+ Meer informatie

Ondanks fors tekort betere financiering van nieuwe werken

Begroting Utrecht 1972

4 minuten leestijd

In de memorie ter toelichting op de begroting 1972 van de stad Utrecht krijgen enkele zaken door het college van b. en w. bijzondere aandacht. Als een van de belangrijke punten wijst het college op de verhouding en relatie tussen bestuur en bestuurder. Het is normaal dat deze relatie loopt over en via de gekozen vertegenwoordiger en daarmede op het lokale vlak gezien, de gemeenteraad. Herhaaldelijk worden we echter geconfronteerd met rechtstreekse reacties vanuit de bevolking. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te voeren doch het staat naar het oordeel van het college van b. en w. wel vast dat de communicatie via de normale kanalen niet in alle gevallen goed functioneert. Voor het lokale bestuur is het een zaak van eerste orde, dat deze communicatie weer wordt hersteld. In het komende jaar zal hierover in de raad nader gesproken moeten worden.

Een ander punt is de plaats en de taak van een grote stad in de huidige samenleving. De problematiek die hier ligt zal van het gemeentebestuur de uiterste inspanning vragen. In het bijzonder omdat deze aanpak zich zal moeten voltrekken met beperkte middelen. Allereerst zal binnen deze problematiek de woning- en wijkverbeteringen moeten worden aangepakt. Ook de bestuurlijke ontwikkeling in de regio en de openbaarheid van bestuur zullen in het komende jaar de aandacht opeisen.

ONVOLDOENDE

Reeds sedert 1963 worstelt de gemeente Utrecht met een structureel tekort. Daarom volgens het college, structureel, omdat de oorzaak gezocht moet worden in de onvoldoende uitkeringen uit het Gemeentefonds.. Dit achterblijven wordt veroorzaakt door de te lage schaalbedragen in vergelijking met andere grote steden en het geen rekening houden met de centrumfunctie van Utrecht, die deze stad inneemt zowel regionaal als landelijk. Een extra accent krijgt dit structurele tekort van 24 1/2 miljoen gulden door een afnemend aantal inwoners en de stijgende kosten van het openbaar vervoer. Uit mededelingen van Den Haag blijkt, dat de uitkering uit het gemeentefonds voor Utrecht in 1972, 3,08 procent hoger zal zijn dan in 1971. Een dergelijke verhoging is niet eens toereikend om de prijsstijgingen op te vangen, laat staan dat er ruimte komt voor een reële verbetering van het budget.

De ongedekte tekorten sedert 1963 zijn nu opgelopen tot 51 miljoen gulden, wat op de begroting 1972 een rentelast veroorzaakt van 3,6 miljoen gulden. Ook de stijgende kosten van het openbaar vervoer doen Utrecht de das om. Ondanks een rijksbijdrage van 1.8 miljoen gulden stijgt in 1972 het te verwachten tekort met 5 miljoen tot 11.3 miljoen gulden.

VERHOGINGEN

Wordt in samenwerking met de drie andere grote gemeenten in Nederland,  Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ernstige pogingen ondernomen om tot een sanering van de structurele tekorten te komen, ook binnen het plaatselijk belastinggebied wordt de schroef aangedraaid. De gemeentelijke belastingen worden in het algemeen met 6 1/2 procent verhoogd en de retributies met 10 procent. Straatbelasting met 1 punt tot 24 procent van de belastbare opbrengst; rioolrechten van ƒ 89 tot ƒ 101; reinigingsrechten van ƒ 28,20 tot ƒ 31,20; verhoging opcenten personele belasting van 230 tot 245; verhoging hondebelasting van 30 naar 40 gulden; verhoging secretarie en legesrechten met 10 procent; verhoging gasttarieven en verhoging van vervoerstarieven met 20 procent; verhoging van markttarieven met 20 procent.

Op jaarbasis zullen deze verhogingen 4.1 miljoen gulden meer moeten opbrengen. Daarentegen zal in verband met de hoge perceptiekosten de reclamebelasting worden afgeschaft.

MEER INVESTEREN

Onder handhaving van het instituut van de centrale financiering wordt een andere methode voor de financiering van de Investering gevolgd. Elke maand wordt nu 100 miljoen gulden ter beschikking van de gemeenten gesteld. In de praktijk blijkt dat hiervan 10 miljoen gulden voor provinciale investeringen, 40 miljoen gulden voor de grootste vier gemeenten en 50 miljoen voor de overige gemeenten vrij komen. Voor Utrecht werkt deze regeling gunstiger dan vroeger het geval was. Werden voor 1970 voor investeringen in nieuwe werken 11,5 miljoen gulden aangewend, voor 1971 verwacht met 34,4 miljoen ter beschikking te kunnen krijgen. Voor consolidatie van de vlottende schuld werd 39 miljoen gulden ontvangen, terwijl uit eigen inkomsten in de kapitaalssfeer de helft voor nieuwe kapitaalswerken werd besteed namelijk 11.1 miljoen gulden. Dit alles maakt de financiering van nieuwe werken voor Utrecht minder moeilijk dan in 1971.

OPRUIMEN

B.en w. merken in hun toelichting op, dat de activiteiten van de drie reinigingscontroleurs in Utrecht langzamerhand merkbaar worden. Ook wordt voortgegaan met het plaatsen van papierbakken langs de openbare weg, terwijl er op gerekend wordt, dat de reiniging in 1972 ongeveer 1500 autowrakken van de openbare weg zal verwijderen. In het kader van de acties tegen straatverontreiniging is een in opvallende kleuren geschilderde huisvuilauto voorzien van een geluidsinstallatie in gebruik genomen. Deze auto zal in elke wijk tweemaal verschijnen. Ook zullen in de trottoirs op verschillende punten tegels met opschriften worden aangebracht, die op de nadelen van straatverontreiniging opmerkzaam maken.

In de discussienota Kernbeeld, door de gemeenteraad is aanvaard, het beleid voor de stadsontwikkeling van Utrecht voor de komende jaren vastgelegd. Het ontwerp voor de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht zal nog even op zich laten wachten.

Met de uitvoering van de reconstructie van de Mariaplaats hoopt men in 1972 te kunnen beginnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.