+ Meer informatie

Wandelen is een strijd op leven en dood

"Henoch dan wandelde met God." Genesis 5:24a

3 minuten leestijd

Wie heeft er zin in een wandeling met God? Henoch niet. Wandelen met God is echt een wonder. Henoch was een Adamskind. In Genesis 3 lezen we het bericht van de val. In die val had Henoch het contact met God verbroken. Henoch was een kind des toorns geworden. Maar de Heere God heeft vijandschap gezet tussen Henoch en het slangenzaad: de wereld die in het boze ligt. Henoch werd afgezonderd. Geheiligd in Christus. Vandaar dat Henoch wandelde met God. Wat een wonder als twee mensen elkaar lief krijgen en samen door het leven gaan. Als de liefde van twee kanten komt. Maar dit wonder is groter. In het genadeleven komt de liefde van een kant. Het is eenzijdige liefde van het begin tot het eind. Henoch wandelde met God. Wandelde: het lijkt wel alsof Henoch een makkelijk leven had. Maar bij nader inzien blijkt dat niet te kloppen. Het Hebreeuwse "wandelen" wordt juist vaak gebruikt om de omzwervingen van Gods volk aan te duiden. De kinderen Israëls "wandelden" door de woestijn. Dat was een strijd op leven en dood.

Henoch was een kruisdrager. Een vreemdeling hier beneên. Hij leefde tussen brutale, goddeloze en onverschillige mensen. Iedereen was tot alles in staat. De zonde was in. En God en Zijn dienst waren afgeschreven. Henoch zou bezweken zijn als hij niet had geloofd dat in dit leven zijn ziel Gods hulp en gunst genieten zou. Dat was Henochs enige troost. Dat was Christus in Henoch. Henoch had veel vijanden, maar de Heere had zijn rechterhand gevat. Dus wandelde hij niet alleen heilig maar ook veilig. Henoch wandelde met God. Er was geloofscontact met de hemel. De liefde Gods was in zijn hart uitgestort door de Heilige Geest. De HEERE kon met buiten hem en hij niet zonder Hem. Henoch mocht voordat Christus kwam om alle gerechtigheid te vervullen de vruchten plukken van Hem. Voor Henoch zou Christus wandelen in het midden der benauwdheid en in de angsten der hel. Mijn God, Mijn God! Losgelaten van de Vader opdat Hij de rechterhand zou vatten van Adamskinderen. Daarom wandelde Henoch met God.

Waar God heen ging, ging hij. Hij kleefde de Heere aan. Waar de Heere heengaat is een weg. 't Is wel een smalle weg. Een weg van duisternissen en diepten. Maar ook een weg met toekomst. Een weg die de verstandigen naar boven leidt. Die weg verbindt de levende Kerk van nu met Henoch. En aan een van zijn vrienden schreef Kohlbrugge op 30 juli 1836: „Al zijn wij niet allen even snugger, wij zijn toch allen even arm en hebben tezamen een God, de God aller vertroostingen Die zo rijk is in barmhartigheid over allen die de Heere aanroepen. Die Hem aanroepen met hun ganse hart in nood, in de bangigheid, in de donkerheid, in doodsgevaar, in de eenzaamheid, in een dor land, in de machteloosheid, in de desperatie, in de drek, in de modder, in de hitte der aanvechting. En onze God leeft en hoort en ons geschrei is voor Hem niet verborgen. En het vasthouden zonder handen beschaamt Hij niet!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.