+ Meer informatie

Oorzaak en verband

5 minuten leestijd

Als men zo allerlei kranten, kerkbladen en tijdschriften leest, doen zich veel vragen voor over oorzaak en verband van de ramp, die het Zuidelijk deel van ons Vaderland heeft getroffen. Vragen vaij theologische aard, want ons volk theologiseert nu eenmaal graag. Het kan zijn nut hebben, daar eens iets van te zeggen.

De beschouwingen die wij er over lazen en ook wel in gesprekken hoorden, zijn veelzijdig en vreemd. Zo kwam de vraag aan de orde, waarom het nu juist dat deel van ons volk te beurt viel dat het meest Calvinistisch is getint? Waarop dan het antwoord kwam, dat het een straf is, omdat in de streken meer vorm dan wezen gevonden wordt. Weer anderen beweren dat het ligt aan de korte haardracht, aan de verzekeringen, aan de nieuwe vertaling van de Bijbel en tientallen dergelijke vondsten meer.

Ik ben van mening dat men met al die beschouwingen onschriftuurlijk spel speelt waarbij men zichzelf voorbijziet. Zeker, er zijn redenen en oorzaak voor, maar wie is zo vermetel om te durven zeggen, dat hij het weet? In dit alles mist men het: „Wij, wij hebben gezondigd! Wij hebben God op het hoogst misdaan, wij allen zijn even schuldig en het had ook ons kunnen treffen.

Rondkijker was er bij tegenwoordig, dat Ds A. Vergunst te Zeist, veertien dagen na de vloed, in een voor drie kwart verwoeste plaats in het rampgebied een stichtelijk woord sprak voor een detachement van ca. 30 man van de Rijkspolitie. Het waren de enigen, welke die Zaterdagavond op dat verlaten dorp van dood en verderf ambtelijk verblijf hielden. Een indrukwekkende ure was het, in een van de overgebleven huizen op de dijk, waartegen de schuimbekopte golven spoelden, om nooit te vergeten! Hij sprak over de woorden uit Ps. 91 : 1: Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, zal vernachten in de schaduw des Almachtigen" en wees er op, dat men nergens veilig is dan alleen in die Schuilplaats, in de Rots der eeuwen, die van geen wankelen weet. In zijn redevoering kenmerkte hij onder meer, dat het de wil des Heeren was geweest, dat een groot deel van ons volk met deze vloed door ramp en leed waren ovei-stort en zeer velen op onverwachte en ongedachte wijze, het tijdelijke met het eeuwige hadden moeten verwisselen.

RONDKIJK

Over dit punt — en dat is dan hetzelfde punt als bovengenoemd — bleken ook de politiemannen te hebben nagedacht; na afloop werd in goede zin de vraag gesteld: , waarom juist dat deel van ons volk getroffen werd, dat nog naar Gods Wet en inzettingen tracht te leven?

Ja, waarom?

Terecht werd door Ds Vergunst geantwoord, dat op de „waaroms" geen antwoord kan worden gegeven. God is Souverein en vrij in Zijn doen, wie kan tot Hem zeggen: „Wat doet Gij? " Enerlei wedervoer hier de rechtvaardige en goddeloze, onvoorbereid werden er weggenomen, maar de Heere nam ook van Zijn kinderen tot Zich. Anderzijds spaarde Hij — en soms op voor ons wonderlijke wijze - opdat er uit Zijn roepstem iets zou worden geleerd en het nog tot bekering strekken mocht.

" Een was er, die deze vraag nog van een andere kant belichtte. Hij haalde het Schriftwoord aan: „Indien dit geschiedt aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden? " Hij doelde er mee te zeggen, waar hier het meest godsdienstige deel van ons Vaderland was getroffen, andere delen, die zich om God noch ge-bod bekommerden, van de ramp waren gevrijwaard. Hij vergeleek de eersten — in algemene zin dan — bij het groene, de anderen bij het dorre hout. De laatsten, die er een waarschuwing tot lering door hadden ontvangen, hadden toe te zien. dat hun niet wat ergers geschiedde!

Dat was wel raak gezegd. De Heere roept er immers ons allen door toe: Indien gij U niet bekeex-t, zo zult gij insgelijks vergaan. Het Woord Gods kwam er dus mee tot ons, de Heere onderstreepte door deze ramp dat Woord, opdat wij ons zouden bekeren en leven. Als het ons niet raakt, als we het op een ander schuiven, als we ons er tegen verharden, dan zal ons inderdaad wat ergers geschieden! Want de Heere heeft meer pijlen op Zijn boog om rechtvaardig te handelen jegens onze zonden en afmakingen. Ik herhaal wat ik de laatste keer schreef: de verharding is erger dan de ramp zelf.

Laten wij voorzichtig zijn om naar allerlei redenen te zoeken; naar de „waaroms", waarom deze ramp zich heeft voltrokken. En intussen maar ons zelf voorbijzien. Dan lopen we in hetzelfde karrepad als de wettische Joden in Christus' dagen. Die wisten het precies waarom deze of gene straf bekwam. De discipelen van Jezus waren er ook mee behept. Kwamen ze niet met de vraag: Heeft deze gezondigd of zijn ouders?

Als het een persoonlijke zaak voor ons wordt, wordt het een v/onder, dat wij ook niet met de bezem van Gods rechtvaardigheid zijn weggeveegd. Dan vallen alle vragen weg en is het een dagelijkse verwondering, dat we nog zijn die we zijn.

Ds Lamain schreef mij uit Grand Rapids, dat we de ramp maar tweemaal mochten beleven om met David uit te-roepen, dat de sterkte Godes is!

Als dat beleefd wordt zal de ramp ons, inplaats van een vloek een zegen zijn.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.