+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Vervolg rede ontmoetingsdag te Zwolle

(2)

We hebben de vorige keer iets geschreven van hetgeen door ons gezegd is op de ontmoetingsdag te Zwolle.

Op het gesprokene zijn inmiddels, juist van jonge mensen, uit het Noorden en Midden des lands, enkele zeer gunstige reakties binnengekomen. Een jongen van 17 jaar wilde alleen maar schrijven dat hij het een „hele fijne dag” had gevonden en sprak er zijn grote spijt over uit, dat dergelijke klanken nu juist in zijn omgeving niet meer te beluisteren waren.

Een ander vroeg of het gesprokene niet in druk kon worden uitgegeven, want het had zijn hart geraakt. Wij zijn met deze reakties heel blij. Al stemt het ons tot droefheid te moeten vernemen, dat er zoveel jonge mensen zijn, die in streken wonen waar de waarheid niet meer helder en klaar overkomt. Dit is voor ons, als commissie een stimulans te meer, om op de ingeslagen weg voort te gaan, onder biddend opzien tot de Heere, dat Hij ons zwakke pogen zegenen wil.

Daar het gesprokene voor ditmaal niet in druk zal worden uitgegeven, willen we daarom maar voortgaan, om wat meer breedvoerig te verhalen, wat door ons zo ongeveer gezegd is.

Zoals jullie bekend is, had het onderwerp, dat door ons is behandeld, tot opschrift „Jeugd en Woord”. Al was het dan geen preek, we hebben het toch in drie punten behandeld. Namelijk:

Een van het Woord vervreemde jeugd.

Een onder het Woord opgroeiende jeugd.

Een door het Woord geleide jeugd.

Over A. hebben we de vorige keer iets geschreven. We willen het nu doen over B.: Een onder het Woord opgroeiende jeugd.

Hieronder verstaan we dan die jonge mensen, die voortkomen uit degelijke christelijke gezinnen, waar men nog naar het Woord van God zoekt te leven en de lijnen nog strak zoekt te houden.

Deze jonge mensen zijn natuurlijk van huis uit niet beter dan al diegenen, waar we de vorige keer iets over hebben geschreven. Als we dit zouden zeggen, dan zouden we uiteindelijk daardoor farizeërs gaan kweken. En daar hopen we voor bewaard te blijven. Geen eigengerechtige jonge mensen a.u.b. die, omdat ze trouw naar de kerk gaan en alles bijhouden wat nuttig en nodig is, nu uit de hoogte op anderen neerzien, met de gedachte: wij zijn heiliger, beter dan jullie.

Want al „doet” men beter dan miljoenen, die God en Zijn Woord de rug toekeren, men „is” daarom nog niet beter. Uiteindelijk zijn we allemaal van hetzelfde maaksel. We vallen allemaal onder het oordeel, dat over de mens gegeven wordt in Rom. 3. „… daar is niemand die goed doet, ook niet tot één toe..Jonge mensen bedenkt dat, en zoekt dat, onder biddend opzien tot de Heere, in te leven (niet uit te leven), voor het aangezicht des Heeren. Dat kan jullie voor hoogmoed bewaren. Want alle hoogmoed is de Heere een gruwel.

We willen ook niet zeggen, dat als men uit een degelijk christelijk gezin voortkomt, dat men daardoor voor af val bewaard wordt. Want de voorbeelden zijn er helaas maar al te veel, die van het tegendeel getuigen. Menig ouder-hart schreit, als het zien moet hoe hun jongen of hun meisje, ondanks alle waarschuwingen en liefdevolle vermaningen, toch de verkeerde kant op gaat.

Doch dat neemt niet weg, al moeten bovengenoemde dingen met droefheid gekonstateerd worden, dat het een voorrecht is, wanneer jonge mensen mogen opgroeien onder het Woord en de „zuivere” bediening daarvan.

De uitdrukking „zuivere bediening” van het Woord, moet wel even onderstreept worden. Want het getal van hen die zich „verbi divini minister” noemen en het Woord toch niet zuiver verkondigen, neemt met de dag toe.

Misschien vragen jullie: Waaraan we het weten of het Woord nog wel zuiver verkondigd wordt? Nu, dat kun je hieruit weten, n.l. of de drie stukken, die vlg. de Heid. Cat. gekend moeten worden, om welgetroost te kunnen leven en zalig te sterven, nog wel voluit in de prediking tot hun recht komen. Wanneer dat niet het geval is, dan wordt men in de prediking niet eerlijk behandeld.

Hier moeten ouderen en jongeren wel bizonder op him hoede zijn. Want men zegt natuurlijk dat men aan de belij denis vasthoudt. Die wil men onverkort, voor alle dingen gehandhaafd zien. Maar als het er in de praktijk op aan komt, dan wordt het met de inhoud van de belijdenis niet al te nauw genomen. Dat eerste stuk b.v. „de ellende”, moet wel gekend worden, maar daar moet je als jong mens toch niet al te zwaar aan tillen. Want dan wordt alle levensvreugde je daardoor ontnomen. Men zet dan tegelijkertijd de deur open voor allerhande vermaak. Je moet, aldus is de redenering, veel meer het accent leggen op „de verlossing”. Christus is voor de zondaren gestorven en dat moet je maar geloven. Dan word je blij, dan kun je leven, dan kun je zo ongeveer overal aan mee doen. We moeten echt dankbare mensen zijn. Dankbaar, dat we mogen voetballen, aan cultuur doen, de mode van de laatste dag mogen bijhouden enz. Je gevoelt, op deze manier is het in de wereld best uit te houden. Op deze lijn kom je met de wereld echt niet in konflikt. Waar is het eigenlijk ook nodig voor, aldus gaat men verder. Men moet de wereld niet afstoten, door dat „zware christendom”, maar je moet ze veeleer zien te lokken, door een „vrolijk christendom”. En „de wereld” zegt: die christenen van tegenwoordig zijn echt zo kwaad nog niet. Daar is best wat mee te beginnen. Daar kun je uiteindelijk alles mee doen. Ze zijn per slot van rekening „precies eender als wij”. En „de wereld” heeft nog gelijk ook.

Het komt dan in feite hierop neer, dat men in plaats van de wereld voor Christus gewonnen te hebben, zelf door de wereld overwonnen is. Men is met de belijdenis in de hand, een vriend der wereld. Terwijl het Woord zegt, dat hij, die een vriend der wereld is, een vijand van God genaamd wordt.

Ik hoop, beste vrienden, dat jullie er oog voor zullen hebben, dat „twee heren dienen” een onmogelijke zaak is. Men kan niet God en de wereld dienen.

Jullie geloven toch wel met mij, dat als men werkelijk het eerste stuk, „de ellende”, beleeft, waaruit de behoefte aan verlossing geboren wordt, dat men dan in de wereld en in de wereldse vermakelijkheden, het niet meer vinden kan? Want dan verkeert de ziel in nood. En die moet verlost worden. Dit is geen zaak van koude, rechtzinnige redenering, maar dit wordt bij Gods kinderen levende werkelijkheid. Het zijn dan zaken, die men „beleeft”.

Het „beleven” nu der dingen, (dat is nog iets anders dan alleen maar het belijden), dât is het punt, waar de prediking van velen mank gaat.

Het is daarom in dit verband een zeer bedenkelijk verschijnsel, dat er z.g.n. bezinningsgroepen in onze kerken de kop opsteken, die het broodnodig vinden dat er op vele punten eens verandering komt. De verplichting, dat elke zondag uit de Heid. Kat. gepreekt moet worden, wil men al zo uit de kerkorde geschrapt zien. Het resultaat zal zijn, als men er al ooit toe over zou gaan, waar God ons voor moge bewaren, dat dit „gulden boekske”, binnen niet al te lange tijd op dood spoor zal zijn gerangeerd.

Een preek van 25 min. is lang genoeg. Een kerkdienst moet beslist niet langer dan een uur duren (alles inbegrepen dan). We moeten een nieuwe liturgie hebben. De jeugd moet veel meer bij de dienst worden ingeschakeld enz. Maar de verkondiging van het Woord wordt door al die „aktiviteiten”, steeds meer op de achtergrond gedreven. Degenen, die nog voedsel voor hun ziel zoeken, klagen onder dit alles steen en been. Ze zijn als schapen op een dorre heide.

Daarom, ouderen en jongeren, geeft er acht op, onder welk een „bediening” je verkeert. Want middellijkerwijs kan het je behoud of je ondergang betekenen.

Waar het Woord recht gepredikt wordt, daar wordt men niet op droggronden opgebouwd, dat zijn gronden, die niet houdbaar zijn voor de eeuwigheid. B.v. dat men er met wat godsdienstigheid wel komen zal.

Degenen, die door de Geest Gods eerlijk zijn gemaakt, die willen dat niet ook. Die willen vóór alle dingen onverkort „de waarheid” horen, ook al veroordeelt deze hen. Ik heb ze wel gekend, die mij vertelden, dat ze met hun vuisten in de zakken onder de preek zaten, en die toch moesten zeggen, ik kan er niet onder vandaan blijven, omdat ik hoor, dat alles, wat u zegt, waar is. De waarheid maakt uiteindelijk alleen maar vrij.

Doch ik moet weer nodig gaan stoppen. Een volgende keer verder.

We hebben nog meer gezegd. Ontvang de hartelijke groeten van jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.