+ Meer informatie

Uit de kerkelijke pers

9 minuten leestijd

In het "Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland" schrijft ds. A. D. Muilwijk uit Dordrecht in de rubriek "Trefwoorden" over het woord "baar". Hij gaat daarbij in op de wijze waarop mensen (al dan niet) ten grave gedragen worden.

„Als we willen proberen iets over het woord "baar" te schrijven, dan doen wij dit in de zin van "doodsbaar" en dus niet zoals het in Gods Woord ook voorkomt in de betekenis van de baren der zee.

In de zin van doodsbaar komen wij het slechts tweemaal in de Heilige Schrift tegen, namelijk in 2 Sam. 3:31 en Lukas 7:14. Uit genoemde Schriftuurplaatsen blijkt ons duidelijk dat men oudtijds gewoon was de doden op een baar grafwaarts te dragen. Het woord "mitach", wat in 2 Sam. 3:31 in de grondtaal gebruikt is, is door onze overzetters vertaald in "baar", maar het betekent doorgaans bed. Hieruit maken sommige verklaarders op, dat men de gestorvene op een beddeke, op een baar legde. De overledene was dan slechts in zijn doodskleed gewonden en werd zo op de baar gelegd en was dus niet, zoals wij gewoon zijn, in een doodskist besloten.
(...)

Er zijn twee andere aspecten waar ik op zou willen wijzen. Het eerste is dat men dus gewoon was de doden in een doodskleed te winden. Ook onder ons was het oudtijds de gewoonte de doden een doodskleed of doodshemd aan te doen, wat men tijdens zijn leven al in de kast klaar had liggen. Maar meer en meer zien wij dat men de overledene in zijn normale kleding aflegt of bij ambtsdragers zelfs wel in hun ambtsgewaad.

Nu wil ik daar geen ernstige kritiek op uitoefenen, maar zou dit ook niet voortvloeien uit het feit dat we de ernst van de dood zoveel mogelijk weg willen nemen? We lezen in Numeri 20:26 dat de Heere aan Mozes de opdracht gaf om Aäron voor zijn dood zijn klederen uit te trekken en ze Eleazar, zijn zoon, aan te doen. Het tweede waar ik op wil wijzen, is, dat we duidelijk lezen, dat de doden grafwaarts werden 'gedragen". En nu begrijp ik best dat dit gezien de grote afstand die men vaak af moet leggen om op de begraafplaats te komen, bij ons niet mogelijk is. Maar het heeft altijd op z'n zachtst gezegd wel mijn bevreemding opgewekt als ik zie, dat men zelfs het laatste stukje op de begraafplaats de dode niet meer draagt, maar op een gereedstaand wagentje grafwaarts rijdt. Zelfs het laatste gedeelte dat de dode af moet leggen om in de groeve der vertering te komen, gaat nog machinaal. Ik vraag me af: Spreekt uit dit alles niet een tendens dat alles wat met de dood te maken heeft maar zo gemakkelijk mogelijk opgelost moet worden?

Nu maak ik van alles echt geen "halszaken" maar als ik er dan nog bijvoeg dat men soms muziek/orgelspel bij de begrafenis wil horen, dat men de kist niet wil laten zakken voor de ogen van de omstanders en dat men vaak in goddeloze wereldse kledij de begrafenis bijwoont, dan kunnen wij toch niet ontkennen dat de eerbied voor de dood steeds meer wijkende is.

Vaak zijn begrafenissen familiereünies waarop men elkander soms na jaren weer eens ziet en dan is het vaak een gezoen en gelach van jewelste. Maar voor de ernst van de dood en de daaropvolgende eeuwigheid is geen plaats meer. Als we daar in de rouwdienst nog op trachten te wijzen, is het gespot vaak niet van de lucht. U mag best van mij weten dat ik soms (gelukkig niet altijd) een zucht van opluchting slaak als alles weer achter de rug is.

Nu kan men mij verwijten dat wij dit alles met liefde en medelijden zouden moeten verdragen (en aan zulke 'raadgevers' ontbreekt het over het algemeen niet), maar men vergeet dan wel dat wij ook maar mensen zijn die de liefde tot onze medemens ook niet voor het grijpen hebben en bovendien is er ook voor een liefdevol vermanend woord schier geen plaats meer. Zelfs burgerlijk fatsoen wordt steeds spaarzamerlijker gevonden.

En het is droevig om het te moeten zeggen, maar de meeste vijandschap wordt vaak ondervonden van hen die nog onder de Waarheid zijn opgevoed, en er op latere leeftijd de brui aan hebben gegeven. Dezulken weten op de bodem van hun hart wel beter maar om zichzelf in hun lichtzinnige levensopenbaring te stijven, probeert men ons bespottelijk te maken. Alhoewel ik mijzelf altijd tot het uiterste tracht te beheersen om het geheel nog enigszins stichtelijk te laten verlopen, zo heb ik toch al menige keer bezoekers tot de orde moeten roepen, omdat hun gedrag werkelijk alle fatsoensnormen te buiten ging.

Eigenlijk is een ieder onzer verplicht om tijdens zijn leven ook dienaangaande zijn laatste wilsbeschikking op papier te zetten, zodat de nabestaanden weten waar zij zich aan te houden hebben".

Voorzitter H. H. Blok van "Het Zoeklicht" („gewijd aan het onderzoek der Schriften en het letten op de tekenen der tijden") voelde zich aangesproken door een artikel in het RD over Jan van Leiden, van de hand van drs. K. Exalto. H. H. Blok vindt dat geen recht gedaan is aan de "echte chiliasten" en voegt drs. Exalto de woorden uit Handelingen 26:24 toe, maar wel in de NBG-vertaling „want de Statenvertaling is dan wel erg cru".

„Jan van Leiden, de zesttiende-eeuwse avonturier met zijn psychopatische aspiraties, wordt nogal eens, als een aftands paard, van stal gehaald, als het over "wederdopers" gaat. Daaruit moet dan schijnbaar blijken, in welk gezelschap zij thuis horen, die naar eer en geweten menen dat de Bijbel leert, dat de Heilige Doop bediend moet worden aan personen, nadat zij, langs de weg van bekering en wedergeboorte, tot persoonlijk geloof in de Here Jezus Christus zijn gekomen.

Namen van grote Godsmannen, als Menno Simons, Spurgeon, Moody en zeer vele anderen ziet men dan opzettelijk voorbij. Wij achten dit niet eeriijk. In een artikel dat drs. K. Exalto schrijft in het Reformatorisch Dagblad van 19 juli 1991, heeft deze brave bonder nog een onsympathieke aanduiding voor deze Jan van Leiden te berde gebracht. Jan van Leiden wordt door hem nu ook een „chiliast" genoemd. En dat nog wel in een 48-punts kopregel. Jawel!

Maar dat is een nare vergissing! Wij weten, dat eerder „het hoogst gebergt uit hare stee verzet wordt in het hart der zee" dan drs. K. Exalto van inzicht te doen veranderen. Nochtans willen we op deze ergerlijke vergissing wijzen.

De naam "chiliasten" belieft men te geven aan christenen die gelovig aanvaarden hetgeen Gods Woord zegt, over een periode van duizend jaren. Deze tijd zal aanbreken als de Here Jezus op aard» wedergekomen zal zijn, zoals onder andere de profeet Zacharia in hoofdstuk 14 ons belooft. Dan zal de satan gebonden worden, zodat hij de volken niet meer zal kunnen verleiden. Openbaring 20 schrijft over deze gezegende tijd.

Dan zal van Sion de Wet uitgaan en des Heren Woord uit Jeruzalem. Jesaja 2 vers 3 en verder. In die tijd zal de aarde vol zijn van de kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. Jesaja 11 vers 1-10 en verder. Wel, christenen die geloven dat wij het heilig Woord van God gelovig mogen aanvaarden, en deze door de Here Zelf beloofde tijd gelovig verwachten, worden vaak smalend "chiliasten" genoemd. Wij achten dit een sectarische aanduiding van christenen die bijbelgetrouw willen zijn, en zich niet het recht aanmatigen aan kostbare bijbelse beloften een eigenmachtige uitleg te geven.

De meest onmogelijke uitleg van deze bijbelse belofte is wel, dat geleerd wordt, dat deze heerlijke tijd, waarin de satan gebonden zal zijn, NU reeds aangebroken zou zijn. Er zijn ook in onze dagen christenen die het Woord van God niet letterlijk (lees: niet serieus) nemen als het Woord spreekt over het komende Vrederijk. Omdat schijnbaar dit wonder te groot is in hun ogen, hebben meerderen allerlei bedenksels gezocht. Er zijn er, die zeggen dat dit Vrederijk reeds begonnen is, toen Christus ten hemel voer. Anderen zeggen dat het begonnen is toen de Romeinse keizer Constantijn zei

In "Rechte Sporen", het vrijgemaakte maandblad van de Bond voor Gereformeerde Jeugdorganisaties, staat een artikel van ds. F. J. Bijzet uit Rietfontein over Zuid-Afrika. Hij gaat in op het oude systeem van apartheid en besluit met de opmerking dat bidden beter is dan kritiek hebben. Enkele passages nemen we over.

„O ja, er zijn nog altijd resten van het Apartheidsstelsel. Je loopt oolc meer dan eens tegen een gecamoufleerde Apartheid op. Bij voorbeeld: Ons zwembad werd wel opengesteld voor ook niet-blanken. Maar op dat zelfde moment ging de prijs van een zwemkaartje ook met meer dan honderd procent omhoog! En het zwarte bevolkingsdeel verdient nog altijd veel en veel minder dan de blanken, dus...

Een ander voorbeeld: wij wandelden graag 's zondags in de botanische tuin van Pretoria, een prachtig park vol exotische planten. Toen we na het verdwijnen van de bordjes "Slegs blankes" daar weer eens op een zondagmiddag naar toe reden, bleken we opeens entree-geld te moeten betalen. Dat zal een 'zwarte' niet gauw doen voor een wandeling in een tuin, dus... Wij hebben het ook niet gedaan en zijn teleurgesteld weer naar huis gereden.

Er is een natuurlijke apartheid. Niemand kan dat ontkennen. De grote fout die in Zuid-Afrika gemaakt is, was alleen 'dat die apartheid tot in het gekke doorgevoerd werd en tot een ijzeren wet gemaakt. Door een kleine blanke minderheid. Maar ik denk dat het net zo'n grote fout is, wanneer je in het tegenovergestelde vervalt. Wanneer je nu opeens doet alsof er helemaal geen verschillen tussen de diverse volken in Zuid-Afrika bestaan. Ja wanneer je nu de gelijkheid tot in het gekke gaat doorvoeren en tot een ijzeren wet maakt.

Geen volk heeft het recht zich meer dan anderen te voelen. Geen mens mag zich alleen vanwege z'n huidskleur boven een ander verheven achten en die nader de wet willen voorschrijven. En er is iets goed fout met jou, als jij niet naast iemand in de trein wik zitten, alleen omdat die ander een andere huidskleur heeft!

Maar een regering mag wel rekening houden met de eigensoortigheid van de verschillende volkeren die in zijn éne land bij elkaar wonen. Je hoeft als mens de verschillen in taal, cultuur, beleving tussen jou en je buurman met een heel andere achtergrond niet te vergeten. Je kunt dat niet eens! Ik hoop dat mijn artikeltje je een beetje geholpen heeft om de situatie in Zuid-Afrika -vandaag mijn thuisland!- beter, in elk geval eerlijk te kunnen beoordelen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.