+ Meer informatie

Kritiek op optie van twee snelheden

5 minuten leestijd

Ook in de Europese arena, als voorzitter bij de onderhandelingen over de EMU, heeft minister Kok het niet gemakkelijk. Het jongste voorstel in dit kader zou afkomstig kunnen zijn van ex-bankpresident Pöhl: twee snelheden en pas een centrale bank in de eindfase. Eerstgenoemd element, dat de zuidelijke lidstaten voorlopig uitsluit van deelname aan de muntunie, stuit op ernstige kritiek.

Het zal voor de toch al veel geplaagde vice-premier een hele toer worden om tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EG de intergouvernementele conferentie (igc) over de economische en monetaire unie af te ronden. Den Haag hoopt dat de regeringsleiders op de Europese top van december in Maastricht hun handtekening kunnen zetten onder de verdragstekst. Maar de ontwikkelingen zijn niet bemoedigend. Afgelopen maandag bleek in Brussel dat een akkoord tussen de betrokken landen nog lang niet binnen handbereik is. Volgende week zaterdag zetten de bewindslieden van financiën, vergezeld van de centrale-bankpresidenten, in hotel De Keizerskroon in Apeldoorn hun overleg voort. Die vergadering lijkt van cruciaal belang. De tijd dringt. Blijven de opvattingen verdeeld, dan wordt het voor Kok erg lastig om, zoals zijn voornemen luidt, in oktober een kansrijk definitief concept aan zijn collega's voor te leggen.

Voorstel

Het overleg van begin deze week vond plaats op basis van een door hoge ambtenaren vervaardigde tekst. Die werd weliswaar ingediend onder Nederlandse vlag, maar Kok wenste zich er niet teveel mee te vereenzelvigen en sprak daarom van slechts „technische voorstellen". Volgens sommigen heeft het de minister in de voorbije weken, vanwege de wao-beslommeringen, gewoon aan tijd ontbroken om zich op politiek niveau met de EMU-discussie te bemoeien. Hoe dan ook, meest opvallend in het document is dat de optie van de twee snelheden wordt omarmd.

Ter opfrissing: het oorspronkelijke plan tot oprichting van de EMU, in 1989 uitgebracht door de

.nmissie-Delors, voorzag in drie etappen. Vanaf medio 1990 zitten we in de eerste fase, een soort voorbereidingsperiode om de details uit te werken. Op 1 januari 1994, zo besloten de Twaalf vorig najaar in Rome, vangt fase twee aan. De samensmelting krijgt in dat overgangsstadium steeds meer handen en voeten en de nationale beleidsautonomie wordt navenant ingeperkt. Fase drie betekent een voltooide unie, met een Europese centrale bank en niet meer te wijzigen wisselkoersen. Op enig moment daarna volgt de introductie van de ecu als gemeenschappelijk betaalmiddel voor alle EG-burgers.

De ged^hten voor wat betreft de ingangsdatum van fase drie gaan uit naar 1 januari 1997. In het recent gepubliceerde voorstel is er rekening mee gehouden dat op dat tijdstip nog niet alle landen hun zaken voldoende op orde hebben en dus nog niet klaar zijn voor toetreding. Daarmee komt het scenario van de twee snelheden serieus in beeld. Duitsland, de Benelux, Frankrijk en Denemarken -het discussiestuk bevat overigens geen namen- lijken probleemloos onderling zovast een monetaire eenheid te kunnen vormen. Andere lidstaten sluiten pas later aan. Zij haken tijdelijk af. Een realistische aanpak, die evenwel heftig verzet ontmoet, uiteraard vooral van de zijde van de mogelijke afvallers.

Convergentie

Het onomkeerbaar aan elkaar koppelen van verschillende munten vereist, zoals het met een mooi woord heet, convergentie. Het beleid en de prestaties van de betrokken landen op economisch gebied mogen niet te ver uiteen lopen. Anders wordt de monetaire stabiliteit ondermijnd en kleven er aan de integratie flinke risico's voor de sterke economieën. De Duitse hereniging geldt in dit verband als een waarschuwend voorbeeld.

Met name Pöhl, de voormalig president van de Bundesbank, heeft voortdurend gewezen op de gevaren van te overhaaste stappen bij de realisering van de EMU. Hij verlangde degelijkheid en voor hem was het daarom een keuze tussen öf volgens schema starten, doch met een beperkt aantal landen öf de hele groep bijeen houden, maar dan op een later tijdstip de eindfase ingaan. Beter twee snelheden of vertraging dan een constructie die vraagt om moeilijkheden in de toekomst, zo luidde zijn redenering. Het zal niet verbazen dat Duitsland het meest tevreden is met het jongste ontwerp-verdrag.

Dat somt de criteria op waaraan moet zijn voldaan om toegang te verkrijgen tot de EMU-club. Gedurende twee jaar mogen inflatieniveau en rentestand niet veel afwijken van de desbetreffende percentages in het EG-land dat ten aanzien van de geldontwaarding het best scoort, dienen geen „excessieve" begrotingstekorten op te treden en moet de munt binnen de smalle bandbreedte van het EMS blijven. Het staat welhaast vast dat Griekenland en Portugal sowieso de boot missen. Ook Italië zit duidelijk in de gevarenzone. Dat land is nota bene lid van de G-7, de groep van zeven grote westerse industriestaten, maar dreigt binnen Europa te gaan behoren tot de tweede garnituur. Rome ziet de bui hangen, vreest een enorm gezichtsverlies in de wereld en beoordeelt het voorstel als „een dwaling".

Zijn we op weg naar een tweedeling tussen noord en zuid, tussen rijke en arme lidstaten? Laatstbedoelde landen zullen waarschijnlijk alleen instemmen met de EMU als zij garanties krijgen dat de EG, onder meer met financiële programma's, alles eraan doet om hen op afzienbare termijn bij die unie te betrekken, om hun economische achterstand in ieder geval niet groter te laten worden.

Centrale bank

Pöhl heeft ook altijd bezwaar aangetekend tegen het idee om reeds in de tweede fase de Europese centrale bank in het leven te roepen. Die instelling mag er naar zijn mening pas komen als zij meteen als een volwaardige centrale bank, dus met volledige zeggenschap over de monetaire politiek, kan functioneren. Het monetaire beleid dient immers ongedeeld in handen te zijn van één instantie. Vroegtijdige oprichting, met als gevolg dal zij niet direkt haar autoriteit tot gelding kan brengen, zou haar gezag en geloofwaardigehdi bij voorbaat aantasten, zo meende Pöhl.

Zijn pleidooi heeft gehoor gevonden. Het nieuwste voorstel houdt in dat er formeel, in ieder geval qua naamgeving, in de tweede fase nog geen centrale bank komt. Als alternatief wordt er in dat stadium een voorloper geïnstalleerd, aangeduid als het Europees Monetair Instituut (EMI). Wat betreft bemanning is er evenwel geen verschil tussen de beide te creëren EG-organen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.