+ Meer informatie

VREEMDE EEND IN MILITAIRE BIJT

8 minuten leestijd

Zo voel ik mij af en toe als geestelijke verzorger bij de krijgsmacht. Wij horen erbij, dragen ook het militaire pak, maar we kunnen ons toch nooit helemaal vereenzelvigen met de organisatie waarvan wij deel uitmaken. Maar laat dat nu ook precies de reden zijn waarom wij dit werk doen, in het belang van de mens in de organisatie, als vluchtheuvel en vertrouwenspersoon, als vraagbaak, als voorganger, als bemiddelaar in conflictsituaties, als iemand met een andere kijk en een ander geluid.

MAATSCHAPPELIJKE RELEVANTIE

De kerk heeft aan betekenis voor de samenleving ingeboet. Zo is ook de aanwezigheid van de geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht geen vanzelfsprekendheid meer. Binnen de geestelijke verzorging is er een grote diversiteit, niet alleen aan soorten geestelijke verzorging, maar ook aan diverse denominaties en kleuring door krijgsmachtdelen. Daarnaast hebben andere instanties, zoals de bedrijfspsychologische en bedrijfsmaatschappelijke dienst, die zich voor een deel op hetzelfde werkterrein bewegen, aan betekenis gewonnen. In algemene zin kan geconstateerd worden dat ook op het terrein van hulp- en zorgverlening zakelijker en pragmatischer wordt gedacht. Alles kost tenslotte geld en alleen wat aantoonbaar werkt heeft bestaansrecht. U zult begrijpen dat dit ook van invloed is op de geestelijke verzorging. In de afgelopen jaren zijn het terrein en de werkzaamheden van de geestelijke verzorging in kaart gebracht. Uit het oogpunt van efficiëntie zijn de afzonderlijke diensten geestelijke verzorging samengebracht binnen één dienst geestelijke verzorging, waarbij de hoofdstromingen, te weten rooms-katholiek, protestants, humanistisch, joods en hindoe, elk hun eigen hoofd van dienst hebben. Aan het hoofd van de dienst geestelijke verzorging staat iemand die niet afkomstig is uit de geestelijke verzorging. Deze algemeen manager bemoeit zich in theorie niet met de inhoud van ons werk, maar in de praktijk kunnen maatregelen van het management wel degelijk van invloed zijn op de wijze waarop wij ons werk kunnen doen en zo ook raken aan de inhoud van ons werk. Daarom blijft het zaak hierop attent te blijven.

DE INHOUD VAN ONS WERK

Van oudsher wordt de inhoud van ons werk enerzijds bepaald door de mensen die werken binnen de krijgsmacht. Anderzijds zijn het de zendende instanties die mede de inhoud van ons werk bepalen.

Om met het laatste te beginnen: in mijn geval hebben de Christelijke Gereformeerde Kerken een belang dat binnen de krijgsmacht op creatieve wijze gezocht wordt naar wijzen om vorm en inhoud te geven aan de betekenis van het evangelie van Jezus Christus in de geestelijke zorg voor militairen. Om die reden is er een regelmatig contact tussen deputaten voor de geestelijke verzorging van militairen en de in dienst zijnde predikanten, van wie ik er een ben. Er zijn momenten waarop dit heel expliciet aan de orde kan komen, bijvoorbeeld in kerkdiensten tijdens oefeningen en uitzendingen en ook in uitvaart-, huwelijks- en doopdiensten, waarvoor mensen een beroep op mij kunnen doen. Maar vaker komt het impliciet aan de orde in meer persoonlijke contacten met mensen.

PLAATSINGEN

Ik ben in dienst sinds november 1993. Daarvoor was ik negen en een half jaar gemeentepredikant van Haamstede. Ik ben begonnen op de vliegbasis Gilze-Rijen. Daar bevond zich een kapel, waar de wijkgemeente Rijen haar samenkomsten had. Van oudsher was de luchtmachtpredikant verbonden aan deze luchtmachtgemeente en ik heb aan deze taak gedurende vijf jaar met plezier invulling gegeven. Ook mijn tweede plaatsing in Neustadt an der Weinstrasse werd gekenmerkt door regelmatig voorgaan in kerkdiensten. De kerkelijke gemeente werd gevormd door militaire gezinnen en andere Nederlanders die in de omgeving werkzaam en woonachtig waren. Voor het uitvoeren van kerkelijke handelingen viel de gemeente onder de verantwoordelijkheid van de protestantse kerk van Seedorf.

Mijn huidige plaatsing heeft geen uitgesproken kerkelijke kant. Ik ben nu voor een deel verbonden aan het Joint Headquarters Rheindahlen en voor een ander deel verbonden aan de Groep Geleide Wapens De Peel. Met de laatste ga ik zeer binnenkort op uitzending naar Afghanistan. In een dergelijke periode kunnen kerk- of bezinningsdiensten wel weer een belangrijker deel vormen van ons werk als geestelijk verzorger.

VRAAG NAAR GEESTELIJKE VERZORGING

Of er vraag is of komt naar geestelijke verzorging hangt voor een belangrijk deel af van de wijze waarop de geestelijke verzorger en diens voorganger hieraan invulling geeft of heeft gegeven. De persoon kleurt het beeld dat mensen krijgen van de geestelijke verzorging. De vrijheid om daaraan invulling te geven is veel groter dan in de kerk, waar het kader waarbinnen gewerkt moet worden duidelijker aangegeven is. Aan de ene kant is dit een uitdaging, maar het is ook een risico. Niet iedereen kan deze vrijheid aan en ieder kan het ook op een zodanige eigen wijze doen dat er geen duidelijk beeld van de geestelijke verzorging ontstaat.

Ik acht het van belang dat de geestelijke verzorging een uitnodigend karakter heeft. Dit geldt zowel voor wie een beroep mogen doen op geestelijke verzorging, alsook voor wat er aan de orde mag komen. Geestelijke verzorging is niet voor een exclusieve groep, maar voor iedereen, werkzaam binnen de krijgsmacht. Wij zijn er principieel om alle mensen werkzaam bij de krijgsmacht bij te staan. Vanouds horen hier twee woorden bij: solidair en kritisch. Wij dragen het militaire tenue, wij gaan mee op oefeningen en uitzendingen, maar wij gaan niet mee in alles wat besloten en gedaan wordt. Het hoort bij onze taak dat wij in het kader van het waken over de menselijkheid en integriteit van mensen een andere kijk kunnen geven op mensen en situaties, gekleurd en gevoed door onze eigen traditie, achtergrond, spiritualiteit en deskundigheid.

Het werken in een organisatie die geweld kan inzetten als middel kan mensen en de menselijkheid onder druk zetten. Daarom is het van belang dat de geestelijke verzorging uitnodigend is en dat alles besproken kan worden, wat mensen bezig kan houden en uit hun evenwicht kan brengen. Om hiermee op een professionele manier te kunnen omgaan krijgen geestelijke verzorgers de mogelijkheid om zich regelmatig te laten bijscholen.

UIT DE PRAKTIJK

Een scala van onderwerpen kan aan de orde komen. Het kunnen onderwerpen zijn die sterk persoonlijk of relationeel gekleurd zijn, maar ook onderwerpen die sterk aan het werk en conflicten op de werkvloer gerelateerd zijn. De machocultuur die op sommige werkplekken een grote rol speelt, kan het moeilijk maken om problemen aan de orde te stellen. Mensen willen niet afgaan in de ogen van de groep. Ze willen niet voor watje uitgemaakt worden. Het gevolg kan zijn dat mensen veel te lang met een serieus probleem blijven rondlopen en daarvan overspannen dreigen te raken.

Vrouwen vormen een minderheid en integratie in een mannencultuur is vaak niet eenvoudig. Het is mijn ervaring dat vrouwen wel eerder dan mannen een beroep doen op de geestelijke verzorging om problemen te bespreken. Zij hebben minder de neiging om gevoelens te ontkennen of te onderdrukken, al kan het wel zijn dat zij door hun omgeving onder druk worden gezet. Sinds ongeveer tien jaar hebben vrouwen binnen de krijgsmacht ook de mogelijkheid een beroep te doen op de instantie vertrouwensvrouw van de krijgsmacht. Met name de laatste 10 tot 15 jaar zijn uitzendingen naar risicovolle gebieden aan de orde van de dag. De invloed hiervan op vrouwen en mannen in de organisatie en hun gezinnen en relaties mag niet onderschat worden. Meer dan ooit wordt duidelijk dat het werken bij de krijgsmacht niet een baan is als alle andere. Het risico dat mensen een traumatische ervaring opdoen is vaak groter. Daarbij zet het vele en lange van huis zijn relaties onder druk. Er kan een proces van vervreemding optreden. Het is ook aan de geestelijke verzorger om hierop attent te zijn en goede begeleiding aan te bieden.

ZORG VOOR DE GEESTELIJKE VERZORGER

Niet onbelangrijk is het dat de geestelijke verzorger ook voor zichzelf (laat) zorgen. Het werk en de organisatie zijn zodanig dat het niet ondenkbaar is dat de geestelijke verzorger zijn eigen innerlijk leven verwaarloost en niet attent blijft op zijn of haar plaats en functie in de organisatie. Hiervoor is de mogelijkheid van supervisie of collegiale intervisie. Ook een studieverlof, waartoe eens in de vijf jaar de mogelijkheid bestaat, kan hier goede diensten doen. Daarnaast is het voor de confessionele geestelijke verzorger belangrijk bezig te blijven met de bron van zijn werk en zorg te dragen voor de eigen spiritualiteit, door bijvoorbeeld voor te gaan in kerkdiensten.

INTERDISCIPLINAIR

Zoals gezegd aan het begin van dit artikel zijn er ook andere instanties die zich bewegen op het veld van zorg- en hulpverlening. Dit betreft zowel collega’s geestelijke verzorgers alsook collega’s uit andere disciplines. In het kader van een goede zorgen hulpverlening vraagt dit om afstemming en coördinatie. Weliswaar worden op geregelde tijden gezamenlijke vergaderingen gehouden, maar daarnaast is het ook van belang elkaar en eikaars werk te respecteren en te waarderen en niet de kaas bij elkaar van het brood te willen eten. Uiteindelijk zijn daar de mensen voor wie wij werken de dupe van. En dat is het tegendeel van waar wij voor willen staan. Ik denk dat ook hierin een uitnodigende houding vruchten af kan werpen en een situatie kan ontstaan waarin ieders kwaliteiten zo goed mogelijk benut kunnen worden.

Ds. M. Dijkstra (1958) is sinds 1993 predikant in bijzonder dienst: hij is krijgsmachtpredikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.