+ Meer informatie

De kerk en de gehandicapten

9 minuten leestijd

Wie wat kennis neemt van de zorg, die besteed wordt aan de gehandicapte medemens, komt onder de indruk van de activiteiten die allerwege ontwikkeld worden. Met name denken we daarbij aan het stichten van dagverblijven, werkplaatsen, gezinvervangende tehuizen, observatieruimten en andere verblijven ter begeleiding en verzorging. Het tempo waarin deze centra verrijzen is een bewijs hoezeer daaraan behoefte is alsook hoe, vooral in de laatste de-cennia, het besef is gegroeid op dit terrein werkzaam te moeten blijven. Verrassend en verblijdend is daarbij te constateren hoeveel jongeren de bereidheid tonen zich daarvoor in te zetten. Dat de kerk hierbij niet mag achterblijven is gemakkelijker gezegd dan in positieve zin verwezenlijkt.

Eén van de jongste activiteiten is het organiseren van ontspanningsweken voor lichamelijk gehandicapten in daarvoor beschikbare tehuizen of vakantieoorden. Een aantal broeders en zusters uit Christelijke Gereformeerde kring verleent daaraan gewaardeerde medewerking. Momenteel is een kleine werkcommissie uit Deputaten ADMA en Deputaten Gehandicapten doende de belangstelling vanuit onze kerken te stimuleren en te coördineren.

Aanpassing vereist

Ten aanzien van de individuele gehandicapte leden zal elke ambtsdrager zijn verantwoordelijkheid beseffen. Hij zal zich zoveel mogelijk inleven in aard en omstandigheden en zowel pastoraal als diaconaal trachten iets te vertonen van de barmhartige Hogepriester.

Moeilijker wordt het wanneer de aard van de handicap meebrengt dat een normaal te voeren gesprek niet mogelijk is. Met name denken wij hierbij aan doven en verstandelijk gehandicapten. Voor beide groepen geldt dat de verbale communicatie, zoals wij die voeren, hen moeilijk bereikt. Er wordt dan een aanpassing vereist, die het noodzakelijk maakt eerst bij de aard van de handicap en de specifieke problemen stil te staan.

Doven

Voorop dient gesteld, dat onder doven niet wordt verstaan de categorie gehandicapten, die door gehoorverlies slechthorend zijn of worden. Voor hen geldt dat in de meeste gevallen door toepas-sing van apparatuur normaal taalgebruik kan functioneren. Met doven worden zij bedoeld, die doof geboren of op zeer jeugdige leeftijd doof geworden zijn, hetgeen betekent dat zij in de regel over een beperkt taalbezit beschikken. Vroeger werd dit aangeduid met het begrip „doofstom”. Aangezien het spreekorgaan aanwezig is en op de doveninstituten de spraak wordt ontwikkeld is het niet juist nog van doofstom te spreken. We kunnen ons tegenover hen verstaanbaar maken door langzaam en met een duidelijk mondbeeld te spreken. Gelet op hun beperkte taalbezit is een eenvoudig woordgebruik noodzakelijk, waarbij de dove van de lippen afleest. Deze vorm van communicatie vraagt zowel van de dove als van de gesprekspartner een grote concentratie. Het schrikke echter niemand af in de ontmoeting met een dove een gesprek aan te gaan. Op de doveninstituten, waaronder „Effatha” als het enige pro-testants-christelijk instituut in Nederland een belangrijke plaats inneemt, hebben de doven zich ontwikkeld in kennis, liplezen en spreken, waardoor zij hun plaats in maatschappij en kerk kunnen innemen, zij het dat dit altijd een beperkte plaats is. Door het leven in de stilte en het missen van de gesprekken om hen heen ontstaat ongewild een bepaalde isolatie.

N.C.B.D.

Deze bezwaren van isolatie en beperkte communicatie mèt het grote bezwaar dat de doven de gewone kerkdiensten niet kunnen volgen, leidden er toe, dat in 1940 de Nederlandse Christelijke Bond van Doven werd opgericht, met het doel plaatselijke afdelingen te stichten en daarin de doven samen te brengen om met en voor hen als belangengemeenschap werkzaam te kunnen zijn. Deze Bond heeft in de loop der jaren veel belangrijk werk gedaan en omvat momenteel 18 afdelingen. Verder stichtte zij in Ede het bejaardencentrum „De Gelderhorst”, waar honderd bejaarde doven verzorging ontvangen en waarin ook het bondsbureau is ondergebracht. In samenwerking met „Philadelphia” kwam een eerste gezinvervangend tehuis voor zwakbegaafde doven in Scheveningen tot stand.

Deze, door particulier initiatief gestichte Bond, begon in de oorlogsjaren met het organiseren van godsdienstige samenkomsten voor doven, waarin des zondags veelal leerkrachten van „Effatha” op voor doven verstaanbare wijze de boodschap van het evangelie vertolkten. Buiten de grote steden, waar voor verspreid wonende doven het reizen moeilijkheden gaf, werd op zaterdagmiddag dovendienst gehouden, meestal eenmaal per maand, voorafgaande aan de afde-lingsvergadering. Op verschillende plaatsen in ons land geschiedt dit nog steeds en vraagt de N.C.B.D. jaarlijks aan de kerken een bijdrage om dit werk, alsmede het overige bondswerk, in stand te kunnen houden. Momenteel echter zijn besluiten in uitvoering om deze tak van arbeid — de geestelijke verzorging van doven, voorzover het nog door de N.C.B.D. wordt behartigd — volledig onder te brengen bij de kerken, waar het thuis hoort en waardoor de Bond van Doven zich meer kan richten op de andere aspecten van haar taak.

Naar de kerken

Inmiddels groeide bij de kerken het besef, dat geestelijke verzorging van doven — en daarbij kan in één adem genoemd worden ook van verstandelijk gehandicapten — taak van de kerken is. Met veel waardering voor wat reeds uit nood werd opgezet benoemde de Hervormde synode een commissie voor de pastorale bearbeiding van doven, met een vrijgestelde predikant voor dit werk, evenals de synode van de Gereformeerde Kerken, die een soortgelijk deputaatschap instelde en eveneens een predikant vrijmaakte.

In 1966 diende op onze generale synode een instructie, die tot gevolg had dat een deputaatschap werd ingesteld, waarbij de synode niet alleen het oog had op doven, maar ook op andersoortige gehandicapten. Van de zijde van Hervormde en Gereformeerde deputaten werd met grote belangstelling naar versterking van de gelederen vanuit de Chr. Gereformeerde kring voor deze interkerkelijk georiënteerde en gespecialiseerde arbeid uitgezien.

In 1972 kon onzerzijds in ds. P. J. Madera een predikant met speciale opdracht voor dit werk onder doven worden vrijgesteld. In een akkoord van samenwerking, waaraan de generale sy-noden van de drie kerken hun goedkeuring gaven, kon het totale werkgebied met ongeveer 2400 over het gehele land verspreid wonende kerkelijke doven, in drie rayons worden verdeeld. Hierdoor heeft elke dovenpredikant met ca. 800 doven een „berijdbaar” gebied waarin hij werkzaam is voor het afleggen van bezoeken, bevestigen van huwelijken, bediening van sacramenten, leiden van begrafenissen, houden van catechisaties en bijbelkringen. Aan ds. Madern werd tevens de geestelijke verzorging van het eerdergenoemde bejaardentehuis „De Gelderhorst” te Ede opgedragen.

Interkerkelijke commissies

Naast het werk van deputaten en dovenpredikanten zijn er in de loop der jaren interkerkelijke commissies gevormd. Het is duidelijk dat deputaten wel kunnen coördineren, adviseren en informeren, maar plaatselijk zijn het de kerken, die daar het werk moeten doen. Zij dienen de verantwoordelijkheid en het organiseren van de plaatselijke dovendiensten van de Bond van Doven over te nemen voorzover dit nog niet is geschied. Gezien het feit, dat de plaatselijk samenkomende doven tot verschillende kerkelijke denominaties behoren en zich met elkaar één weten, is het gewenst dat de plaatselijke kerken in dit werk elkaar vinden. Plaatselijk dragen dan de samenwerkende kerken op nader te omschrijven wijze de verantwoordelijkheid voor de aangepaste diensten, huisbezoek en andere arbeid.

Het is de bedoeling dat de plaatselijke kerken in deze gedelegeerde vorm de geestelijke verzorging behartigen en daarvan ook de financiële lasten voor hun rekening nemen. Indien enigszins mogelijk werke elke kerkeraad, die daartoe geroepen wordt, mede en late dit niet over aan andere kerken. Ook niet als in de eigen gemeente geen gehandicapte leden zijn. Dit zelfde geldt ook voor te vormen interkerkelijke commissies voor de geestelijke verzorging van verstan-delijk gehandicapten. Er is altijd wel iemand te vinden die namens de kerkeraad kan zitting nemen en zich in dit noodzakelijke en mooie werk kan inwerken. Deputaten streven ernaar jaar-lijks een landelijke contactdag te beleggen met leden van interkerkelijke commissies zowel voor de geestelijke verzorging van doven als die voor de verstandelijk gehandicapten.

Verstandelijk gehandicapten

Over deze categorie is nog weinig gezegd. In vrijwel elke gemeente ontmoeten we hen, de zwakbegaafden, de debielen, de imbecielen. Hoe weinig staan we stil bij deze gemeenteleden en bij hun ouders met hun aparte zorgen en vragen. Durven wij met hen te spreken? Ik heb de indruk dat vraag 44b uit het reglement op de kerkvisitatie niet altijd serieus genomen wordt en men er overheen loopt of er geen raad mee weet, nl. wordt er voldoende aandacht besteed aan de geestelijke verzorging van de gehandicapten en hun ouders? Veel van wat wij bij de doven bespraken geldt ook hier. Dikwijls zijn het nog de ouderverenigingen, zoals de afdelingen van Philalelphia, die hun weg zoeken naar de geestelijke verzorging, catechisaties en bijzondere kerkdiensten voor hun pupillen, waarin getracht wordt op een eenvoudig, voor hen meer aansprekend niveau, het evangelie van onze Heiland te brengen. Ook hier onttrekke geen kerk zich aan haar verantwoordelijkheid, maar zoeke door samenwerking en samenspreking naar wegen die de pupillen helpen de weg te vinden naar Jezus. Zeker komen we dan vragen tegen, waarop we niet zomaar een antwoord weten, maar waarvoor we met anderen biddend een antwoord zoeken. Daarin is ook onze stem en inbreng belangrijk, ook al tellen wij onder onze gemeenteleden geen gehandicapte leden. Ditzelfde geldt bij de stichting van tehuizen, als we worden uitgenodigd op verantwoorde wijze zitting te nemen.

Hoe in tehuizen? We noemden ze reeds in het begin van ons artikel. Zij zijn nodig en gelukkig kunnen velen daarin een plaats vinden. Maar nu de geestelijke verzorging. Welke predikant of broeder brengt hier bezoeken of verdiept zich wat in deze materie om eenvoudige catechisatie te geven, hetzij op verzoek van het tehuis of van de interkerkelijke commissie? Wat treffen we soms een kinderlijk geloof aan. En belijdenis doen? Kan dat als zij hun liefde tot de Here Jezus openbaren en niet kunnen Ieren, of de belijdenisvragen niet begrijpen? Mogen wij hen de deelname aan het Heilig Avondmaal blijven onthouden? Kan de catecheet in de aangepaste catechisatie hen daarheen begeleiden?

Ziehier enkele vragen waar kerkeraden voor komen te staan en die niet zomaar afgedaan kunnen worden omdat zij buiten de normale regel vallen.

En hoe hebben onze jonge verplegenden te staan in de dagelijkse confrontatie met het driftleven en met religieuze vragen? Kunnen we hen en de ouders van pupillen als ambtsdragers of kerke-raden de weg wijzen? Op de contactdag, die deputaten in november 1975 hielden met werkers op het grondvlak, bleek hoezeer vele vragen leven. Misschien is er nog eens gelegenheid in deze kolommen wat dieper op één en ander in te gaan.

Wat wèl duidelijk is, er zijn weinig, te weinig arbeiders in dit speciale hoekje van de wijngaard des Heren. Een hoekje dat groter is dan wij zo in het dagelijkse kerkewerk vermoeden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.