+ Meer informatie

Nummer 77

2 minuten leestijd

In Filippi zijn Paulus en Silas de stad uitgebracht. En verder gaat de reis. Om het Evangelie te verkondigen. Eigenlijk heeft Paulus maar één boodschap. Welke boodschap dat is, ontdek je als je de puzzel maakt. Zoek Handelingen 17:1-17 op. Lees onderstaande zinnen en pluis uit of ze kloppen. Schrijf op of de zin goed of fout is. De woordstukjes tussen haakjes vormen de oplossing.

1. Paulus en Silas kwamen via Amfipolis en Appolonia in Thessalonica. goed (dat) - fout (zo)

2. Paulus had niet de gewoonte in de synagoge te spreken. goed (een) - fout (de)

3. De Joden van Thessalonica waren heel gehoorzaam. goed (Je) - fout (Chris)

4. Het volk viel op het huis van Jason aan. goed (tus) - fout (zus)

5. ... zeggende dat er geen andere koning is, namelijk een Jezus. goed (wilde) - fout (moest)

6. De broeders zonden Paulus en Silas direct weg. goed (lij) - fout (zij)

7. De mensen van Berea waren edeler dan die van Thessalonica. goed (den) - fout (ven)

8. Die van Berea onderzochten niet dagelijks de Schriften. goed (maar) - fout (en)

9. Er waren veel Griekse mannen en vrouwen die geloofden. goed (op) - fout (uit)

10. De Joden van Thessalonica geloofden ook. goed (lopen) - fout (staan)

11. Silas en Timotheüs werden weggezonden. goed (in) - fout (uit)

12. Paulus werd naar Athene gebracht. goed (de) - fout (over)

13. De stad Athene was zeer afgodisch. goed (do) - fout (re)

14. Paulus handelde niet met de mensen op de markt. goed (ren) - fout (den)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.