+ Meer informatie

Triomf in Tobaland

5 minuten leestijd

Nu is de tijd aangebroken om een aanval te doen op de sterkte van het heidendom. Nu de mensen geen raad meer weten met die vreselijke ziekte, de cholera, moet Nömmensen zich laten zien. De mensen weten niet meer hoe ze het hebben: de priesters kunnen niet helpen en de sibaso en datoe evenmin. In de kracht des Heeren zal Nömmensen gaan en dan zullen de inboorlingen gewaar worden, dat er een machtiger God is dan de goden van de Bataks.

Er is geen houden meer aan: de zendeling moet naar het Toba-meer en hij komt er. Hoe groot is het verschil met vroeger. Toen was alles vijandschap en haat en nu komen de mensen van alle kanten naar de blanke toe; de nood drijft ze uit, want hier is een man, die helpen kan; die man is gezonden van een God, die groter en sterker is dan hun goden. Nu zal de redding komen. O, wat heeft Nömmensen het nu druk! Hij en zijn helpers werken zolang als het dag is. Hoe vreselijk is de cholera toch en vooral als de ziekte is verwaarloosd, zoals hier zo vaak het geval is. Maar de mensen zijn dankbaar. Ja, er zijn er nog wel, die niets moeten hebben van die indringer en die durven nog wel scheldwoorden te gebruiken, maar niemand durft toch een hand uit te steken naar Nömmensen.

Als de zendeling terug is gekeerd in het Silindoengdal, ziet hij in het verschiet een prachtige toekomst opbloeien. Op het ogenblik is nog niemand voor Christus gewonnen, maar toch ziet hij, dat dit straks zeker zal komen. Hij kan het niet nalaten te schrijven naar huis. Laten we even over zijn schouder zien wat hij schrijft:

„Ik zie reeds in de geest overal christelijke gemeenten, scholen en kerken, en hele scharen Bataks, groot en klein, opgaan naar de kerk. Overal hoor ik de klokken luiden, die de gelovigen oproepen om naar Gods huis te gaan. Op de kansels zie ik dominees, die jong en oud de weg naar de hemel wijzen.

U zult zeggen, dat ik fantaseer. Maar nee, dat doe ik niet; mijn geloof ziet dit alles, want het moet, het zal komen. Ik heb daarom goede moed, al spreken de mensen mij nog tegen, en al maken ze nog allerlei plannen om Gods Woord tegen te houden. Maar ze kunnen de Oceaan evenmin van het strand der zee afhouden als Gods Woord van hun harten. Spoedig zal de zon in volle glorie opgaan aan de horizon der Bataklanden; overal, van het zuiden tot aan het strand van het Toba-meer."

Wat een geloofsmoed om zo te durven schrijven! Er wordt wel gezegd: het papier is geduldig; opschrijven kunnen we zo veel. Maar Nömmensen voegt de daad bij het woord en trekt naar het Toba-meer. Daar gaat het niet van een leien dakje: er zijn buitengewoon veel moeilijkheden die overwonnen moeten worden. Die gelooft zal evenwel niet haasten. Eerst moet de macht der zonde worden gebroken en dan zal de zendeling wijzen op het grote Heil dat te vinden is in de gekruisigde Christus. Heel voorzichtig gaat hij te werk. Hij schildert het volk voor de heerlijkheid en rijkdom, te vinden, door zich over te geven aan Koning Jezus. In diens Rijk moeten de Bataks ondergebracht, wil het voor hen eeuwig wel zijn. Het is een lange worsteling en we kunnen wel zeggen: Daar was een lange krijg tussen het huis van Saul en het huis van David, doch David ging en werd sterker, maar die van het huis van Saul gingen en werden zwakker. Langzamerhand durven de bewoners van het Tobaland breken met de oude gebruiken en de verering van de voorvaders afschaffen. En als ze zover zijn gekomen, gaan ze om onderricht naar Nömmensen. Als het zo ver is> loopt het vanzelf; dan is er geen moeite meer voor nodig; dan gevoelen de mensen, dat er iets ontbreekt en clan worden ze heilbegerig naar het goede. Hoe meer van die heilbegerigen komen, hoe drukker het voor de zendeling wordt. Daarom ligt het voor de hand om onderwijzers op te leiden om het volk te onderrichten.

Steeds meerderen gaan zich van het heidendom afwenden, en als ciat gebeurt, wordt het gevaar zo groot, dat ze zich alleen aansluiten bij het christendom omdat zo velen dat doen. Dan wordt het niet meer een zaak van het hart en

daartegen moeten de zendeling en zijn helpers voortdurend waken.

Het middelpunt van de zending in het Tobaland wordt nu Si Goempar. Vanaf deze plaats gaat Nommensen naar alle kanten om te arbeiden. Geregeld kun je het schip van de zendeling op de wateren van het Toba-meer zien. Dan trekt hij weer ergens heen om aanslagen te doen op het rijk der duisternis.

Midden in het Toba-meer ligt een eiland, Samosir genoemd. Ook daar worden de woorden des levens gebracht en niet zonder vrucht. De oude zendeling ziet dat het zaad hier en daar wortelen schiet en hij mag ook aanschouwen, dat er vruchten te voorschijn komen. Wat een blijdschap voor hem! Zijn geloof heeft hem niet beschaamd.

En dan is er nog de streek aan de overzijde van het meer. Daar werken de Mohammedanen om het volk te winnen voor de Islam. Wat zitten de navolgers van Mohammed de zendelingen van Koning Jezus toch dwars; ook nu nog. Wat blijft het zendingswerk een zware en verantwoordelijke opdracht.

Dat heeft Nommensen aan de lijve ondervonden. Hij is vergrijsd geworden in de arbeid. Zonder liefde en zonder geloof had hij het nooit kunnen volhouden. En zonder de zegen des Heeren was er van zijn werk nooit iets terecht gekomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.