+ Meer informatie

Recordjaar voor pabo De Driestar

Hogeschool kampt met ruimtegebrek

4 minuten leestijd

GOUDA — Niet minder dan 752 studenten zijn vandaag aan de pedagogische academie basisonderwijs (pabo) De Driestar in Gouda het cursusjaar 1991-1992 ingegaan. Onder hen zijn 242 eerstejaarsstudenten, waarvan 64 jongens. Een recordaantal sinds de start van de pabo in 1985.

Dit bleek gisteren tijdens de openingsbijeenkomst van de christelijke hogeschool De Driestar in Gouda. Voor een goed gevulde monumentale Sint Janskerk liet G. H. Verweij, voorzitter van het schoolbestuur, blijken blij te zijn met het record. Vooral het feit dat een kwart van het aantal nieuwe inschrijvingen uit mannen bestaat, deed Verweij goed. „De laatste jaren lieten de mannen het een beetje afweten". Dat dreigde een probleem te worden. „Onder de dames is veel doorstroming, bij de mannen zijn blijvertjes".

Door de onstuimige groei heeft de Goudse hogeschool te kampen met ruimtegebrek. „De school die we zes jaar geleden hebben geopend, is te klein geworden", aldus Verweij. Onlangs werd een etage in een kantoorpand gehuurd, waarin inmiddels een aantal lokalen is gerealiseerd. Het ergste ruimtegebrek moet op deze manier worden opgevangen.

Beslissingen

Voor de avondopleidingen van de christelijke hogeschool De Driestar (deeltijd-pabo en diverse mo-opleidingen) staan momenteel ongeveer 200 studenten ingeschreven. In totaal volgen dus ruim 950 mensen een opleiding aan het Goudse instituut.

Directeur ir. M. Houtman uitte tijdens een toespraak kritiek op het beleid van de overheid. „Kwaliteit laat zich zelden afdwingen door opgelegde regelgeving. Juist in een tijd van krapper wordende financiële mogelijkheden is het verstandiger om op het niveau van de instituten zelf beslissingen te laten nemen dan deze via algemene regels op te leggen".

Voor het christelijk onderwijs zag Houtman hier geen enkel bezwaar. „In het onderwijs gaat het niet alleen, ja zelfs niet in de eerste plaats om het bijbrengen van de vakkennis waar onze maatschappij om vraagt, waar een markt voor is. Het gaat om het opvoeden in de vreze en vermaning des Heeren". Het gaat er in het reformatorisch onderwijs niet om, om een beschermde leefomgeving te bieden aan jongeren, zo zei de directeur. „De hoofdzaak dient te zijn de inhoud van ons onderwijs en dat inclusief de wijze van met elkaar omgaan binnen de school".

Geen eiland

Volgens Houtman is de school „geen eiland waar je, geïsoleerd van wat er in de wereld gebeurt, je kunt beperken tot de dingen die je leuk vindt. Ook de gezinnen zijn door de opkomst van de moderne media opengebroken. Wij allen ademen de geest van onze tijd als het ware in".

Met in zijn achterhoofd de wereldwijde omvang van allerlei gebeurtenissen wees Houtman op enkele aspecten van de eindtijd. Hij noemde de verzakelijking van het leven en de wetteloosheid. „Vrijheid in de zin van jezelf kunnen ontplooien naar eigen inzicht en zelf je normen kunnen bepalen is kenmerkend voor onze tijd".

Richting actualiteit: „Wie is niet met de volken van Oost-Europa verheugd dat een terugkeer naar een totalitair dictatoriaal systeem verijdeld is. Dat is een zegen, maar liberalisatie is niet identiek met Reformatie. Als de vrijheid niet gevuld wordt met een leven naar het Woord zal het leven ook in de Oostbloklanden niet verder komen dan het leven in de dagen van Noach".

In het onderwijs is aandacht nodig voor de ethiek en het zoeken naar de betekenis van Gods geboden in de gecompliceerde hedendaagse cultuur. Houtman kondigde aan dat in het door de hogeschool georganiseerde en voor iedereen toegankelijke Studium Generale-programma dit jaar uitgebreid aandacht voor deze zaken zou zijn.

Benen

Een derde aspect van de eindtijd is het weigeren om de ernst van de tijd onder ogen te zien. „Bedreigt ook ons niet het gevaar dat we op een ongeestelijke manier met geestelijke dingen omgaan. Staan wij voldoende open voor een prediking die enerzijds de geest van de tijd ontmaskert maar anderzijds ook de ark aanwijst, het behoud in Christus?"

Het slotwoord van de, door koorzang opgeluisterde, bijeenkomst werd gesproken door bestuurslid ds. L. W. van der Meij, christelijk gereformeerd predikant uit Alphen aan den Rijn. „Er zijn hier mensen", zo zei hij, „die beginselvast zijn. Die staan stevig op hun reformatorische benen. Maar docenten en studenten aan een reformatorische academie zouden moeten weten wat het is om je benen te breken. Die vertrouwen op hun benen, wil Hij geen hulp of gunst verlenen. Hoe kunnen we anders de boodschap van de Reformatie doorgeven?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.