+ Meer informatie

ALGEMENE KERKELIJKE ZAKEN

3 minuten leestijd

1. Arbeid onder dove leden.

De synode dringt er bij de kerkeraden op aan de nodige aandacht te geven aan de geestelijke verzorging van de dove leden der gemeente en zo nodig gebruik te maken van de dienst van een hiervoor bekwaam lid van één der kerken, bij voorkeur een ambtsdrager.

2. Jeugdwerk.

De financiële steun die de deputaten voor contact met de jeugdbonden bieden, heeft ten doel de verdere uitbouw en verdieping van het landelijk georganiseerde jeugdwerk en de stimulering van het plaatselijke jeugdwerk door be-middeling van de bonden.

3. Emeritaatstoelagen.

Voor het door de deputaten voor het beheer van de algemene kas tot steun aan de kerken ten behoeve van de verzorging van emeriti predikanten, predikantsweduwen en -wezen naar art. 13 K.O. te voeren beleid ten aanzien van de emeritaatstoelagen zijn vastgesteld op volgende richtlijnen

a. als streefbedrag zal gelden een uitkering die bedraagt:

1. voor emeriti predikanten boven de leeftijd van 65 jaar 80 % van het aanvaardbare minimum-traktement voor predikanten met tien dienstjaren, te verminderen met de uitkering krachtens de A.O.W.;

2. voor predikantsweduwen die in het genot van een uitkering ingevolge de A.W.W. zijn, 57 % van het sub 1 genoemde traktement, te verminderen met de uitkering krachtens de A.W.W., en rekening houdende met de uitkeringen krachtens de A.K.W.;

b. de uitkeringen ten behoeve van emeriti predikanten en predikantsweduwen die niet in het genot van de uitkering krachtens de A.O.W. resp. de A.W.W. zijn, zullen aan het beleid van deputaten worden overgelaten;

c. deputaten te machtigen in de gevallen waarin te hunner kennis wordt gebracht dat door emeriti predikanten of predikantsweduwen wegens ziekte of andere bijzondere omstandigheden extra kosten zijn gemaakt, naar bevind van zaken te handelen.

4. Dagkalender.

Aan de deputaten voor de uitgave van de dagkalender is opgedragen de arbeid betreffende de uitgaven van de dagkalender in boekvorm voor het jaar 1966 te voltooien, waarna geen kalender meer zal worden uitgegeven.

5. Kiesrecht van de gemeente.

De synode benoemde een deputaatschap met de opdracht de zaak van het kiesrecht van de gehele gemeente te bestuderen en het resultaat van zijn arbeid vóór 1 januari 1968 aan de kerken te doen toekomen.

6. Bijbelvertaling.

De synode benoemde opnieuw deputaten die tot taak hebben de voortgang

aan het werk van de Nieuwe vertaling te toetsen, opmerkingen uit de kerken ten aanzien van de Nieuwe Vertaling te onderzoeken en bij gebleken onjuistheden zich tot het Nederlands Bijbelgenootschap te wenden.

7. Psalmberijming.

De synode besloot alsnog te participeren in de Interkerkelijke Stichting Psalmberijming.

8. Liturgische geschriften.

Aan de deputaten voor de liturgische geschriften werd opgedragen de resultaten van hun arbeid vóór sept. 1967 aan de kerkeraden, classes en particuliere synoden te doen toekomen.

9. Instructie deputaten Kerkbouwaangelegenheden.

De synode besloot aan de instructie van deputaten toe te voegen als art. 7 de bepaling: Tot deputaat is niet benoembaar hij die als particulier architect of aannemer bij kerkbouw kan worden betrokken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.