+ Meer informatie

„Christelijk ondernemen is geen jacht naar macht en vermogen"

4 minuten leestijd

ZWOLLE - „Een christelijke ondernemer moet aan zijn gedrag te herkennen zijn. Christelijk ondernemen is geen jacht naar macht en vermogen, het vraagt een andere instelling", vindt J. Lenting, directeur van het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond (GMV). Het GMV is de gereformeerd-vrijgemaakte werkgevers- en werknemersorganisatie.

Een belangrijk doel van het GMV is de bezinning op de ethische aspecten van het ondernemen. In het kader hiervan is deze week onder de titel "Verantwoord ondernemen" een brochure verschenen. Ook organiseert het GMV congressen over de ethiek van het ondernemen. Begin volgend jaar wordt er in samenwerking met het Gereformeerd Vormingsinstituut (GVI) een seminar gehouden over "Levensbeschouwing in management". De Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) werkt ook mee aan dit se

Oosterse mystiek

De interesse voor levensbeschouwelijke aspecten onder managers neemt de laatste jaren toe, constateert Lenting, die eerst bij Philips als organisatie-adviseur heeft gewerkt en sinds 1981 GMV-directeur is. „Vroeger dacht men dat management neutraal was en dat alles met het verstand te beredeneren was. Sinds enkele jaren is dit echter veranderd, want men zag dat vooral in een land als Japan de bedrijfscultuur de prestaties van de onderneming positief beïnvloedde. Men ontdekte dat levensbeschouwing van belang is bij het management".

Hoewel Lenting op zich blij is met de grotere belangstelling voor de levensbeschouwing, vindt hij het wel zorgelijk dat men zich hierbij vooral wendt tot stromingen waarbij de mens centraal staat. „Door te kiezen voor bij voorbeeld de antroposofie en de oosterse mystiek denkt men zichzelf te kunnen helJ. LENTING haren uit het moeras... pen. Dat roept het beeld op van Baron von Münchhausen, die zichzelf aan zijn haren uit het moeras wilde trekken".

Volgens de GMV-directeur moeten christenen inspelen op de grotere interesse voor levensbeschouwelijke aspecten bij het ondernemen. „Het klimaat is nu gunstig. We moeten daarom het belang van een christelijke visie voor het management nadrukkelijker onder de aandacht van niet-christenen brengen".

Buiten kijf

Dat het christelijk geloof belangrijk is bij het ondernemen staat voor Lenting buiten kijf. „Het moet bij het ondernemen niet gaan om de jacht naar macht en vermogen, maar om de eer van God en de naaste. De mens is rentmeester van de schepping. Wij moeten de schepping dan ook op een goede manier tot ontwikkeling brengen. Dit betekent dat je als christen in je ondernemen herkenbaar moet zijn. Dat moet onder meer blijken uit de normen die je hanteert, de intentie waarmee je werkt en de uitstraling die je hebt".

Het belang van een christelijke levensbeschouwing ligt volgens de GMV-directeur juist in het benadrukken van een bredere verantwoordelijkheid voor de schepping en de naaste. Hoe een christelijke levensbeschouwing in de praktijk gestalte moet worden gegeven, is Foto RD niet makkelijk, maar toch kan het volgens Lenting. In de brochure "Verantwoord ondernemen" wordt daartoe een handreiking gedaan.

Het GMV geeft in de brochure een aanzet voor het opstellen van een gedragscode voor christelijk ondernemen. Bij die gedragscode worden vijf gebieden onderscheiden waarop ondernemers hun levensbeschouwing zichtbaar kunnen maken, namelijk de werknemers, de gemaakte en verbruikte produkten, de afnemers, het financieel beheer en de samenleving.

Volgens de brochure moeten ondernemers in hun houding tot de werknemers streven naar een meer dan minimale uitvoering van wetten en regels op het gebied van onder andere de arbeidsomstandigheden, de Wet op de ondernemingsraden en het minimumloon. Bovendien moet de onderneming streven naar arbeidsverhoudingen waarbij de gezagsdragers de medewerkers in staat stellen hun capaciteiten en talenten te ontplooien en waarbij constructieve kritiek van 'onderop' op prijs wordt gesteld en gestimuleerd, opdat gezagsdragers en medewerkers beter kunnen functioneren.

Bij de gedragscode voor de gemaakte en verbruikte produkten wordt door het GMV onder andere gesteld dat de onderneming tot taak heeft de samenleving te voorzien van produkten die zij nodig heeft en die mensen in staat stellen hun taak op aarde te vervullen. Met betrekking tot de afnemers stelt het GMV dat een ondernemer bij het aanprijzen van zijn produkten geen gebruik mag maken van misleidende reclame, het achterhouden van relevante produktinformatie, omkoperij en dergelijke.

Lucht en bodem

Met betrekking tot het financieel beheer wordt onder meer opgemerkt dat ondernemingen zich moeten houden aan alle geldende wettelijke voorschriften inzake bij voorbeeld fiscale aangelegenheden en beloning. Bovendien wordt gepleit voor een uitbreiding van de bevoegdheden van accountants. Deze moeten de mogelijkheid krijgen om de frauduleuze handelingen van de onderneming te melden.

Voor wat betreft de gedragscode richting de samenleving wordt gesteld dat de vervuiling van water, lucht en bodem de ondernemingen niet onberoerd mag laten. Zij dienen niet alleen de regels op dit gebied na te leven, maar ook waar mogelijk op wetgeving te anticiperen.

Dat in de brochure vooral wordt ingegaan op de verantwoordelijkheid van de ondernemers komt volgens Lenting omdat bij hen „alle lijntjes" samenkomen. „Zij hebben bij hun werk immers te maken met al de genoemde facetten. Bovendien hebben ondernemers een betere mogelijkheid om in te grijpen. Zo kunnen zij in hun branche-organisaties deze zaken aan de orde stellen, zodat voor andere ondernemers het belang van een christelijke levensbeschouwing blijkt".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.