+ Meer informatie

Voor de jeugd

9 minuten leestijd

Beste Jongelui!

De verhouding tussen God en de mens, moet dus van God uit in orde komen. Dat is jullie, naar ik hoop, nu wel duidelijk geworden. Ook hoe dit gebeurt, namelijk door een spreken van Godswege door middel van Zijn Woord en Geest. Als dat gebeurt, dan krijgt men door dát spreken Gods grond onder de voeten. Dan heeft men een bodem waarop men staan kan. Dan kan men getuigen: Nu roem ik in God, en ik prijs het onfeilbaar Woord. Want ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord. Nader kun je het dan toch niet weten. Daarom volgt er ook op: Wat sterveling zou mij schenden. Het is zulk een wonderlijke zaak: De hele wereld kan het je niet geven en duizend dominees kunnen het je niet aanpraten, maar als God het geeft dan kan de hele wereld je het ook niet meer afnemen, evenmin alle dominees of wie je ook maar op je weg zoudt tegenkomen.

Ten deze werkt de Heere dan door Zijn Geest onwederstandelijk.

Dat degenen, die van deze dingen spreken mogen, niet altijd even sterk in hun schoenen staan, dat ligt niet aan datgene wat God gezegd heeft, maar dat komt voort uit de kleinheid en uit de zwakheid van het geloof, waarmede de gelovige te maken heeft. Er staat in de Heid. Cat. dat we met onze ongelovige aard, gedurende ons leven lang te strijden hebben. Dat is dan de taal van mensen, die geoefend waren op de school van de Heilige Geest. Zij zeiden het onomwonden, dat de aard, ook van het kind van God, ongelovig is. Dat komt, omdat een kind van God, zolang als het leeft, mens is en mens blijft. En dat mens - zijn, dat is dat vleselijke bestaan, dat gelooft nooit in der waarheid. Het vlees onderwerpt zich der wet Gods niet, - ook de wet van het geloven niet - het kan ook niet, want het bedenken des vieses is vijandschap tegen God.

Nu zijn ook ten deze alle mensen weer niet gelijk. De een kent meer bestrijding dan de ander. De één is ook sterker in het geloven dan de ander. De bijbel laat ons dit ook duidelijk zien, dat er groot, maar ook dat er klein geloof is. En dan is het echt niet zo, dat een groot gelovige hij of zij is, die al een hele staat van dienst achter de rug heeft in het koninkrijk Gods. Neen, een groot geloof kan gevonden worden bij mensen, die, laat ik het zo maar zeggen, pas op weg zijn. Denk maar aan die kananese vrouw. Het was een heidin. Ze had nauwelijks van de Heere Jezus gehoord. Maar wat ze gehoord had, geloofde ze, met een door de Heilige Geest gewerkt geloof. En dat werd door de Heere in haar geprezen als een groot geloof. Zo had hij het zelfs in Israël - waar Hij het menselijkerwijs gesproken verwachten mocht, gezien zij degenen waren, die met de bediening van het woord het meest beweldadigd waren, niet gevonden. Hetzelfde kunnen jullie ook beschreven vinden van de hoofdman te Kapernaum. Ik zou zeggen: Zoekt z’n geschiedenis maar eens op. Want ik moet het jullie ook weer niet al te gemakkelijk maken. Het is best de moeite waard, om het te doen, en wie weet, of er niet een vrucht uit overschiet voor je ziel.

Door het geloof komt men dus in kontakt met God en komt men er ook achter, hoe God over ons denkt. Wanneer Hij ons aanziet buiten Zijn Zoon, dan kan het niet anders, of Hij moet in toorn aan ons denken, krachtens Zijn heiligheid en rechtvaardigheid. Doch wie dat de Heere mag belijden, dat hij Zijn gramschap dubbel waardig is, die doet de Heere ook verstaan, dat er bij Hem vergeving is. Ja veel vergeving, opdat Hij gevreesd wordt. Die nu veel schuld heeft mag veel vergeving ervaren, en die zal ook veel lief hebben. En dat komt uit in het onderhouden van de geboden des Heeren. Die worden dan geen kwellend juk, maar dan wordt ervaren, dat Zijn geboden niet zwaar zijn. Dat Zijn juk zacht is en Zijn last licht.

Een leven in liefde met de Heere, dat is een nabij leven. De liefde denkt geen kwaad, zeker niet van God. De liefde denkt alleen maar goed van God. En als men er die verwaardigd mag worden, om alleen maar goed van God te denken, dan kan God je geen kwaad meer doen. Ja, dat kan dan echt niet meer. Je moet dit wel even proberen te proeven. Want al zou het zijn dat je er dan diep door moest, dan is het nog geen kwaad. Ik hoorde eens een jeugdig iemand zeggen: Gezien de klappen die ik van de Heere krijg, geloof ik dat Hij wel bar veel van mij houden moet. En zo is het dan ook: De liefde denkt geen kwaad. God kan dan de zodanigen óók geen kwaad meer doen, van Zichzelf uit.

Hij zou dan in strijd komen met Zijn eigen Woord, dat is ook met Zichzelf. Want wie de Heere werkelijk liefheeft, draagt er het bewijs van met zich mede, een door-de-Heere-gelief de-te zijn. Want de liefde is niet uit ons, maar de liefde is uit God. God heeft de Zijnen lief. Zó lief dat Hij zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hij heeft Hem voor ons allen overgegeven.

Ten deze zijn er nog al wat verkeerde gedachten in omloop. Ik mag er tussendoor zo wel eens iets van vertellen. Laatst was ik in een ziekenhuis en nadat door mij het een en ander was gezegd, vroeg iemand mij, recht op de man af: Gelooft u dat er een hel is? Ik zei: Positief, ja! Hij geloofde het niet, want, aldus was zijn argument daarvoor: Welke vader gooit zijn kinderen nu in het vuur? Ik zei: Dat doet niet één vader. Dat doet God ook niet. God werpt Zijn kinderen niet in het vuur. Dat doet wel de duivel. En wat is deze toch listig. Want die laat nu zijn volgelingen, op rekening van een liefhebbend God schrijven, wat hij zelf doet, opdat ze toch maar zouden geloven, dat men ongestraft de zonde kan bedrijven.

Men doet dan de zonde des gemakkelijker, zonder enige vrees. Er is immers toch geen hel? God gooit Zijn kinderen toch niet in het vuur? Zo liegt de duivel, die door zijn leugens van meet af aan zijn volgelingen vermoordt. En dat er dan toch nog zo velen zijn, die hem blindelings maar blijven volgen, totdat de ogen zullen opengaan voor de werkelijkheid. Maar dan is het te laat.

Wie, dus geloven mag in God, zich verlaten mag op Zijn woord, die vertrouwt op God. Die kan, als hij sterft, op de overlijdensadvertentie laten zetten: Gestorven in de hope des eeuwigen levens. Maar het is dan een hope, die gegrond is in het woord van God. En dat is een hoop die niet beschaamt, omdat God niet beschaamd laat staan, diegenen, die het alleen van Hem hebben leren verwachten.

Onze vraagsteller had het ook nog over een andere uitdrukking, die ook wel eens op overlijdensadvertenties voorkomt, nl.: In de zekerheid des geloofs. Wat is nu beter? Als er grond voor is, dat de overledene met het sterven een goede ruil gedaan heeft, dan zou ik over het al of niet beter, van het een of het ander, maar niet twisten. Wie waarlijk gelooft, is verzekerd naar die mate dat hij gelooft. Het ware geloof brengt altijd de zekerheid met zich mee. In het geloof, als zodanig, is daarom geen twijfel. Wel in de gelovige. Doch dit komt dan niet uit God voort, Die het geloof in de harten der Zijnen werkt, maar uit de ongelovige aard, die ook de gelovigen nog eigen is, zoals we dat boven omschreven hebben.

Het is natuurlijk wel zaak, dat we bij de overdenking van deze dingen, onszelf af vragen; Wat zou er straks op mijn doodsbericht staan? Of liever: Wat zou er straks op mijn doodsbericht op goede gronden kunnen staan? Want de mensen, die dat opstellen kunnen er natuurlijk van alles op zetten. Het papier is geduldig en de begrafenisbedienaar wil je echt wel een handje helpen, om het zo mooi mogelijk te maken. Meestal heeft hij wat tekstmodellen bij zich, waaruit men kiezen kan. Maar jullie gevoelen wel, wat mensen er van maken, dat maakt voor God allemaal niets uit. De Heere ziet er naar, of er waar werk in het hart verheerlijkt is. Of men in waarheid als een arme zondaar, het anker buiten het schip heeft leren werpen, om alleen te hopen op Zijn Woord.

Jongens en meisjes, sta daarnaar! Jullie leven in een geweldige tijd. Alles wordt anders bekeken, dan vroeger. Maar daar zijn de zaken nog niet anders door. De leugen verschijnt iedere keer in een nieuwe gedaante, dan blijft hij het langste „als leugen” gecamoufleerd. Want het is een zucht van de mens, die uit de vader der leugenen is, om iedere keer wat nieuws na te lopen.

De waarheid verandert echter nooit. Gods Woord, heeft Luther eens gezegd, houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken. En zo is het. De jaarwisseling heeft het ons weer geleerd, wat de Heere Zelf in Zijn Woord zegt: Alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord des Heeren blijft tot in der eeuwigheid.


Het is Gods getuigenis
Dat eeuwig zeker is
En slechten wijsheid leert.


Beste vrienden en vriendinnen zoekt het daar veel, zoekt het daar alleen, zoekt het daar je leven lang. Je kunt er niets bij verliezen en je kunt er alles bij winnen.

Weest weer hartelijk gegroet van jullie aller vriend en tot de volgende keer. Waarover? De tijd zal ’t leren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.