+ Meer informatie

ZINGENDE BEJAARDEN

8 minuten leestijd

In de ambtelijke praktij kom je ze tegen, bejaarden die opgewekt en dankbaar getuigenis geven van wat God voor hen was in de tijd waarin zij nog volop deel hadden aan alle dingen van het leven en voor wie de Here God dezelfde blijkt te zijn in de teruggetrokkenheid van de levensavond.

Die opgewektheid en die dankbaarheid hangen bijna altijd samen met het karakter van de ouder wordende mens. Mensen met een opgeruimde instelling bij hun actieve leven stralen daarvan in de regel ook iewts uit in hun levensavond, in weerwil soms van allerlei klachten en beperkingen die de ouderdom meebrengt. Toen ik enige tijd geleden in één van de Haagse bejaardencentra een dagsluiting mocht verzorgen, kwam na afloop een mevrouw van 95 jaar op me toe met de opmerking: ”lieve broeder, ik ben grootgebracht met water uit de Lek (ze woonde in haar kinderjaren in Schoonhoven), ’k heb negen keer in het ziekenhuis gelegen, veel met m’n man en kinderen mee- en doorgemaakt, maar ik wil u wel zeggen dat de God van toen voor mij oo de God van nu is. Ik heb me nooit van Hem verlaten gevoeld”. Een opgeruimde ziel; maar dat niet alleen. Haar was de genade ten deel gevallen om het gelovige houvast dat ze aan de Here had toen zij nog in het volle en niet al te gemakkelijke leven stond, ook te ervaren in haar situatie van hoogbejaard zijn, ondanks de vermindering en het wegvallen van lichamelijke functies. Zulke mensen te mogen bezoeken en te luisteren naar hun getuigenissen over de genadige bijstand die zij in al de jaren van God mochten ondervinden, kan voor de ambtsdrager bezielend en bemoedigend zijn. In een tijd waarin over Godsverduistering wordt gesproken en geschreven, waarin druk wordt gediscussieerd over de vraag welk Godsbeeld we er vandaag op na moeten houden, kan luisteren naar ouderen die in al hun eenvoud verteilen over de vertrouwelijke omgang die de Here met hen heeft, voor eigen geestelijk leven van de ambtsdrager verrijkend zijn. Daarvan mag wel eens iets blijken als van de afgelegde bezoeken in de kerkeraadsvergadering verslag wordt gedaan.

Zich van mensen en van God vertaten voelen

Op zijn weg door de gemeente komt de ambtsdrager echter ook anders gestemde bejaarde broeders en zusters tegen. We kennen ze, die de lasten van de ouderdom maar moeilijk kunnen aanvaarden en daarover klacht op klacht laten horen; die grote moeite hebben met het feit dat ze het zelfstandig wonen moesten opgeven en met anderen samen, verzorgd, moeten gaan wonen; die terugzien op een leven waarin veel tegen zat en die zich bewust zijn dat de laatste fase van het leven, wat het aardse bestaan betreft, niets meer zal kunnen goedmaken. Broeders en zusters, die als het op het geestelijk leven aankomt doods en dof door hun dagen gaan; die op vragen of opmerkingen over de dingen van geloof en leven misschien wel bevestigend of ontkennend reageren, maar bij wie men voelt dat het allemaal niet meer zo goed tot hen doordringt. De zorgen, het verdriet en de teleurstelling over wat op de afgelegde levensweg aan moeite en verdriet werd ervaren, kunnen bij de ouder wordende mens iets van gelatenheid teweegbrengen en het zicht op wat men vroeger misschien wel heeft mogen zien, ontnemen. De vraag wie is God, hoe is God en hebben we werkelijk te doen met een God die alles regeert en leidt, tot de kleinste dingen van mijn kleine leven toe, is een vraag die niet alleen jongeren bezighoudt. Niet weinig ouderen hebben het met die vraag ook wel eens te kwaad; ouderen, die zich in hun situatie van teruggetrokkenheid uit het volle leven niet alleen van mensen, maar soms ook van God verlaten voelen, althans in hun hart niet (meer) met zoveel zekerheid gevoelen dat God hen onder miljoenen, in de kleine of wat grotere kamer in het bejaardenhuis, met alle beperkingen en lasten die de ouderdom meebrengt, in het oog heeft. En dat niets van wat hen aan goed en kwaad overkomt, God ontgaat.

Over het leven met God spreken

Gelukkig als men over deze dingen iets kwijt kan en kwijt wil aan de bezoekende ambtsdrager(s). Veel bezoeken aan en gesprekken met bejaarden blijven hangen in het aanhoren van de klachten over wat er was en nu gemist wordt, over wat men vroeger kon en nu moet nalaten, over ontbrekende voorzieningen waarop met smart wordt gewacht en over de geringe frequentie waarmee familie en gemeenteleden op bezoek komen. Niemand zal zeggen dat deze dingen onbelangrijk zijn. ’t Kan daarbij om heel wezenlijke dingen gaan, waaraan vanuit de diakonale verantwoordelijkheid die we binnen de gemeente van Christus voor elkaar hebben, iets kan worden gedaan waardoor de kwaliteit van het leven van de oudere kan verbeteren, in elk geval veraangenaamd en draaglijker wordt. Over het leven met God spreken met mensen die in de avond van hun leven zijn gekomen, is in veel gevallen niet gemakkelijk. Bij wie ouder wordt, verandert soms het zicht op de dingen van het leven; men kan harder worden of milder, geslotener of meer ogen, ruimhartiger of meer kritisch, al naar men zelf het volle leven waarin men stond heeft ervaren. Niet weinig ouderen raken in zichzelf gekeerd en spreken soms de vrees uit dat ze bij het ouder worden minder gevoelig zullen worden en niet meer de blijdschap in het geloof zullen ervaren waarvan in vroeger jaren sprake mocht zijn.

Nog onlangs was ik op bezoek bij een oude broeder van de gemeente waartoe ik behoor. De moeiten rond zijn gezondheid waren in zijn leven zó overheersend geworden, dat de dingen van het geloof, die in zijn leven door Gods genade een wezenlijke plaats hadden gekregen, sterk op de achtergrond waren geraakt. ”Hoe komt het toch”, was zijn vraag, ”dat ik nu niets of bijna niets voel van dat waaraan ik vroeger zoveel houvast had?”

Belemmerende factoren

In de levensavond wortdt niet altijd gezongen. Eris ook veel zwijgzaamheid, veel treurnis en ingezonkenheid, zelfs als men de Here God en zijn Christus in waarheid leerde kennen. Juist bij het ouder worden voelen we ons sterker aangewezen op de genadige bijstand van de Here God. Aan de omgang met God kunnen juist in de laatste fase van ons leven zoveel belemmerende factoren in de weg staan, de afbrokkelende gezondheid, het afnemende concentratievermogen, de zorg om kinderen en kleinkinderen en wat al niet meer.

Het volk van God uit de bijbeltijd was aan deze dingen ook niet vreemd. Sterk komt dat tot uitdrukking in psalm 71, een psalm waarin de dichter uitspreekt hoezeer hij bij het ouder worden zijn aangewezenheid op de genade van de Here God beseft. Als het op de levensomstandigheden aankomt leefde de dichter in een andere wereld dan de oudere mens van nu, maar wat de moeite van het ouder worden betreff, als het om druk van buitenaf en angst en onzekerheid van binnenuit gaat, blijkt de mens in zijn beleving van de dingen toen niet anders te zijn geweest dan de mens van onze tijd. Er spreekt uit deze psalm een diep verlangen om als ouder wordende mens toch vooral door God in het oog te worden gehouden en zich niet van Hem verlaten te voelen.

Een boekje over psalm 71

Als ambtsdrager met de bejaarde psalm 71 lezen en de bejaarden aanraden dat bij tijd en wijle ook zelf te doen, kan dan ook verrijkend en vertroostend zijn. Dat lezen kan heel gericht gebeuren, nu binnen onze kring een boekje is verschenen onder de titel ”Een lied in de levensavond”, met als subtitel ”meditatieve gedachten bij het ouder worden over psalm 71”. Het is geschreven door dr. W.H. Velema en uitgegeven bij uitgeverij J.J. Groen & Zoon in Leiden. Ik wens dit boekje in handen van alle ambtsdragers, ouderlingen zowel als diakenen en het zou binnen handbereik van alle bejaarden mogen liggen. Psalm 71 wordt er vers voor vers in besproken, verklarend en mediterend. Méér van het laatste dan van het eerste, maar ik denk dat daarmee het doel beter is gediend, namelijk de ouder wordende mens richtingwijzend, vertroostend en bemoedigend een handreiking doen in zijn roep om en verlangen naar Gods nabijheid in de levensavond. Het is mijn stellige overtuiging dat veel bejaarden zich in de inhoud van dit boekje zullen herkennen. De ambtsdrager, die het misschien wel eens moeilijk vindt om voor het gesprek over het leven met God (als dat er door genade mag zijn) bij bejaarden invalshoeken te vinden of naar woorden en gedachten zoekt, waarmee hij op opmerkingen van bejaarden kan ingaan, zal zich met kennis van de inhoud van dit boekje ongetwijfeld beter toegerust weten. In alle psalmen maar zeker ook in deze ligt heel veel opgestapeld waarover men met bejaarden van hart tot hart kan spreken. En de ervaring leert ons dat de inhoud van de psalmen, zelfs bij mentale achteruitgang in het leven van de oude mens, als geestelijk bezit het langst blijft functioneren. Dat wordt met dit boekje mede mogelijk gemaakt doordat de uitgever gekozen heeft voor een type letter en cijfers waarbij de loep achterwege kan blijven. Ik wil bij dit boekje geen kritische kanttekeningen maken en het alleen maar van harte aanbevelen. Het kost f 14,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.