+ Meer informatie

Ter overweging

8 minuten leestijd

Een eenvoudige Catechismus. Kort Begrip der Christelijke Religie door ds. H. Faukelius bewerkt door ds. J. van Amstel. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1974. Prijs f 2,50; bij 21 ex.: f 2,25; bij 50 ex. f 2,—.

We hebben hier te maken met een herziening van het bekende Kort Begrip. Ds. Van Amstel merkt op, dat vooral de jongere catechisanten er veel moeite mee hebben om ingewikkelde zinnen en verouderde woorden te begrijpen. Bij zijn poging om het Kort Begrip te verduidelijken greep hij bij bepaalde vragen en antwoorden bewust terug op de Heidelbergse Catechismus.

Door deze werkwijze verandert er zoveel, dat het voor de hand lag ook een andere titel te kiezen. Het werd: Een eenvoudige Catechismus. Het is dus geen gemoderniseerd Kort Begrip, maar een vrije bewerking ervan in 89 vragen en antwoorden.

Het oude Kort Begrip valt om zo te zeggen met de deur in huis. Hoeveel stukken zijn u nodig te weten, cpdat gij welgetroost, zaliglijk leven en sterven moogt? Maar nu gaat het eerste antwoord van de Heid. Catechismus er in verkorte vorm aan vooraf: Wat is je enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel niet het eigendom van mijzelf ben, maar van mijn trouwe Zaligmaker Jezus Christus. Hij heeft mij verlost en bewaart mij altijd.

Terwijl het Kort Begrip een verklaring van de tien geboden mist, wordt die hier wel geboden, al weer in aansluiting bij de Catechismus. Een waardevolle toevoeging is het antwoord op de vraag: Wat hebben wij er aan, dat wij weten dat God alles gemaakt heeft en nog onderhoudt? Het antwoord komt overeen met dat van Zondag 10.

Hier en daar ben ik niet zo gelukkig met de formuleringen. Om enkele passages te noemen: „Hij is de vader van heel het menselijk geslacht en daarom ook mijn vader. Wij zijn kinderen van Adam en lijken ook op hem” (9). „God is eerlijk en doet wat Hij heeft gezegd in Galaten 3: 10” (11).

Er is veel goeds van het boekje te zeggen en waarschijnlijk zal het in de praktijk wel voldoen.

Gaarne stem ik in met de wens van ds. J. van Amstel, dat de nieuwe uitgave de catechisanten dichter bij het belijden van de kerk zal brengen en dat zij van harte mee leren belijden dat er ook voor hen slechts één troost is.

Dr. G. L. Goedhart. De begeleiding van de vrijwilliger in het individuele pastoraat. 238 blz., prijs f 29,50, Kok, Kampen 1976.

We ontvingen de tweede druk van het proefschrift van dr. Goedhart. De auteur is bekend vanwege zijn boekje over het gesprek.

Hij heeft veel gedaan aan het trainen van vrijwilligers voor het bezoeken van gemeenteleden. Dit proefschrift is een beschrijving van een drietal trainingsavonden, de zogenaamde minitrainingen. Naast een beschrijving treft men hier een verantwoording aan. Het gaat vooral om de vragen betreffende de kerkelijke structuur, betreffende de ander en zichzelf. De vragen met betrekking tot de ander worden dan via rollenspel nader onder ogen gezien. Bedoeling van de minitraining is de vrijwilliger in het individuele pastoraat (vip) toe te rusten om zijn pastorale rol in relatie tot gemeenteleden zo goed mogelijk te vervullen. Bijzonder belangrijk daarbij is dat de vip leert hoe hij moet leren.

Het zijn vooral Amerikaanse methoden die hier gehanteerd worden. Het gaat dan om echtheid, aanvaarding en het vermogen zich in de situatie en de gevoelens van de ander in te leven.

Wij willen niet ontkennen dat dit van belang is voor hen die met mensen hebben om te gaan. Wat ons opvalt, is dat in deze hele training het Woord van God niet de centrale plaats heeft. Kan men vips trainen voor werken in Christus’ Kerk door hen enkel psychische vaardigheden bij te brengen? Is er om het „lekenpastoraat” te beoefenen niet meer nodig? Neemt de psychische toerusting hier niet de plaats in van het Woord van God?

Verder trof het ons dat de vips dit werk moeten doen namens de gemeente. Dat komt mij als onjuist voor. De onderlinge vertroosting, om een in het Lutherdom bekende term te gebruiken, geschiedt niet namens de gemeente. Het op elkaar toezicht hebben is een opdracht van God. Aan datzelfde uitgangspunt zal het te wijten zijn, dat het ambt niet uit de verf komt. Het werk van de vips kan gemakkelijk ontaarden in een medemenselijke vorm van geseculariseerde zielszorg. De rol vervangt het ambt. Aan een dergelijke ontwikkeling zouden wij niet willen meewerken.

Wegwijs op het terrein van het werk van de ouderling, samengesteld door de Raad voor de Herderlijke Zorg van de Nederlandse Hervormde Kerk, 56 blz., prijs f 5,—, Boekencentrum, ’s-Gravenhage, derde, uitgebreide druk 1976.

Dit is een handig boekje, dat ouderlingen die voor het eerst in het ambt werkzaam zijn een stuk zakelijke informatie verschaft. Het is geheel afgestemd op het kerkelijke leven van de Hervormde gemeenten, en daarom vooral in die kringen bruikbaar. Wie over dat leven wat informatie wil hebben, kan hier terecht. In goed 50 bladzijden kan men niet zoveel verwachten. Een eerste, algemene en zeer summiere oriëntatie, zou ik dit boekje willen noemen. Het gaat meer om zakelijke gegevens dan om toerusting tot het ambt vanuit de Bijbel. De titel doet de nadruk op het eerste ook verwachten. Het ontstaan van het ouderlingenambt en de waarde van ambten wordt op blz. 17 en 18 wel erg gerelativeerd. We komen dat in Hervormde kringen vaker tegen. Hier vindt men er in heel kort bestek een duidelijk voorbeeld van.

Dr. R. G. Scholten. Tijdbesteding van predikanten. Onderzoek en Zelfonderzoek. 91 blz., Boekencentrum; ’s-Gravenhage 1976.

De auteur heeft een aantal predikanten uit onderscheiden delen van het land, ook uit heel verschillende gemeenten (zowel regionaal, sociaal-psychologisch als geestelijk) gevraagd gedurende een aantal weken op te schrijven hoe ze hun tijd besteed hebben. Er waren 7 rubrieken van werkzaamheden, die alle nog weer onderverdeeld werden. Het gemiddelde aantal werkuren ligt op 56½. Dat betekent dat er vier predikanten een werkweek hadden van meer dan 65 uur, en 3 van minder dan 45 uur.

De verschillende overzichten worden besproken. Het nut van een dergelijk tijdsschrijving wordt uiteengezet: de predikanten krijgen inzicht in wat ze gedaan hebben. Ze kunnen ook anderen daarvan verslag uitbrengen en verantwoordig afleggen. Men kan meer greep op zijn werk krijgen en tegelijk enige afstand van zijn werk nemen. Men kan zien op welke punten eventueel veranderingen moeten worden aangebracht.

Dr. Scholten acht een werkweek van 50 uur gewenst. Ik denk dat er maar weinig predikanten zijn die binnen dat tijdsbestek klaar komen.

Met name predikanten wil ik graag op dit boekje attenderen. De ondertitel is terecht. Het onderzoek dat gedaan werd, vormt voor de predikant (aanleiding tot) een zelfonderzoek. Het lijkt mij niet verkeerd, wanneer iedere predikant aan de hand van dit of een enigszins gewijzigd formulier zijn werk gedurende vier tot zes weken nagaat; en de resultaten met zijn kerkeraad bespreekt.

Dr. J. T. Bakker, drs. K. A. Schippers. Gemeente: vindplaats van het heil? Cahiers voor de gemeente nr. 11. 104 blz., prijs f 11,50. Kok, Kampen.

De auteurs willen boven de polarisatie uitkomen. Ze handelen in dit boek over de plaats, taak en functie van de gemeente. Ze bespreken de stof in vier hoofdstukken: Verkenning van een omstreden gebied; ontmoeting met de oorsprong; de zin van het gemeente-zijn, en perspectieven van het gemeente-zijn. Het is een boekje waarin vragenderwijs een nieuwe weg gezocht wordt. Het vraagteken in de titel wordt waargemaakt door de werkelijk ontelbare vraagtekens in het boek. Als zodanig is dit boek een voorbeeld van de nieuwe manier van denken.

Het standpunt van de schrijvers valt te typeren als: de nadruk erop leggen dat de gemeente door haar luisteren en doefi, het Woord waar moet maken. Men zegt dat wel met een zekere reserve vergeleken met andere nog radicaler uitspraken. Men zegt het niettemin heel duidelijk. De gemeente moet een vindplaats van het heil zijn. Het vraagteken dient in een uitroepteken veranderd te worden. Dat het vraagteken er toch staat, hangt ermee samen dat de gemeente niet altijd is, zoals ze moet zijn.

Het betekent dat er een bijna onmerkbare, maar in resultaat niettemin te constateren verschuiving plaats vindt van het Woord van God als constituerend voor de kerk, naar het luisteren en leven van de kerk zelf. Mij deed dit kerkontwerp sterk denken aan het kerkbeeld van de apostolaatstheologie in Hervormde kringen van kort na de oorlog. Een geweidige dynamiek. Een geweldige nadruk op de missionaire roeping van de gemeente ten koste van de aandacht die de Bijbel voor de gelovigen zelf heeft.

Het is merkwaardig dat in Gereformeerde kring geen lering getrokken wordt uit de mislukking van de apostolaatstheologie in de Hervormde Kerk.

Er worden geen verwijzingen aangetroffen. De théologie die men op de achtergrond heel sterk aantreft is die van Barth. Terwijl alom duidelijk wordt dat men met Barth het getij niet kan keren, wordt hier een barthiaans kerkmodel aangeprezen alsof daarvan redding te verwachten is.

Mijn grote bezwaar is dat de gemeente hier zo missionair opgevat wordt dat er voor werk aan die gemeente zelf geen aandacht overblijft. Deze overspannen missionaire kerkopvatting houdt geen stand tegen het geweld van het moderne denken. Hoevele barthianen zijn niet terecht gekomen bij de politieke theologie! Dit boekje kan dan ook hoogstens een tussenstadium markeren.


REGISTER 1972 - 1976

Ingesloten bij dit nummer treft u het register aan over de jaargangen 11-15.

Doordat elke jaargang met een nieuwe paginering begon, moest er een andere opzet gekozen worden dan bij de voorgaande registers.

Het is de bedoeling de paginering in de toekomst per vijf jaren door te nummeren daar dit de registratie vereenvoudigd (en dus het gebruik).

Red.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.