+ Meer informatie

De gestolen poesjes

2 minuten leestijd

Er valt water van de kast op de grond. De juf ziet het. Ze loopt naar de kom. Het water is bijna op. De vis kan haast niet meer zwemmen. De juf loopt naar de kast. Ze pakt een potje. Het is een klein potje. Ze heeft geen grote kom. Ze doet er water in. Ze pakt de vis en doet die in het potje. Daar zwemt de vis. De pot is veel te klein. Wie heeft er een viskom thuis? vraagt de juf. Menno steekt zijn vinger op. Tom ook. 's Middags zijn er vier viskommen op school. Voorlopig hebben we genoeg, zegt de juf. De kat van Tom de Groot is gestolen. Ja erger, de kleine jonkjes zijn ook meegenomen. Nu moet Tom natuurlijk naar de politie. Dat durft hij niet zo goed, want hij is pas gisteren vijfjaar geworden. En nu precies op zijn verjaardag (toen allemaal sliepen) zijn de katjes gestolen. Door wie? O, dat moet de politie uitzoeken. Maar ik schreef daarnet dat hij het niet durfde. Och dat was ook niet erg, want hij had nog een broer van elf jaar. Die heet Karel. Karel durfde natuurlijk wel. Nee! Ja, hij dufde wel, maar hij was toch wel een beetje bang. Waarom? Omdat hij veel kattekwaad heeft uigehaald. Ja, hij heeft wel eens gestolen, en is toen door een politie betrabt. Als hij die politie nu eens voor zijn neus kreeg, dan zou hij hem

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.