+ Meer informatie

VRIJGEMAAKTE VREEMDELINGEN

3 minuten leestijd

Na lezing van het boek met bovenstaande titel dacht ik: eigenlijk is dat een titel met een dubbele bodem. Ik weet echter niet of het wel zo bedoeld is. Maar toch: het woord vreemdeling heeft een principiële lading: dan denken we aan de bijbelse gedachte van het vreemdelingschap. En het boek laat duidelijk zien dat deze zaak in de verschillende bijdragen in geding is. Maar het woord heeft soms ook iets in zich van: vreemd, wonderling omgaan met de dingen. En eerlijkheidshalve: ook dáárvan legt het boek getuigenis af.

Nu hebben de redacteuren dat ook ingecalculeerd: ze zijn op zoek gegaan, in het kader van een kerkhistorisch specialisatieproject aan de Theol. Universiteit van de GKv , naar de wijze waarop de in de ondertitel genoemde thema’s handen en voeten hebben gekregen in de eerste decennia van het vrijgemaakte leven. Dat is dapper; men weet immers van tevoren dat men zal stuiten op zaken, waarvan men achteraf zegt: had het ook anders gekund, ja, had het niet béter anders gekund? Zijn de stellingen wel altijd op de juiste wijze betrokken en kan op grond van de normen van Gods Woord en de gereformeerde belijdenis ook een andere insteek overwogen worden? Het is bekend dat binnen de GKv soms stevige standpunten worden ingenomen. Soms terecht, soms mag het ruimer. In dat kader vind ik het groots dat prof. Te Velde in zijn nabeschouwing openlijk spijt betuigt voor de wijze waarop hij zelf deel had aan (elementen van) de kerkscheuring in de jaren ’60 in zijn kerkverband (blz. 199).

Elk thema wordt aan een onderzoek onderworpen en direct daarna volgt in een volgend hoofdstuk een reflectie erop. Dat maakt het geheel levendig en het wint nog meer aan diepgang! Enkele voorbeelden: in de eerste twee hoofdstukken gaat het om de wijze waarop de ‘doorbraak’-gedachte (na WO II) in de GKv werd verwerkt. Niet dus; antithese op alle terreinen van het leven, dat was de doorgaande lijn. Nu, een halve eeuw later, brokkelt dat af. De vraag wordt (later in het boek) opgeworpen waar de huidige doorbraak ons brengt. Een heel belangrijke vraag, waarbij ik zelf de kanttekening plaats dat het winst zal zijn, wanneer deze doorbraak gemarkeerd en begrensd wordt door de gereformeerde gezindte. Dan heeft het vrijgemaakte leven echt nog toekomst!

Bepaald bemoedigend voor de contacten met onze kerken vond ik de hoofdstukken 9 en 10 over de visie op het verbond. Daar worden zaken benoemd die onder ons aangeduid zouden worden met een zin als ‘De Abrahamspositie heft de Adamspositie niet op’. En Te Velde onderstreept e.e.a. nog eens op blz. 191. Daar kunnen we verder mee! Ten slotte noem ik nog het onderzoek over de zaak ‘Kralingen’, waar duidelijk wordt hoe een ‘binnenbrand een bosbrand’ kan worden, wanneer er niet enkele wijzen zijn die met gezag kunnen spreken; en het op de spits gedreven verzet tegen deelname aan de AOW. Het zijn met name díe zaken waarvan we vandaag zeggen: het had anders gekund, en dan hoeft het nog niet slechter te zijn.

n.a.v. dr. Mees te Velde en dr. Hans Werkman (red.), Vrijgemaakte vreemdelingen. Visies uit de vroege jaren van het gereformeerde vrijgemaakte leven (1944–1960) op kerk, staat, maatschappij, cultuur, gezin. Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2007, 210 blz., ‚ 17,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.