+ Meer informatie

Vrijheid van onderwijs heeft geen warme plaats bij Ritzen

Minister groeide op in ,,het randgebied van een mijnwerkerskolonie"

7 minuten leestijd

Ministers van onderwijs zijn per definitie niet populair bij het onderwijsveld in het algemeen en studenten in het bijzonder. Toch kan de huidige bewindsman zich aardig staande houden in de slangenkuil. Ondanks of misschien wel dankzij zijn opvoeding heeft het bijzonder onderwijs geen warme plaats in zijn beleid.

Volgende week moet minister Ritzen samen met de staatssecretarissen Netelenbos en Nuis de begroting van Onderwijs in de Kamer verdedigen. Op harde confrontaties zal dat waarschijnlijk niet uitlopen. Het kabinet heeft het economisch tij mee en daar profiteert ook het onderwijs van.

Prof. dr. ir. J. J. M. Ritzen werd op 3 oktober 1945 in Heerlen geboren. Het gezin waarin hij ter wereld kwam was degelijk rooms-katholiek. Vader Ritzen was onderwijzer, lid van het kerkbestuur, voorzitter van de kleuterschool en de plaatselijke harmonie. Overigens mocht zoonlief geen lid worden van de harmonie, omdat daar te veel werd 'gepimpeld'.

De eerste zeventien jaren dat Jo Ritzen in Heerlen woonde, waren redelijk zorgeloos. Hij verkeerde veel in de natuur achter het huis. Vader Ritzen was een veeleisend man. Hij wilde dat zijn zoon optimaal presteerde. Jo was daar niet altijd van gediend en hij heeft daarom zijn latere promotie enkele jaren uitgesteld.

Kerk

Ritzen heeft de buurt waarin hij opgroeide eens omschreven als ,,het randgebied van een mijnwerkerskolonie". Ritzen: ,,Ik heb sterk geleefd met de dominantie van de mijnen. Met de kerk als centraal punt. De kerk speelde een heel belangrijke rol in het sociale leven rond de mijnen". Het harde mijnwerkersleven legde bij Jo Ritzen de basis voor het sociale bewustzijn.

Ritzen werd naarmate de jaren vorderden in zijn denken radicaler. In zijn studententijd was hij pacifist en lid van de PSP. Deze harp hing hij na drie jaar reeds aan de wilgen en Ritzen trad toe tot de PvdA. De kerk keerde hij in deze tijd ook de rug toe. Een pauselijke encycliek waarin het recht op geboortenbeperking niet werd toegekend, was de druppel die de emmer deed overlopen. ,,Van paters heb ik vooral een sterk gevoel van sociale rechtvaardigheid meegekregen. Ondanks die positieve ervaring had ik nadrukkelijk kritiek op het katholicisme. Op mijn 22e stuurde ik de paus een protesttelegram als bestuurslid van de Unie van Katholieke Studenten en Pax Romana, de Europese studentenbeweging. Dat hij zijn encycliek Humanae Vitae met onmiddellijke ingang moest terugtrekken. In dat geschrift stond onder meer een verbod op geboortenbeperking. Deze laatste waarschuwing was tevergeefs. Voor mij betekende het een 'clean break' met de kerk", zo zei Ritzen deze zomer in een boulevardblad.

,,Bekeerlingen zijn vasthoudender en zekerder van hun zaak dan iemand die daarin is opgegroeid", zei de bewindsman enkele maanden daarvoor over zijn overstap van het katholicisme naar het socialisme. Dat geldt jammer genoeg ook voor zijn 'bekering' om de kerk uit te stappen. Veel warmte voor de vrijheid van onderwijs legt de bewindsman in de praktijk van zijn politieke werk niet aan de dag, hoewel hij zich eens heeft laten ontvallen dat de vrijheid van onderwijs ook bij hem in goede handen is. Afgelopen donderdag zei hij nog in de Kamer dat afschaffing van artikel 23 van de grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs ligt verankerd, voor hem reden zou zijn om af te treden.

Artikel 23

Ritzen wil de vrijheid van onderwijs dus niet kwijt. Nochtans wordt die vrijheid door allerlei wetten wel ingeperkt. Dat is bijvoorbeeld overduidelijk het geval bij de Wet educatie en beroepsonderwijs, die deze week door de Eerste Kamer is behandeld.

Scholen voor middelbaar beroepsonderwijs moeten met instellingen voor volwassenenonderwijs en het leerlingwezen samengevoegd worden tot zogenaamde Regionale opleidingscentra. Daarvan mogen er zo'n vijftig in ons land ontstaan. Ondanks alle terechte uitzonderingsmogelijkheden die zijn aanvaard en na enig aandringen heeft Ritzen die ook verdedigd- is het identiteitsgebonden onderwijs de dupe van deze operatie. Met de bewindsman was op geen enkele manier te praten over samenwerking tussen instellingen. Het zouden en moesten fusies worden.

Weer andere gevaren liggen op de loer bij het zogenaamde lokaal onderwijsbeleid. Op grond daarvan mogen de gemeenten in overleg met de scholen een zelfstandig beleid voeren ten aanzien van de huisvesting, het achterstandenbeleid en de onderwijsverzorging. Daardoor komt de gelijke bekostiging van de scholen nog verder in het gedrang. Bovendien lijken de bewindslieden niet van zins om de Onderwijsraad als beroepsmogelijkheid te aanvaarden in het geval scholen het niet eens zijn met de beslissingen van de gemeente.

Een laatste voorbeeld is de tegemoetkoming in de studiekosten voor scholieren in het voortgezet onderwijs. Die regeling moest vereenvoudigd worden. Zo is er bijvoorbeeld geen extra regeling meer voor tegemoetkoming in de reiskosten als ouders vanwege hun overtuiging kiezen voor een school die verder van huis ligt.

In de periode dat Ritzen minister van onderwijs is, heeft hij weinig bewogen pleidooien gehouden voor de vrijheid van onderwijs. Hij werkt ermee en daarmee houdt het op. Dat is een bewuste keuze van de PvdA'er, want hij staat te boek als zeer intelligent.

Argumenten

Dat bleek al tijdens zijn studie. Na het gymnasium studeerde hij natuurkunde in Delft en promoveerde hij in Rotterdam tot doctor in de economie. In het begin van de jaren zeventig werkte hij een jaar in Oost-Pakistan, het huidige Bangladesh. Hij was daar adviseur van de regering. Van 1972 tot 1975 doceerde hij in de VS aan de University of California. Vervolgens ging hij aan de slag bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. In de jaren tachtig was hij achtereenvolgens werkzaam als hoogleraar onderwijsplanning en onderwijseconomie in Nijmegen en als hoogleraar economie van de publieke sector aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Voor hij in 1989 minister van onderwijs werd in het derde kabinet-Lubbers, had Ritzen vrijwel geen politieke ervaring. Zijn enige betrokkenheid bij de politiek stamt uit het begin van de jaren tachtig, toen PvdA-voorman Den Uyl zijn banenplan presenteerde. Ritzen was daar als adviseur van de PvdA-leider zeer nauw bij betrokken.

Als onderwijsminister is Ritzen nooit zijn imago als hoogleraar kwijtgeraakt. Regelmatig wees zijn vermanende vinger in de richting van de geachte afgevaardigden als ze iets hadden beweerd dat niet door zijn beugel kon. Ook zijn z'n doceertoon en abstracte manier van beantwoorden berucht geworden. Met de vuist op tafel slaan is niet zijn methode. Hij zoekt steeds naar argumenten. Sommigen noemen hem de superfrik van Nederland.

Een echte politicus is hij in de afgelopen jaren niet geworden. In de tijd dat Wallage staatssecretaris was op Onderwijs en Wetenschappen moest Ritzen het in politiek opzicht tegen hem afleggen.

Toch kwam Ritzen weer terug in het kabinet-Kok. Eigenlijk alleen omdat de PvdA niemand anders kon vinden. Ritzen had wel wat uit te leggen toen hij het ambt opnieuw aanvaardde, want bij het scheiden van de markt had hij gezegd dat de bezuinigingen die door Kok op Onderwijs losgelaten zouden worden, niet verantwoord waren.

Maar Ritzen zou Ritzen niet zijn als hij daarvoor geen kloppende redenering zou vinden. ,,Twee dingen. Eén: die dreigende bezuiniging van drie miljard is er nooit gekomen. In het regeerakkoord werd dat anderhalf miljard en dat bedrag heb ik zo ingevuld dat het te doen was. Twee: andere gegadigden voor deze post waren toch bang tussen de wal en het schip te geraken. Ze zagen de loopplank niet die ik als minister had achtergelaten. Daarom heeft de partij zware druk op mij uitgeoefend: ,,Doe een tweede ambtstermijn mee". Omdat die flinterdunne loopplank er lag, heb ik ja gezegd".

Dit is een voorbeeldje van ritziaans geredeneer op grond waarvan het volstrekt onlogisch zou zijn als hij ,,nee" zou zeggen. En dat terwijl de heersende gedachte was: Hij kan geen ,,ja" zeggen. Zo niet voor Ritzen. En eigenlijk vindt hij het heel erg flauw als iemand er dan nog op terugkomt. Hij heeft toch zijn argument gegeven en dat was toch overtuigend?

Bewuste keuze

Terwijl critici namokten, was Ritzen weer hard aan het werk op het ministerie. Want dat is hij ook: bijna een workaholic. Het gaat allemaal snel bij hem. Alles moet vlug. Vlug, maar wel goed. Alles moet zorgvuldig worden gepland en zo efficiënt mogelijk worden afgehandeld. Soms heeft hij wat van oud-premier Lubbers: voor elk probleem tien oplossingen. Hij heeft er plezier in om een probleem van alle kanten te bekijken en dan snel de beste oplossing te kiezen. Zijn bezieling ligt in de sociaal-democratie. De oplossing die hij kiest, moet hij zelf als sociaal ervaren.

Politiek naïef noemen sommigen hem. Hij blijft immers altijd argumenteren en dat wil men in de politiek niet altijd. Het verwijt is niet terecht. Ritzen is niet naïef. Het is zijn manier van politiek bedrijven, en daar kiest hij weloverwogen voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.