+ Meer informatie

Even langs bij straatkrantverkoper Frans

4 minuten leestijd

Op een hele goede dag verkoop ik 75 exemplaren. Drie dagen in de week ben ik aan het verkopen. Nee, doe maar geen foto. Maak maar een foto van de krant. Ik ben blij met de mogelijkheid om een straatkrant te verkopen. Maar dit leven had ik liever niet." Aan het woord is Frans, een 46jarige dakloze die in diverse steden in de Randstad via het verkopen van "Straatnieuws" probeert rond te komen. „Ik ben afkomstig uit Indonesië. Met mijn ouders trok ik in mijn jeugd naar Nederland. Ja, ik ben getrouwd geweest. In de metaal had ik een goede baan. Kokkerellen is mijn hobby. Door diverse cursussen heb ik een hoog kookniveau bereikt. Maar als je een scheiding achter de rug hebt, ga je een stuk eenzaamheid voelen. Ik had geen zin meer om in een huis te wonen. Eerst heb ik korte periodes gezworven. Twee maanden en dan weer drie maanden thuis. Die periodes werden steeds langer en op een gegeven moment heb ik mijn huis opgezegd. Sinds 1990 leef ik dakloos", vertelt Frans. Tijdens een twee jaar durende zwerfperiode in Frankrijk maakte hij kennis met het fenomeen straatkrant. Terug in Nederland kwam hij in contact met een organisatie die ook in Nederland actief is op dit gebied. „Ik ging ernaartoe, leverde een pasfoto in, kreeg een pasje en mocht toen de "Straatnieuws" verkopen."

Familie
Nog steeds heb ik een goed contact met mijn familie. Bij mijn zus heb ik ooit wel eens drie maanden gewoond. Mijn familie vindt het wel een beetje vreemd maar ze begrijpen het. Ik val m'n familie niet lastig. Bij hen ben ik welkom maar ik ga mij niet opdringen. Frans vertelt hoe een gemiddelde verkoopdag eruitziet. „Om 8 uur sta ik op. Ik eet in het slaaphuis waar ik heb overnacht en om een uur of negen ga ik mijn kranten verkopen. Dat doe ik met tussenpozen de hele dag, tot een uur of negen. Het is vermoeiend werk. De hele dag staan en lopen, 's Nachts slaap ik altijd in een slaaphuis in een van de steden. Vroeger had je die alleen in de grote steden maar de laatste jaren vind je ze ook in de kleinere steden.

Arm en rijk
Frans heeft geen moeite met het verschil tussen arm en rijk in onze maatschappij. „Vroeger werkte ik en had ik geld. Ik ken dat leven. Mensen die er hard voor werken, gun ik hun rijkdom. Dat komt omdat ik zelf ook graag zo zou willen leven. Ik heb misschien de boot gemist." Voor zichzelf ziet Frans geen plaats in de werkende maatschappij. „Ik moet eerlijk zijn. Ik denk dat ze niet om mij zitten te springen. De maatschappij vraagt zekerheid van de mensen. Ik vraag me af of ik dat kan bieden. Ik ben 46 en heb momenteel een onstabiel leven. Als ik werkgever was, zou ik ook een stabiele werknemer willen. Ik weet dat dit de realiteit is en daarom ben ik daar vrij rustig onder."

Toekomst
Op de vraag naar de toekomst moet Frans heel lang nadenken. „Eeeehm... Ik hoop dat ik op een keer de knop kan omdraaien. Dat ik zeg: 'Ik stop met dit leven en ik ga een huis of kamer huren.' Want het is heel gestresst hoor, de hele dag op straat. Ik kan nooit naar huis om een uurtje op bed te gaan liggen. Ik mis rust." Frans is christelijk opgevoed. Ook daar wil hij wel over praten: „In mijn jeugd heb ik een tijd in een klooster gewoond. Mijn ouders waren katholiek. Ooit heb ik overwogen om een boeddhistisch klooster in te trekken. Maar dat kon helaas niet. Het kloosterleven trekt mij enorm aan. Er bestaat broederschap en een stuk zekerheid. Maar ik heb nooit de ervaring gehad dat ik contact had met God. Ik ga wel eens naar de kerk hoor. Ik ben op zoek, weet je..."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.