+ Meer informatie

Impressies van een persfotograaf

Koerden op de vlucht

4 minuten leestijd

De wereld hield de adem in. Honderdduizenden, een miljoen of misschien wel enkele miljoenen mensen vluchtten. Vrouwen, mannen en kinderen. Te voet en zwaar bepakt trokken ze door het hooggebergte. Op de vlucht voor de troepen van Saddam Hoessein, die niet terugschrikt voor genocide, volkerenmoord. Koerden op weg naar Turkije, waar ze niet welkom waren. Fotograaf Sjaak Verboom legde hun trieste omstandigheden vast.

Ik zit in het vliegtuig op weg naar het rampgebied. En lees in een boek van Elie Wiesel over de Etrusken, een volk met een hoog ontwikkelde beschaving dat meer dan 2000 jaar geleden uitgemoord is. En ik vraag me met de schrijver af of zo'n volkerenmoord ook nu nog zou kunnen gebeuren. We bereiken Uludere. Gezeten op de hoog opgetaste lading van een vrachtwagen met hulpgoederen kruipen we langzaam naar de blauw-rokende berg. Na de laatste bocht zien we ze. Ze kleven tegen de berghelling. Hakken de boompjes om en maken vuurtjes. Tegen de koude van de nacht; om eten klaar te maken, om sneeuw te smelten. Ze vechten om voedsel, plunderen een broodwagen. Ze zijn wild, graaien naar alles wat eetbaar is. De soldaten schreeuwen, slaan, schieten in de lucht.

Knipoog
Ik pak m'n camera's en dring me ertussen. Moeders tonen hun soms nog heel jonge baby's. Stil liggend op de rotsige, koude berggrond. Of, gloeiend van de koorts, in de armen van een ouder zusje. Een moeder verwacht dat haar kind na een paar dagen zal sterven, vertellen de omstanders. Zelf kan ze door dorst geen woord meer uitbrengen. Het kind moet drinken, maar het water is slecht. Ik probeer te zeggen dat ze het moeten koken. ,,Cooking. Boiling on a fire." Ze begrijpen me niet. Het is hier één grote poel van ellende. Hoe moet ik reageren op al die smoezelige kinderkopjes die me nieuwsgierig aankijken? Lachen is ongepast. Medelijdend kijken, hoe doe je dat? Ik weet het niet. Ik probeer het, maar er komt geen reactie. Ik knipoog. Dan veranderen hun gezichtjes: ze lachen! Ze draaien zich verlegen om. Ze stoten trots hun vriendjes aan: Zie je het, hij knipoogde naar mij! Ze hebben nieuwe energie voor hun spelletjes. Waarom? Iemand knipoogde naar hen.

Wat is slecht?
De soldaten zijn slecht. Ze bewaken met hun automatische wapens het pad. Met hun geweer of met stokken slaan ze de vluchtelingen terug. Weg, bij het brood vandaan. Ze schieten in de lucht. Ze intimideren een vrouw. Schreeuwen dat ze terug moet gaan. Uit protest gaat ze zitten langs de kant van het pad, want ze moet naar beneden. Kleren, dekens of desnoods een oude meelzak moet ze hebben om haar zieke kinderen te beschermen tegen de kou en de regen. Verder naar beneden ligt de berg bezaaid met ingezamelde kleding. Het ligt achter het kordon militairen. Onbereikbaar. Later excuseert een soldaat zich. Als ze niet streng zijn loopt de zaak uit de hand. Wat is slecht? Een uitgeputte vrouw met veel te veel bepakking op haar rug vraagt of ik wat water heb. Wat moet ik zeggen? In de kofferbak van de auto ligt cola en water, maar als ik haar wat geef, valt de hele horde op me aan. Ik moet wel zeggen dat ik niets heb. Anders loopt de zaak uit de hand. Teleurgesteld zwoegt ze zwijgend verder. Wat is goed?

Christen
Hoog boven op de bergkam, op de grens met Irak, maakt een vrouw me duidelijk dat ze christen is. We kunnen niet praten. Ze spreekt geen Engels. Een BBC-verslaggever zegt dat er veel kinderen onderweg gestorven zijn. Ze zijn begraven onder een hoop stenen. (Huilt die vrouw daarom zo?) Veel vluchtelingen zijn christen. Ze hebben gebeden voor vrede. Ze hebben gebeden voor hun zieke kinderen. Maar ze moesten verder, de steenhoop achterlatend. Hun kind kon niet geholpen worden. Er was immers geen ziekenhuis, geen medicijn, zelfs geen brood. Ineens kijken al die duizenden hoofden naar de hemel. Helikopters. In een daarvan zit de minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, Baker Misschien wil hij helpen? Die christen-vrouw uit dit geteisterde deel van de wereld en ik, we kunnen elkaar niet verstaan. En alles wijst erop dat dit niet slechts een taalprobleem is. De kloof gaapt dieper. Wat doe ik hier? O ja, ik ben getuige. Daarom geef ik ook steeds hetzelfde antwoord aan de vluchtelingen. Ze vragen: „Wat kun jij voor ons doen?" Ik antwoord: „Ik maak foto's, opdat jullie lijden niet anoniem is. De lezers zullen jullie zien. Ik ben een getuige en mijn foto's zullen spreken."

Voor niets?
En dan lees ik opnieuw in Elie Wiesel: ,,Zeg niet, zeg nu niet meer, dat u het niet wist. Als er heden ten dage, midden in de twintigste eeuw, een volk sterft, is dat bekend." „Na de bevrijding hadden de illusies de vorm van verwachtingen aangenomen. Iedereen was ervan overtuigd dat er een nieuwe wereld zou worden gebouwd op de puinhopen van Europa; een nieuwe beschaving zou worden geboren. Geen oorlog, geen haat, geen onverdraagzaamheid geen fanatisme meer, nergens. En dat alles omdat de getuigen zouden hebben gesproken. Welnu, ze hebben gesproken. En het was voor niets." Helaas heeft hij gelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.