+ Meer informatie

PROEVEN VAN DE PREEK

3 minuten leestijd

Er is heel wat te doen over de wekelijkse prediking. En ook nog eens op verschillende fronten; te denken is aan de vormgeving, maar ook aan fundamentelere vragen: wat is een preek en wat gebeurt er? Wat hebben hoorders van de preek en predikers voor ogen?

Vooral het tweede complex vragen bracht mevr. Stark tot een diepgaand en gedetailleerd onderzoek, waarop zij promoveerde. Zelf predikante heeft zij zich gezet tot de vraag: hoe is door de eeuwen heen gedacht over de vraag wat prediking is en hoe de Heilige Geest die gebruikt om het Woord van God bij mensen te brengen (dat vult dan ook een flink deel van het boek, de hoofdstukken 2 tot en met 8, blz. 32–184 — het eerste deel) en vervolgens de vraag: hoe staat het er nu vandaag mee in de protestantse traditie in Nederland (en met name de PKN, waarbinnen zij haar dienst vervult)?

Het eerste deel is vooral informatief, en levert een duidelijk beeld over de geschiedenis op. Studenten theologie kunnen er voortaan met vrucht gebruik van maken, en dat alleen al maakt het boek al de moeite waard! Het tweede deel is spannender; daarvoor ging de auteur rond Pinksteren 1998 te rade bij een aantal voorgangers en kerkgangers (principiële dwarsdoorsnede van de toen nog Samen op Weg kerken). Meteen blijkt een fors verschil van inzicht bij de verwachtingspatronen tussen die twee categorieën: de kerkgangers komen toch vooral naar de kerk om (hoe dan ook, en met alle inhoudelijke variatie) ‘God te ontmoeten’ (blz. 247) en in een stuk ‘tegenover’ vanuit de bijbel richting voor hun leven te ontvangen (blz. 248); voorgangers zijn in het kiezen van hun uitgangspunt en hun woorden veel terughoudender. Daar kan de auteur natuurlijk niets aan doen, maar het maakt zodoende de kwestie wel spannend; én het roept meteen heel veel vragen op! Is er dan zo’n kloof tussen kerkganger en voorganger? En hoe komt dat degenen die vrijgesteld zijn voor de verkondiging van het Woord (dat zijn predikanten toch?) zo aarzelend zijn als het gaat om de vraag wat de prediking dient te doen en wat zij daadwerkelijk doet? Deze vragen worden nog dringender wanneer we ze stellen in het perspectief van het onderzoek: preken die gehouden zijn op een pinksterzondag, waarbij naast Gen 11 (de torenbouw van Babel) ook de woorden uit Hand. 2 gelezen zijn…

En hier gekomen wil ik nóg iets kwijt: bij de vraag wat de waarde van een preek is, zal toch juist op Pinksteren gevraagd mogen worden hoe de Geest onze harten vernieuwt, overtuigt van zonde én vrijspraak en hoe de Geest de voorgangers juist daarom naar de preekstoel drijft? Dat zijn zo de vragen die bij het lezen van dit proefschrift bij mij boven kwamen én die mij ongerust maken. Om positief (met een woordspeling op de titel) te eindigen: ik bid dat als de kerkgangers van de preek proeven, ze ook proeven wie God in Jezus Christus voor hen wil zijn.

n.a.v.: Ciska Stark, Proeven van de preek. Een praktisch-theologisch onderzoek naar de preek als Woord van God. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005, 505 blz., € 37,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.