter

Ook keileem is een gevolg van e aanwezigheid van landijs in Neerland, vinden glaciologen. Dat ijn de wetenschappers die zich met stijden, ook wel glacialen geoemd, bezighouden. Glaciologen aan ervan uit dat keileem is ont(aan door de schurende werking an het landijs over de deels bevro;n bodem. De taaie leemsoort omt, net als de andere 'bewijzen' oor een ijstijd in Nederland, al;en voor ten noorden van de lijn laarlem-Utrecht-Nijmegen.

In Nederland kan alleen 'ijstijdnderzoek' gedaan worden aan de and van mogelijke gevolgen van en voormalige landijsbedekking. )p diverse plaatsen op aarde heerst r —gelukkig voor de glaciologen— og een ijstijd. De aarde torst vele ubieke kilometers ijs. Als al het mdijs in gletsjers en in de ijskapen zou smelten, zou de zeespiegel uim zeventig meter stijgen. De grootste voorraad ligt opgelagen in de landijskappen van Jroenland en Antarctica. De Groenlandse ijskap is met een oppervlakte van 1,8 miljoen vierkante kilometer en een gemiddelde dikte van 1700 meter maar een kleintje in vergelijking tot die van Antarctica. Op dat continent ligt 12 miljoen vierkante kilometer, met een een gemiddelde dikte van 2500 meter.

Glaciologen, ook vanuit Nederlandse universiteiten, organiseren regelmatig expedities naar die witte werelden. Gaten boren in het ijs is een van hun geliefde bezigheden. Op een dik stuk in Groenland staat voor volgend jaar een boring van 3,2 kilometer op het programma. Bij het station Vostok op Antarctica heeft men een diepte van ruim 2,5 kilometer bereikt en wil men volgend jaar 3500 meter halen.

Oorzaken

Dieper in de ijskap afdalen betekent voor de glaciologen ook verder teruggaan in de tijd. Een boring doen wil zeggen een kolom ijs met een doorsnee van bijna het boorgat omhoog halen. De luchtbelletjes in de ijskolom zijn voor de onderzoekers van het grootste belang. Die vertellen iets over de samenstelling van de atmosfeer op het moment dat het ijs ontstond en daarmee is mogelijk iets te zeggen over de oorzaak van het ontstaan van dat ijs en een mogelijke ijstijd.

In een hoofdartikel van negentien bladzijden stellen de beide redacteuren van Kreaton Report, drs. Arjen van der Wolf en drs. Tom Zoutewelle, "IJs in de tijd" aan de orde. Vooral omdat de redacteuren zeggen dat ze een populair natuurwetenschappelijk kwartaalblad over de laatste ontwikkelingen van kreationisme..." uitgeven, mag de geïnteresseerde leek en lezer een overzichtelijke uiteenzetting verwachten. Dat valt echter een beetje tegen.

De verschillende oorzaken, die mogelijk eerder een ijstijd veroorzaakt hebben of dat in de toekomst zouden kunnen doen, komen verspreid over verschillende onderdelen van het artikel aan de orde. De lezer die het voor zichzelf allemaal op een rij wil zetten, doet er goed aan tijdens het lezen pen en papier te gebruiken om een eigen overzicht samen te stellen. Vooral dan zal men zich dingen afvragen als waarom de schrijvers voor de door hen gebruikte indeling hebben gekozen en waarom er vier bladzijden aan de mammoet worden besteed of wat "fluvioglaciale sed." op een niet genummerde figuur voor betekenis heeft.

Bekritiseerd

De gangbare opvattingen onder glaciologen zijn eenvoudig samen te vatten. Ijstijden zouden veroorzaakt kunnen zijn door kosmische stofwolken, door veranderingen in de baan van de aarde en de stand van de aardas, verandering van de samenstelling van de atmosfeer of verandering in de hoeveelheid door de zon uitgestraalde energie.

Natuurlijk is elke theorie al tot en met de laatste letter bekritiseerd. Niet in de eerste plaats door creationisten. Evolutionistische broeders hebben dat onderling al Ongeveer vijftien miljoen vierkante kilometer —dat is 10 procent van het aardoppervlak— is bedekt met ijs. Als al dit ijs, dat in gletsjers en de ijskappen van Groenland en Antarctica ligt opgeslagen, zou smelten, zou de zeespiegel met ruim zeventig meter stijgen. veel eerder gedaan. Ook het feit dat „allerlei theorieën opgang doen maar geen enkele in staat is alle gegevens bevredigend te verklaren", aldus Van der Wolf en Zoutewelle, is niet nieuw.

De Utrechtse geoloog prof. dr. J. I. S. Zonneveld schreef in "Tussen de bergen en de zee" in 1974 al "Het Kwartair, problemen en methoden", boven een hoofdstuk dat gaat over mogelijke oorzaken voor het onstaan van ijstijden. Om alle misverstanden te vermijden: Zonneveld neemt een uitgesproken evolutionistisch standpunt in, dat geen enkel houvast biedt voor iemand die ijstijden wil bezien vanuit een creationistisch standpunt. Dat houvast mag men verwachten in Kreaton Report.

Echter, de redacteuren van Kreaton Report komen niet veel verder dan: „...Gekombineerd met het opbreken van de kontinenten, wat voor grootschalige, onderzeese vulkanische aktiviteit en daardoor opwarming van het oceaanwater heeft gezorgd, kan een scenario opgesteld worden voor een ijstijd na de zondvloed". En: „Een korte, maar hevige ijstijd is op grond van de huidige gegevens in ieder geval mogelijk".

Geologisch onderlegd

Ook de bewijzen voor een ijstijd die glaciologen in het Nederlandse landschap menen aan te treffen, worden door Van der Wolf en Zoutewelle maar gedeeltelijk weerlegd. In het algemeen zeggen ze: „Een aantal van deze strukturen is ook door de werking van het water te verklaren". Keileem krijgt wat meer aandacht. De redacteuren schrijven: „Deze afzetting van keileem door ijs is echter niet onbetwist (v.d. Louw, 1991). Een kenmerk van een morene is dat het een niet-gelaagde en ongesorteerde afzetting is; grote en kleinere brokken worden door elkaar heen gevonden. Als we zo'n afzetting in pre-Kwartaire gesteenten vinden, spreken we van een tilliet. De overweging van een mogelijke ijswerking tijdens een zondvloed kan grote gevolgen hebben voor het zondvloed-model. Crowell (1963) geeft zeven interessante alternatieven voor de vorming van tillieten. Het betreft merendeels vormen van "mass-gravity" transport, die samenhangen met een katastrofaal sedimentatie-milieu, en dus goed passen in een zondvloed-model".

De lezer van Kreatbn Report moet dus wel enigszins geologisch onderlegd zijn. Iets wat voor lezers van een populair wetenschappelijk blad toch niet als eis gesteld kan worden. De redacteuren zullen het daar ongetwijfeld mee eens zijn gezien hun "redaktioneel" in dit tweede nummer van Kreaton Reportnieuwe-stijl. Ze willen aan het eind van dit jaar 1000 lezers hebben. „Onze teller wijst op dit moment 300 aan".

Onderwijs

Een hoofdartikel als in het laatste nummer kan nauwelijks een trekker zijn voor nieuwe lezers. Die zouden met name gezocht kunnen worden in het onderwijs. „Het hoofdthema is de Ijstijd, een belangrijk onderwerp voor het onderwijs in Nederland", heet het ook in het "redaktioneel". Maar iemand die in het onderwijs de problematiek van de ijstijden uiteen moet zetten, zal daarvoor voorlopig graag gebruik maken van het klassieke en overzichtelijke verhaal van Zonnenveld in "Tussen de bergen en de Zee".

Voor recente en interessante gegevens —die het in het onderwijs altijd goed doen— over de huidige ijskappen kan men terecht in het vorig jaar door KNMI'ers geschreven boek "Aanhoudend warm". Dat is ook populair wetenschappelijk maar wel vanuit een evolutionistische visie geschreven. Jammer dat Kreaton Report niet zulke heldere en aantrekkelijke verhalen levert. Dan zat men ongetwijfeld snel op 1000 lezers. Met hun inzet en doel, „...een verantwoord wetenschappelijk kreatiemodel binnen de wetenschap, het onderwijs en de media te introduceren", verdienen ze zelfs een veelvoud van 1000 enthousiaste begunstigers en lezers. N.a.v. Kreaton Report, nr. 2.2 1991. Kwartaalblad van de Stichting Kreationistisch Studiecentrum; secretariaat: J. van Ruysdaelstraat 8, 3781 XC Voorthuizen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.