+ Meer informatie

Van de boekentafel: „Klare Wijn”

9 minuten leestijd

De bedoeling

Het werk, dat onder de titel „Klare Wijn” in 1967 het licht zag bij Boekencentrum te ’s-Gravenhage, verdient om meer dan één reden de aandacht.

Het geeft rekenschap over geschiedenis, geheim en gezag van de Bijbel. Het is meer dan een theologische studie; het wordt door de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk aangeboden. Geen wonder dat er belangstelling voor is: er is reeds een vijfde druk verschenen.

Deze kerkelijke vergadering had zich al eerder met dit onderwerp beziggehouden. Dat blijkt uit de publikatie „De leer aangaande de Heilige Schrift”, die in 1953 aan de kerkeraden werd toegezonden. Dat geschrift had een belijdend karakter moeten dragen. Als belijdenis voldeed het echter allerminst.

„Klare Wijn” is in de eerste plaats bedoeld als een handreiking bij het lezen van de Bijbel.

De grondgedachte is het reformatorisch inzicht, dat de Bijbel zijn eigen gezag meebrengt. Leidt het aangesproken worden door dit gezag nu ook tot onderlinge overeenstemming? De commissie, die voor de samenstelling van het werk zorg droeg, en de Generale Synode, die het met algemene stemmen accepteerde, waren ervan overtuigd, dat dit inderdaad het geval is. Rechts en links, zowel in de commissie als in de synode vertegenwoordigd, konden „Klare Wijn” blijkbaar voor hun rekening nemen. In het „Ten geleide” wordt namens de synode gezegd: „Enerzijds overbrugt dit boek, naar wij hopen, de afstand, die in de loop van de laatste honderd jaar telkens is ontstaan tussen de bijbelwetenschap en het gewone gemeentelid. Anderzijds is het in alle bescheidenheid ook een bijdrage tot het theologisch gesprek”.

Waarom wordt dit werk gepresenteerd als klare wijn? Op blz. 77/78 wordt er iets over verteld. Als de vragen over de Bijbel ter sprake komen, tekenen zich twee uitersten af. Aan de ene zijde staan zij, die met stelligheid de Bijbel als Gods Woord aanvaarden. Hij is voor het begrip van velen boven alle discussie verheven. Men zegt dan: „Ik neem het, zoals het er staat”. Aan de andere zijde bevinden zich degenen, voor wie het gezag van de Bijbel onherroepelijk is weggevallen.

Zij „geloven de Bijbel niet meer”. Tussen deze uitersten zijn sommigen op zoek naar een nieuwe houding tegenover de Bijbel. „Klare Wijn” acht het niet mogelijk om zonder meer een van beide opvattingen te veroordelen. Een compromis zal ook niet voldoen. „Wij menen, dat het mogelijk moet zijn hier klare wijn te schenken”.

De geschiedenis van de verschijning van Christus aan Thomas moet dienen om het uitgangspunt te illustreren: Men mag gerust zijn twijfelingen, vragen en bezwaren hebben. „Wel vraagt de Bijbel, dat wij de ontmoeting dan ook niet ontwijken en hem ook werkelijk betasten. Dan zal de Bijbel voor zichzelf kunnen spreken! Wij menen, dat dan de Bijbel zijn geheim gaat prijsgeven en er een vreemd gezag over ons opstaat”.

Veelbelovend is de inleiding. Op de kansel ligt de open Bijbel — niet als voorwerp van aanbidding, maar om voorgelezen en gehoord te worden. De Bijbel is het Boek. De Bijbel is de heilige Schrift. Hij heeft een geheel enige plaats. Wij belijden, dat de Bijbel is Gods Woord.

In het eerste hoofdstuk wordt een poging gedaan om de Bijbel op zijn weg door de eeuwen te volgen. Er worden paragrafen gewijd aan de inspiratieleer, zoals die door de orthodoxie is voorgedragen, aan het piëtisme, dat de Bijbel als boek van vroomheid gebruikte, de Verlichting, die de Bijbel als boek van menselijks religiositeit beschouwde, en aan het historisch-kritisch onderzoek, dat de Bijbel als een letterkundig document behandelde.

Na een passage over de Bijbel en de ethische vragen wordt opgemerkt: De Bijbel lijkt zich door te zetten in deze moderne tijd, al zijn er ook allerlei verschijnselen, die in de tegenovergestelde richting wijzen. Het tweede hoofdstuk geeft enige principiële bezinning op de problemen, die in de leer van de Heilige Schrift aan de orde komen.

De klaarheid van „Klare Wijn” moet te vinden zijn in de paragrafen over de Bijbel als Gods Woord en over de Bijbel als mensenwoord. Hierin wordt betoogd, dat bij de nadrukkelijke inspiratieleer, zoals deze vooral in de eeuw na de Hervorming gestalte heeft gekregen, ongelukken niet kunnen uitblijven („Assen” als bedrijfsongeval). Maar moest de Bijbel ook weer niet op een andere manier benaderd en ondervraagd worden dan de historisch-kritische wetenschap placht te doen?

De centrale plaats heeft het derde hoofdstuk: De Bijbel en zijn sleutelgeheimen. Het zijn er vier: De zaligheid is uit de Joden; En het geschiedde; En God sprak; Onze Vader.

Verschillende voorbeelden verlevendigen de uiteenzettingen. Een geschiedenis als die van Achan levert voor het individualistisch denken b.v. moeilijkheden op. In de Bijbel ontmoeten wij echter het oosters collectief bewustzijn. Dat opvallend gemeenschapsbesef hangt hiermee samen, dat Israël het volk van God is.

Het laatste hoofdstuk gaat over: De Bijbel nu. Het valt in twee delen uiteen: De Bijbel in gesprek met ons — wij in gesprek met de Bijbel.

Er wordt gepleit voor een levende omgang met de Bijbel, voor een gretig gebruik maken van de hulp van de wetenschap en voor het lezen van de Bijbel in de gemeenschap der heiligen, luisterend naar de stem der vaderen, rekenend met de beslissingen der kerk, maar ook in gesprek met de tijdgenoten. Bij de verklaring en toepassing van de Schrift zal de kerk het moderne leven moeten kennen en naast de moderne mens moeten staan.

Het boek eindigt met een appèl: Laten wij ons open stellen voor de boodschap, die uit de Bijbel tot ons komt. Daarbij wordt gedacht aan de diverse modaliteiten en groepen in de Ned. Herv. Kerk, maar ook aan de „gescheiden broeders” in andere kerken. „Welk een ongedachte perspectieven zouden kunnen open springen, wanneer wij in Nederland elkaar weer zouden kunnen vinden rondom de Bijbel, die op alle kansels ligt”.

Het voor en tegen

„Klare Wijn” vindt aftrek en het is van belang om ons er een oordeel over te vormen.

1. Men is erop uit geweest om in kort bestek allerlei inzichten van de theologie van deze tijd door te geven. Daardoor heeft „Klare Wijn” iets van de bekoring van het nieuwe.

Maar het gaat de auteurs om meer. Daarom begint het laatste hoofdstuk met het gesprek van de profeet Nathan met David: Gij zijt die man! De Bijbel wil ons zijn levende macht tonen. Dat kan alleen in een ontmoeting.

De Heilige Schrift is geen boek, waarin ons de „Goddelijke waarheden” vrijblijvend op zicht worden aangeboden. De Bijbel moet als boek der verkondiging tot zijn recht komen. De Bijbelboeken bedoelen iets. Het gaat niet alleen en soms helemaal niet om een historisch verslag, een mededelen van algemene waarheid, maar het gaat om een boodschap.

Terecht wordt kritiek gemaakt op het biblicisme, dat veel voorkomt bij sekten en opwekkingsbewegingen. Men kan teksten en woorden niet als zwerfstenen van her en der aandragen, maaT moet in de bonte verscheidenheid van de Bijbel vaste lijnen en contouren gaan onderscheiden.

2. Vooral in het hoofdstuk over de sleutelgeheimen van de Bijbel is veel te waarderen. Hier en daar gaat men op goede gronden tegen de heersende opvattingen in. Wij kunnen er dankbaar voor zijn, dat men niet alleen wijst op het gevaar van dogmatische verstarring, maar het ook een gevaar noemt om alles teveel te zetten op de enekaart van het gebeuren, de daden Gods in de heilshistoiie. De ontmoeting tussen God en mens komt dan zo centraal te staan, dat de leer wordt teruggedrongen en onbelangrijk wordt geacht.

Maar de vraag rijst of de wijze, waarop de ontmoeting met de Bijbel in het laatste hoofdstuk ter sprake wordt gebracht, geen afbreuk doet aan het volstrekte gezag van de Heilige Schrift. De moderne gedachte van de dialoog of het gesprek speelt een grote rol: de Bijbel in gesprek met ons — wij in gesprek met de Bijbel.

3. Van een boek met deze titel mag men duidelijkheid verwachten. In het algemeen heeft de lezer daar niet over te klagen. Er zijn natuurlijk wel vragen te stellen. Wat betekent het b.v., dat het Woord als zodanig, nog afgezien van zijn inhoud, leven wekt, of dat uitverkiezing nooit exclusief maar altijd inclusief is?

De exegetische beschouwingen — soms bijna preekschetsen — zijn lang niet altijd overtuigend.

Niet alleen in het gedeelte, waarboven staat: „De zaligheid is uit de Joden”, maar in heel het boek wordt zeer sterk de nadruk gelegd op het Israëlitisch karakter van de Bijbel. Het schijnt dat dit hèt sleutelgeheim is. Daar zou nog wel wat tegen in te brengen zijn.

4. Het is zeer te betreuren, dat men niet goed raad weet met de inspiratie van de Heilige Schrift. De gereformeerde leer van de inspiratie zou leiden tot een wettisch bijbelgebruik, een zeker fanatisme, het ongenuanceerd lezen van de Bijbel en het buigen voor het gezag van de Bijbel tegen zijn verstand in.

Het begrip „inspiratie” krijgt in „Klare Wijn” een andere inhoud. Het is een geschieden, de vaart, het wervelende gebeuren, waarin Gods Geest de mens overmant. Mensen worden goedschiks of kwaadschiks — zoals Jona — voortgedreven op verrassende gangen Gods. „Hier is inspiratie, hier is het waaien van Gods Geest” (blz. 125/126).

Dit is een actualistische variant van de dynamische inspiratieleer. Er is inspiratie: mensen worden door God gedreven. Soms is het geschreven woord geïnspireerd. Maar wij zouden geen door de Heilige Geest ge-inspireerde Bijbel hebben.

Zo blíjkt met de uitspraak, dat de Bijbel Gods Woord is, geen klare wijn geschonken te zijn!

Dat komt ook in de waardering van de Schriftkritiek uit. Men spreekt zelf over een wat hooggestemde lofzang op de positieve resultaten van het historisch-kritisch onderzoek van de Schrift. De mannen der wetenschap, die de bijbel zo kritisch durfden en wilden benaderen „hebben recht, niet alleen op een voorzichtige erkenning, maar op de openlijke dank van de gemeente van Jezus Christus” (blz. 87).

5. Het zou te ver voeren om nauwkeurig na te gaan, welke gevolgen het heeft als men zo open staat voor de Schriftkritiek. Maar er is wel een voorbeeld van te geven (vgl. blz. 246-254).

Het is de vraag, of hier nog iets overblijft van het heilsfeit van de wederkomst van Christus.

Dat God de aardbodem op een bepaalde dag rechtvaardig zal oordelen (Hand. 17 : 31), zou betekenen dat zich door de prediking van Paulus een scheiding (oordeel) voltrekt. Het woord „wederkomst” zou niet bijbels zijn. De komst van Christus zou aan de gang zijn, wanneer de apostelen het evangelie door de wereld dragen. Het Koninkrijk Gods is er „hier en nu, op deze aarde onder onze volkeren”. Praktisch betekent dit, dat de christen in radicale zin een progressief mens is! Dr. Th. C. Frederikse, die de voornaamste auteur van „Klare Wijn” is, heeft zich wel meer in deze geest uitgesproken, maar men vraagt zich verwonderd af, hoe de gehele synode van de Ned. Herv. Kerk zich hiermee heeft kunnen verenigen. Er is voor ons dus wel reden om voorzichtig te zijn met „Klare Wijn”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.