+ Meer informatie

Houwaart: Journalist is nieuwsfïïter, geen trechter

ESJ belegt symposium over joumalistiek en ethiek

4 minuten leestijd

AMERSFOORT — Een journalist die onder een gefingeerde naam informatie inwint, lieeft volgens rijksgecommitteerde D. Houwaart het gelijk aan zijn kant. Hij ziet dit als „het toepassen van een list, om de waarheid boven water te krijgen". Er kan echter geen sprake zijn van een absolute journalistieke vrijheid, maar slechts van een genormeerde. „De journalist die zijn vak verstaat, fungeert niet als trechter, maar als filter voor het nieuws".

Houwaart, oud-journalist en lid van de Raad van de Journalistiek, zei dat gisteren in Amersfoort tijdens een symposium over journalistiek en levensbeschouwing. De bijeenkomst was georganiseerd ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Evangelische School voor Journalistiek (ESJ).

Tijdens de forumdiscussie noemde Houwaart het voorbeeld van een journalist die zich tijdens zijn eerste tijd bij de Nieuwe Haagsche Courant voordeed als baron om te weten te komen of een bepaald hotel zou sluiten. J. Cordia, buitenlandredacteur van het Nederlands Dagblad en docent aan de ESJ, was het hierin met Houwaart eens. Ook hij had wel eens „zonder zijn naam te noemen" informatie opgevraagd bij een radio-omroep.

Voyeurisme

Kritiek kreeg de zogeheten "undercovermethode". Houwaart en Cordia vonden dat journalisten wel gastarbeider mogen 'spelen' om negatief te kunnen schrijven over discriminatie. Ook hoeven zij zich niet schuldig te voelen als een minister door een geruchtmakende publikatie in de pers van zijn post wordt ontheven. Maar zij mogen zich niet in dienst stellen van de leugen.

Duidelijk over de schreef gaat het misbruik van de persvrijheid als een dekmantel voor kwaadwilligheid. „Wie zijn naaste liefheeft, verheugt zich als iemands privacy wordt beschermd tegen journalistiek voyeurisme", zo zei ESJ-directeur drs. J. A. van Delden. Met het gebruik van de „journalistieke list" had hij echter moeite. Met een verwijzing naar M. Rooy, E. Diemer en W. C. F. Scheps pleitte Houwaart ervoor dat de journalistiek haar eigen normen vaststelt en hanteert. Hoe fijn het "filter" moet zijn, moeten zij zelf bepalen. „Ik heb de indruk dat Trouw een wat grovere filter hanteert dan het Reformatorisch Dagblad". Maar ook voor de roddelpers zag hij een legitieme plaats. „Het blijkt in een behoefte te voorzien. Daar moet je je niet al te druk om maken".

Hoessein

Wat Houwaart wel bezwaart, is wanneer de pers alleen maar trechter is voor het nieuws. Zoiets ziet hij momenteel gebeuren met de uitzendingen van het Amerikaanse televisiestation CNN over Irak. Dit station heeft zich volgens hem volledig in dienst gesteld van Saddam Hoessein. „Alles wat de president voor zijn politiek nuttig vindt, geeft CNN zo maar door. Dit noem is collaboratie. Zulke journalisten zijn niet verantwoord bezig".

Dat laatste zou ook gelden voor het besluit van de NOS-radio om de oud-voorzitter van het Palestina-Komitee als correspondent naar Amman te zenden. „Hij is natuurlijk gekozen omdat hij hoofd is van de Arabische afdeling van de Wereldomroep, maar zo'n benoeming maakt mij argwanend", aldus Houwaart.

Fopspeen

Uitgebreid werd verder ingegaan op de taak en de mogelijkheden van de Raad van de Journalistiek. Cordia noemde het functioneren van deze Raad een „fopspeen". De uitspraken van de Raad, die aangeklaagde journalisten in zekere zin moet corrigeren, fungeren vaak als een soort „grafschrift". Privé-redacteuren trekken er zich geen laars van aan, vond Cordia.

Houwaart vond dat te veel gezegd. De Raad, waarin hij al 23 jaar zitting heeft, heeft volgens hem duidelijk gemaakt dat de journalist niet altijd gelijk krijgt. Ook zijn de uitspraken van invloed geweest op de vonnissen van lagere rechters. Hij zag wel wat in een eigen ombudsman, maar voelde er niets voor om de overheid meer bevoegdheden te geven om "normloze" journalistiek tegen te gaan.

Curatele

Forumlid mr. A. Rouwvoet, directeur van het wetenschappelijk bureau van de RPF, stelde daarentegen dat de overheid een eigen verantwoordelijkheid heeft als de zelfregulering van de journalisten tekortschiet. Hij vroeg zich zelfs af of er eigenlijk wel een principieel verschil is tussen een dictatoriale staat die geen persvrijheid kent en een democratische overheid die hetzefde bereikt door „een veel te veel oprekken van de vrijheid van meningsuiting".

Houwaart was het daarmee fundamenteel oneens. „De weg die u volgt leidt tot curatele". Rouvoet zei geen "casuspositie" in te willen nemen, maar bleef bij zijn standpunt. Wel merkte hij op dat de overheid de journalisten voor alles moet stimuleren tot persoonlijke bezinning.

Integratie

Bestuurslid dr. ir. A. van der Rijst besloot de vergadering met de opmerking dat de ESJ uitgaat van een bijbels standpunt. Van daar uit wordt gestreefd naar „een integratie tussen het sacrale en het profane".

Ook deelde hij mee dat er plannen worden gemaakt voor aansluiting van de vierjarige hbo-opleiding bij de universitaire opleidingen en voor een eenjarige vervolgopleiding voor universitair geschoolden. Voor wat betreft het laatste acht hij internationale samenwerking geboden.

Aan de ESJ zijn ruim 250 personen afgestudeerd. Momenteel telt de door de overheid erkende opleiding 135 studenten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.