+ Meer informatie

Symbool van een zeevarende natie

Leden van Nederlandse Vuurtoren Vereniging verzamelen postzegels, boeken en oude ansichten

7 minuten leestijd

Van Breskens tot Den Helder en van Texel tot Schiermonnikoog. Wie de Nederlandse kustlijn volgt en de Waddeneilanden aandoet, komt zestien werkende vuurtorens tegen. Fotograaf Peter Bosman legde ze vast op de gevoelige plaat en stelde de Vuurtorenkalender 2003 samen. Rond de Binnen- en de Buitentoren van IJmuiden wemelt het vandaag van liefhebbers van de kustlichten, die als symbool van een zeevarende natie tot de verbeelding blijven spreken. De Nederlandse Vuurtoren Vereniging (NVV) viert daar haar tienjarig bestaan.

Johan van Wijk uit Zoetermeer -in het dagelijks leven ambtenaar op het ministerie van Onderwijs- is voorzitter van de NVV. Zijn liefde voor de vuurtoren ontstond lang geleden. Van Wijk heeft plezierige herinneringen aan vakanties in zijn jeugd, in dorpen met een vuurtoren. Later kwam daar zijn belangstelling voor architectuur bij. "Torens zijn de grootste gietijzeren bouwwerken die er zijn. De Eiffeltoren is van gietijzer gemaakt, evenals veel vuurtorens." Ook merkt hij op dat de torens vaak op mooie plaatsen staan. "Je vindt ze meestal in een prettige omgeving. Een vuurtoren zul je zelden midden in een industrieel gebied tegenkomen."

In de NVV deelt Van Wijk zijn enthousiasme met 400 andere hobbyisten. De vereniging bestaat uit een gemêleerd publiek, uiteenlopend van een bankdirecteur tot een landmeter en van een Philips-werknemer tot een bouwkundig tekenaar. De één verzamelt postzegels met vuurtorens, de ander heeft zelf een vuurtoren in bezit en bracht daarin een hotelkamer onder. De verzameling van Van Wijk bestaat uit boeken en een paar honderd ansichtkaarten -"liefst oude"- met Nederlandse vuurtorens. Al bladerend door zijn mappen toont hij torens van Breskens en Urk, op de Waddeneilanden en langs het IJsselmeer.

Bouwpakket

Dat er veel ansichtkaarten met vuurtorens zijn, verklaart Van Wijk uit het feit dat ze vaak in toeristische plaatsen staan. "Van Scheveningen bijvoorbeeld zijn er talloze kaarten. In het begin dacht ik: Op een gegeven moment heb je ze allemaal. Dat is niet zo. Sommige torens hebben in de loop der tijd een ander uiterlijk gekregen. Dat zie je op de kaarten terug." Alleen uit Urk heeft Van Wijk al 24 ansichten. "Wat daaraan opvalt, is dat Urkers zich graag in klederdracht laten fotograferen. Op veel kaarten uit deze plaats zie je ook de was wapperen. Urkers willen blijkbaar laten zien dat ze een proper volkje zijn."

Behalve de architectuur interesseren de verhalen achter de vuurtorens Van Wijk. "Op Vlieland zie je een fraai voorbeeld van hergebruik. Die toren heeft oorspronkelijk in IJmuiden gestaan, maar was te hoog. Toen is de bovenkant erafgehaald. Later is-ie op Vlieland neergezet. Dat is het voordeel van gietijzer. Het is een soort bouwpakket dat gemakkelijk vervoerd kan worden. In Indonesië staan ook tien tot twaalf vuurtorens die ooit in Nederland zijn gefabriceerd en per schip naar het toenmalige Indië zijn getransporteerd."

In vergelijking met verschillende andere landen heeft Nederland een beperkt aantal vuurtorens, merkt Van Wijk op. "Engeland bijvoorbeeld heeft er een paar honderd. Sommige staan midden in zee op een rots. Ook in Frankrijk kom je dat tegen. Soms moest er veel moeite voor worden gedaan om zo'n toren te bouwen. Daar ging in sommige gevallen wel tien, vijftien jaar overheen. Zeker in het begin kon er alleen gewerkt worden bij laag water en een gunstig tij. Dat is andere koek dan even een vuurtoren neerzetten op een duin bij Scheveningen."

Fotogeniek

Peter Bosman uit Velsen-Noord legde de afgelopen jaren 2000 autokilometers af en maakte acht overtochten met een veerboot om alle nog functionerende Nederlandse vuurtorens te fotograferen. Enkele jaren geleden, toen hij voor een nautische uitgeverij werkte, schreef Bosman de inmiddels uitverkochte "Vuurtorengids Nederland". Voor die uitgave zette hij al veel vuurtorens op de foto. Uiteindelijk besloot hij de verzameling compleet te maken. "Het is een dankbaar onderwerp. Vuurtorens zijn allereerst een functioneel baken, maar ze zijn ook fotogeniek. Ze liggen vaak mooi in het landschap."

Als de foto's op een rij liggen, valt meteen de grote variatie op. Op zijn tocht kwam Bosman torens van metaal, baksteen en beton tegen, in verschillende kleuren. De zwart-witte toren van Breskens kreeg een prominente plaats op het voorblad van de Vuurtorenkalender 2003. Deze kalender, die de week niet met de zondag maar met de maandag laat beginnen, bevat overigens niet, zoals erop vermeld staat, alle Nederlandse kustvuurtorens. Bosman beperkte zich tot de zestien die nog in werking zijn.

Tijdens zijn tocht stuitte Bosman op een aantal bijzonderheden. Hij vertelt dat je in de vuurtoren van Harlingen kunt overnachten, dat de toren van Hoek van Holland ruimte biedt aan een vuurtorenmuseum en dat die van Egmond een monument voor Van Speyk is. De zeeheld blies tijdens het conflict met de Zuidelijke Nederlanden in 1831 zijn kanonneerboot op om te voorkomen dat deze in handen van Antwerpse rebellen zou vallen. Extra bekendheid kreeg de vuurtoren West Schouwen bij Nieuw-Haamstede. "Deze rood-witte zuurstok stond op het briefje van 250 gulden."

Texel heeft eigenlijk een dubbele vuurtoren. Bosman: "Tijdens de opstand van de Georgiërs aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de toren kapotgeschoten. Later is er een andere toren omheen gebouwd. In de oude toren zijn de schietgaten nog zichtbaar." De fotograaf verhaalt verder over een vuurtoren bij Kraggenburg, midden in de Noordoostpolder. "Daar staat nog een voormalig huisje van een vuurtorenwachter. De vuurtoren staat erbovenop, terwijl er in de verre omtrek geen water meer is. De aanlegsteiger steekt hoog boven het land uit."

Zijn kusttocht leverde Bosman geen boeiende ontmoetingen op met vuurtorenwachters die aan het ouderwetse beeld van bebaarde en mensenschuwe personen voldeden. "De romantiek van de vuurtoren verdwijnt. Vuurtorenwachter is een uitstervend beroep. Vroeger moest hij de ramen lappen en roet van de lampen halen. Doordat elk schip tegenwoordig met GPS is uitgerust, zijn vuurtorens niet meer noodzakelijk. Maar als aanvulling op de moderne navigatiemiddelen blijven ze wel functioneren. Ze zijn nu helemaal geautomatiseerd. Er is nog maar een beperkt aantal torens bemand. Daar zitten dan mannen van de Kustwacht op. Die kennen de kust op hun duimpje. Met sterke kijkers en radar houden ze hun omgeving in de gaten. Ze kunnen mooie verhalen vertellen over het scheepvaartverkeer."

Vuurboet

"De oude vuurtorenwachters komen langzaamaan in het bejaardenhuis", signaleert ook voorzitter Van Wijk van de NVV. "Als vereniging hebben we ons wel eens afgevraagd of we ook aan collectievorming moeten doen. Voor onszelf zien we geen museale taak weggelegd, maar we willen op dat vlak wel meewerken aan andere initiatieven. In Hellevoetsluis zijn bijvoorbeeld plannen om tot een lichtschip- of vuurtorenmuseum te komen." Wel bestaan er binnen de vereniging plannen om op termijn een lespakket voor het basisonderwijs samen te stellen. "Daar is veel vraag naar."

Belangrijk doel van de vereniging is het onderling uitwisselen van informatie en ervaringen. De leden ontmoeten elkaar tijdens een voor- en een najaarsbijeenkomst. "Altijd in de buurt van een vuurtoren." Vorige maand verbleef een groep NVV'ers, mede vanwege het tienjarig bestaan van de club, een paar dagen op Schiermonnikoog, waar de beide torens werden bezocht. "Bij ons soort mensen duurt zo'n bezoek wel even", zegt Van Wijk. "Alle stenen zijn belangrijk!" Af en toe organiseert de vereniging een meerdaagse trip naar het buitenland. Op het programma stonden België, Noord-Frankrijk en Noord-Duitsland.

Leden krijgen verder vier keer per jaar het blad "de Vuurboet" in de bus. Dat vestigt onder meer de aandacht op nieuwe vuurtorenboeken en bevat historische artikelen over torens in binnen- en buitenland. In het kader van het tweede lustrum verscheen het blad eenmalig fullcolor en in een groter formaat. In de hoek van elke pagina werd een vuurtorenpostzegel afgedrukt.

Monumenten

Hoewel veel vuurtorens hun oorspronkelijke functie hebben verloren, is Van Wijk niet bang dat ze in hun bestaan worden bedreigd. "Er leeft voldoende besef van de historische waarde ervan. Over het algemeen zijn het ook monumenten. Plaatsen als Breskens en Haamstede zijn zich er goed van bewust dat het van belang is om ze in stand te houden. En wat zou Terschelling zijn zonder de Brandaris?"

Meer informatie: Nederlandse Vuurtoren Vereniging, 070-3943250. Zie ook www.worldlights.com. De "Vuurtorenkalender 2003" kost 6 euro (exclusief verzendkosten). Verkrijgbaar via de boekhandel of te bestellen via pcbosman@planet.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.