+ Meer informatie

„Komende halfjaar bepalend voor het natuurbehoud"

Winsemius: Gevangen tussen hoop en zorg

3 minuten leestijd

's-GRAVELAND - „Het komende halfjaar wordt van doorslaggevende betekenis voor het natuurbehoud. Ondanks de goede gesprekken die er met het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij zijn geweest, Is er ernstige bezorgdheid over de uitvoerbaarheid van het voorgestelde natuurbeleid". Dat zei voorzitter dr. P. Winsemius gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten In Nederland.

Het jaar 1989 noemde Winsemius een „fascinerend jaar", waarin hoge verwachtingen zijn gewekt, onder andere door het uitkomen van het Nationaal Milieubeleids Plan (NMP) en het Natuurbeleidsplan. „Onze verwachtingen werden in de verkiezingstijd al helemaal hooggespannen, maar inmiddels is de eerste test geweest. De tunneldiscussie bezorgde ons een koude douche zonder weerga. En zo blijven we gevangen tussen serieuze hoop en grote zorg". In financiële termen is in 1990 voor het natuurbehoud 41 miljoen gulden extra beschikbaar, oplopend tot 155 miljoen in 1994.

De naamsverandering van het ministerie van landbouw en visserij -in de toevoeging natuurbeheer— is volgens de ex-minister van VROM een prima zaak, als het daarbij maar niet blijft. Natuurmonumenten, waarvan het ledental inmiddels is gestegen tot 294.000 en de bezittingen tot 50.982 ha (in beheer 61.396 ha), „is in elk geval de grootste particuliere grondbezitter, die als een serieuze onderhandelaar moet worden meegeteld". De samenwerking met milieugroepen als Natuur en Milieu, Wereldnatuurfonds. Vogelbescherming en veel andere nam in het afgelopen jaar steeds meer gestalte aan. „Als iedereen wat opschikt, is er voldoende plaats". De milieubeweging moet echter, aldus Winsemius, nog veel meer doen, „want nog veel te regelmatig verdwijnen we onder de sneeuwschuiver". Natuurmonumenten wil graag voortrekker zijn maar realiseert zich ook haar betrekkelijkheid als het gaat om milieubeleid in Europees verband. „De Europese milieubeweging is nog lang niet in staat het spel mee te spelen. Duitsland en Denemarken zijn serieuze partners in dit opzicht, maar Engeland en de Zuideuropese landen staan ontzettend zwak".

Landinrichting

Mr. C. N. de Boer, directeur externe zaken, noemde de wijze van uitvoeren van het Natuurbeleidsplan dé testcase van de komende tijd. „Sinds de wijziging van de Landinrichtingswet (tot 1985 ruilverkavelingswet) was er enige hoop maar in de praktijk vallen de resultaten nogal tegen. In mei komt er van het ministerie een rapport uit. Voldoet dat niet, dan wacht een grote confrontatie".

Uit het jaarverslag van de vereniging blijkt dat bij het beheer van de bezittingen steeds meer gebruik wordt gemaakt van inheemse huisdieren. Rund en paard zijn effectief in de bestrijding van de alom zichtbare vergrassing. Die inzet gaat ten koste van de rol van het heideschaap, aldus directeur terreinbeheer ir. E. P. L. Hessels, directeur terreinbeheer.

De stormschade van de laatste tijd is ook op de bezittingen van Natuurmonumenten aanzienlijk. Hessels wilde echter niet spreken van schade. „De gesneuvelde bomen vormen een integraal geheel met het ecosysteem. Ze blijven veelal liggen, hoewel de parkbossen wèl zijn of worden opgeruimd. Met betrekking tot de gevaren van de dennenscheerder merkte hij op dat er daarover nog een flink robbertje moet worden gevochten met het Bosschap en Staatsbosbeheer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.