+ Meer informatie

Ethiopië tussen hoop en wanhoop

"De mensen in Dessie vinden dit centrum het beste wat hier in twintig jaar is gebeurd"

9 minuten leestijd

Van maart tot oktober '92 hield Terdege een geldinzamelingsactie voor een kindertehuis in Dessie, Ethiopië. Nadat het geld via ZOAvluchtelingenzorg op de juiste plaats was aangekomen, begon men met de bouw van het Hope Child Care Centre, waar kinderen overdag voedsel en onderwijs krijgen. De mensen in Dessie, met z'n vele vluchtelingen en zwerfldnderen, staan versteld van het prachtige gebouw. Maar ook de Hollandse delegatie vindt dat het geld goed is besteed! Er is weer toekomst voor Ethiopische kinderen.

De avond is al gevallen als we in Dessie aankomen. Een rit van zo'n vierhonderd kilometer duurt hier in Ethiopië namelijk zo'n twaalf uur. De wegen zijn stoffig en boordevol met gaten. Maar wat een geluk; Dessie ligt aan de grote weg die de Itahanen rond 1940 bouwden. Dus de tocht van de hoofdstad van Ethiopië, Addis Abeba, naar Dessie in het district Wollo, krijgt het etiket "zeer goed te doen" opgeplakt. Dat we toch in de avond in Dessie aankomen, is iets dat we op de koop toe moeten nemen. En als je zo in de duisternis van Dessie opkijkt naar de oase van licht bij het nieuwe Hope Child Care Centre, gaat er een lichtje bij je branden. Dit centrum zou wel eens als een licht op de berg kunnen gaan functioneren. De volgende ochtend krijgen we in het stralende daglicht een rondleiding over het terrein van het Hope Child Care Centre. De eerste indruk is al goed: we worden in onze eigen taal door middel van een uithangbord welkom geheten. Onze terreinwagen kan zo plaatsnemen op een van de vijf parkeerplaatsen net voor het kantoor. In dat kantoor hangt inmiddels al de herdenkingsplaquette aan een paar losse schroeven. Op de grote feestdag zal die door de heer E. Fokkema van ZOA Vluchtelingenzorg Nederland en directeur mw. CA. Wilbrink van Terdege overhandigd worden aan de voorzitter van het bestuur van Hope Enterprises, Mekuria Kimma, en diens directeur Minas Hiruy. De gebouwen van het Hope Child Care Centre, een school voor Ethiopische weeskinderen, zullen dan officieel overgedragen worden aan de Ethiopische organisatie Hope Enterprises. Dan zal de Terdege-actie van 1992, die 420.000 gulden opleverde, definitief afgelopen zijn.

Nog nat
Maar zo ver is het nog niet. Vierentwintig uur voor het grote moment moet nog veel werk verzet worden. De deuren van het kantoor van de projectleider van het centrum zijn nog nat van de verf Het woonhuis en gastenverblijf van die projectleider is nog niet ingericht. In de bibliotheek is de vloer net met benzine geboend. Het is er spekglad, doch vliegvrij. Het auditorium is wel klaar. Aan de tuinen wordt de laatste hand gelegd. En dan komt de grote verrassing: de klaslokalen. Die zijn al vrolijk ingericht met schoolbanken, zoals je die zo'n twintig jaar geleden in Nederland zag. Ook hangen er slingers en versieringen aan de muren en ramen. De kinderen hebben op de spaarzame momenten dat ze in de klas niet hoeven op te letten, een schitterend uitzicht op de stad Dessie. Een paar meter voor het klaslokaal is een heuse speeltuin ingericht met een khmrek, vijf schommels en een draaimolen. De honderd kinderen die inmiddels aangenomen zijn om op het centrum onderwijs te krijgen, oefenen de welkomstliederen en -ceremonie. Het is echt indrukwekkend om te zien hoe netjes, hoe goed afgewerkt en hoe praktisch het hele centrum is ingericht.

Vluchtelingen
Dessie kent ook een andere, heel schrijnende kant. Rondom de stad zijn vier vluchtelingenkampen ingericht. Hier en in geïmproviseerde woningen verblijven in totaal zo'n zestigduizend ontheemden. Zij maken meer dan een vijfde van de plaatselijke bevolking uit. Het eerste kamp dat wij zien staat midden tussen de gewone huizen. Zo'n twintig grote, ooit witte tenten met puntdaken. Naast het tentenkamp staat een soort fabriekshal van golfplaten. Dat gebouw wordt echt volledig uitgeleefd. Families leven op een paar vierkante meter. Er is geen enkele privacy. Het is er vreselijk benauwd en alsof dat nog niet genoeg is: het stinkt er behoorlijk. Buiten praten we even met Niqist Woldu, een jonge Eritrese vrouw van dertig jaar. Zij kwam met haar tweejarig dochtertje Ememet en tienjarig zoontje Temesgen naar Dessie. Haar man was soldaat in het Ethiopische leger. Hij wordt al sinds mei 1991 vermist. Niqist werd na de onafhankelijkheid van Eritrea uit het land gezet. Zij werd als een collaborateur gezien, omdat zij met een Ethiopische soldaat was getrouwd. Nu zit ze in het kamp en weet niet waarheen zij moet. De dagen rijgen zich aaneen en er is geen kans op dat ze binnenkort -of zelfs ooit- kan teruggaan naar haar vaderland.

Alles anders
In een ander kamp worden we rondgeleid door een blinde man. Hij is een van de weinige mannen die je in de kampen tegenkomt. We zien wel een kleine honderd tenten staan. Op veel tenten staat "with love from Jerusalem". De tenten zijn mogelijk door Israël ingevlogen ten tijde van de exodus van de Ethiopische Joden, de Falasja's. Onze blinde begeleider vindt het tijd om iets van de situatie uit te leggen. Hij steekt een heel verhaal af. „Wij zitten hier al twee jaar in dit kamp. In het begin kregen wij veel hulp. We kregen genoeg voedsel van internationale hulpverleningsorganisaties en konden aanspraak maken op geneeskundige voorzieningen. Nu is alles anders. De Ethiopiërs uit deze plaats weigeren ons Eritreërs eten te geven. Hiermee willen ze ons dwingen weg te gaan. Veel van onze mensen lijden aan ondervoeding. Kijk maar naar dit meisje. Ze is drie jaar, maar ziet er als een baby van een halfjaar uit. Zij kan niet meer lopen, maar daarin is men hier in Ethiopië niet geïnteresseerd. Ze willen ons koste wat het kost uit deze plaats hebben. Ik begrijp alleen niet waarom de internationale hulpverleningsorganisaties ons niet meer willen helpen. Wie dit ziet, moet zich toch zorgen over ons maken. Maar raakt dit u? Bent u bewogen over ons lot? Onze omstandigheden verslechteren met de dag. Het is hier nu 's nachts te koud en overdag te warm. Die vliegen zitten overal. Er breken ziekten uit. Bent u hierin geïnteresseerd? Wilt u ons helpen?"

Frontlinie
Toch zijn het niet alleen de vluchtelingen in Dessie die het moeilijk hebben. Ook op straat zijn de gevolgen van de driejarige burgeroorlog te zien. Sommige huizen hebben een lichte beschadiging opgelopen. Dr. Minas Hiruy: „Dessie heeft drie jaar lang in de vuurlinie gelegen. Er waren momenten dat ik niet vanuit Addis Abeba naar Dessie kon gaan. Het is ook wel voorgekomen dat ik al een heel eind in de richting van Dessie was gereden, maar dat ik niet verder kon. De frontlinie lag toen voor Dessie. Dat was in de jaren '89/'90 en '91. Destijds leefden er zo'n driehonderdduizend mensen in de stad. Gelukkig hebben de regeringssoldaten heel gemakkelijk gecapituleerd en konden de rebellen de stad overnemen. Na de oorlog vertrokken veel mensen weer naar hun eigen huizen of naar wat daarvan overgebleven is. Maar toen kwamen die Eritrese vrouwen van Ethiopische soldaten met hun kinderen hiernaartoe. Zij werden van de grens met Eritrea door vrachtauto's van internationale hulpverleningsorganisaties naar onder meer Dessie gebracht. Zo'n 56.000 vrouwen uit Eritrea zijn in dit gebied."

Democratie
Dr. Minas Hiruy heeft zelf een oorlogweesje geadopteerd. De vader van het jongetje kwam tijdens de zwangerschap van de moeder om het leven. De moeder stierf door een bomaanslag. Het kleine jongetje heeft twee dagen alleen naast het dode lichaam van z'n moeder gelegen. „Het zal nu beter gaan met Ethiopië. Moeders hoeven hun zonen niet meer naar de oorlog te sturen. De honger is nu voorbij. Je moet namelijk niet vergeten dat dit gebied rond Dessie jarenlang het toneel is geweest van een ontzettende hongersnood. Een twintigste deel van de Ethiopische bevolking is hierdoor om het leven gekomen. Nu kunnen we eindelijk ons land gaan opbouwen. Ethiopië heeft een goede kans op een goede toekomst. Ik denk dat wij heel langzaam richting van een democratie gaan groeien.

Uitstraling
De directeur van Hope Enterprises ziet de bouw van het Hope Child Care Centre als een hoopvol teken van een goede toekomst voor Ethiopië. „Weet je, ik heb de afgelopen dagen verschillende mensen gesproken. Zij zeggen allemaal dat dit centrum het beste is wat Dessie in twintig jaar is overkomen. Ik zie het zelf ook zo. Dit centrum kan een heel goede uitstraling hebben. De kinderen die bij ons naar school gaan, krijgen natuurlijk christelijk onderwijs. Zij wonen hier in pleeggezinnen. Wij hopen natuurlijk dat zij vertellen over wat zij op school horen. Sommige gastgezinnen zijn namelijk moslims. Ook is het de bedoeling dat mensen bij ons kunnen komen om over het christelijk geloof te praten. Wij bidden dat de mensen met wie wij samenwerken aan ons kunnen merken waar wij voor staan. Het zou fantastisch zijn als mensen door middel van ons tot het geloof in Jezus Christus komen. Wij hebben heel goede contacten met de vier plaatselijke christelijke kerken. Het is de bedoeling dat de mensen die bij ons tot geloof komen, zich bij een van die kerken gaan aansluiten." Dr. Minas Hiruy excuseert zich nu. Het is al laat in de middag en de mensen die bij het centrum nog bezig zijn, hebben behoefte aan een bemoedigend woord van dr. Minas.

Toekomst
De volgende morgen worden we vroeg wakker. Dit is een speciale dag. In Afrika worden ceremonies als een opening van zo'n centrum uitbundig gevierd. Mevrouw Wilbrink en de heer Fokkema komen op de eerste rij te zitten naast de eerste secretaris van het district Wollo (hierin ligt de plaats Dessie). Het is warm, heel warm. De ongeveer zeshonderd genodigden houden het programmablaadje voor hun hoofd om zich zodoende tegen de felle zon te beschermen. De ceremonie duurt maar hefst 2V2 uur. De ingrediënten bestaan uit: ellenlange toespraken en zingen van de kinderen. De plaquette wordt door mevrouw Wilbrink en de heer Fokkema overhandigd. Dan vindt de zogenaamde "lintje-doorknipceremonie" plaats. Het Hope Child Centre gaat definitiefin de handen van de Ethiopische organisatie Hope Enterprises over. De kinderen -voornamelijk wezen- spelen in de speeltuin voor de klaslokalen. Ze zijn allemaal van dezelfde leeftijd. De komende jaren zullen zij onderwijs krijgen in de schitterende klaslokalen. Voor hen ziet de toekomst er door het Hope Child Care Centre rooskleurig uit. Zonder het centrum zou die er heel anders uitzien. Velen van hen zouden vroeger of later aan de bedelstaf raken. Nu kunnen deze kinderen meebouwen aan een hoopvolle toekomst van Ethiopië.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.