+ Meer informatie

EEN WERELD VAN STEEN

4 minuten leestijd

De piepkleine Aran-eilanden (Innishmore, Inishmaan en Inisheer), een uur varen uit de Ierse kust van de baai van Galway, worden in het hoogseizoen letterlijk overstroomd met vakantieavonturiers. Te voet of met gehuurde mountainbikes zwerven ze over de nagenoeg boomloze rotseilandjes en beklimmen ze de enorme mysterieuze voor-christelijke forten die historici nog immer voor raadsels stellen.

Er is de laatste tijd heel wat veranderd voor de 1500 eilandbewoners. De oudere generatie herinnert zich het harde, armoedige leven van vroeger nog goed. Zij verwelkomen de toeristenstroom maar al te graag. „Ze brengen geld mee", mompelt de 68-jarige weduwnaar Ken Dirrane. Hij is de eerste in een hele serie Dirranes die ik nog zal tegenkomen. Elke dag bij het vallen van de avond wandelt de gepensioneerde visser van zijn (nog met stro bedekte) huisje naar de rotskust en kijkt hij zwijgend een tijdje uit over de grijze golven van de Atlantische Oceaan. Zoals de meeste dorpelingen ging hij al als jongen van tien mee uit vissen. In een currach, een met canvas beklede kanoachtige boot, bevocht hij menige storm. Vooral om kreeften te vangen, maar soms ook om met harpoenen haaien te bejagen, die lampolie leverden voor de lange winters. Andere dorpelingen zwoegden op rotsige akkertjes voor een mager bestaan. De kale kalkstenen oppervlakte dwong hen tot een wel zeer sobere levenstijl. De door de erosie als gevolg van regenwater ingesneden laag kan geen aarde of vocht vasthouden, noch enige beschutting bieden voor plantengroei. Door zeewier als mest te vermengen met uit rotsspleten bijeengeschraapte beetjes aarde hebben de opeenvolgende generaties veldjes weten te scheppen. Deze 'zelfgemaakte' aarde was kostbaarder dan wat ook.

Muren
Zoals de mysterieuze fortbouwers lang vóór hen gebruikten de eilandbewoners de onuitputtelijke steenvoorraad. Van de stenen die ze van de percelen en perceeltjes raapten, bouwden ze muren, die de gewassen enige bescherming moesten bieden tegen de oceaanwind en de dunne laag aarde moesten helpen vasthouden. Door de eeuwen heen heeft deze moeizame arbeid geresulteerd in honderden kilometers muur. De stenen liggen los op elkaar gestapeld, er is geen cement gebruikt. Vandaag de dag nog worden de bij elkaar meer dan 11.000 kilometer lange muren nog steeds uitgebouwd met het onuitputtelijke kalksteen, dat vrij gemakkelijk te bewerken is.
De gigantische forten op de heuveltoppen van het hoofdeiland Innishmore, op dezelfde manier gebouwd, zonder cement of zelfs modder, dateren mogelijk uit de 8e eeuw voor Christus, maar waarschijnlijk uit de eerste of tweede eeuw voor het begin van onze jaartelling. Dun Aengus, de meest spectaculaire, niet alleen vanwege zijn enorme grootte maar ook vanwege de ligging aan de rand van een duizelingwekkende klif, werd in de Middeleeuwen nog steeds gebruikt. Het bestaat uit vier concentrische muren, die enkele honderden meters lager eindigen in de woeste oceaangolven.

Ierse cultuur
Het stormachtige, woeste landschap zal Enda, een van lerlands eerste "heiligen", zeker hebben aangesproken. Na tijdens zijn studie in Engeland kennisgemaakt te hebben met het kloosterleven zette hij, tegen het einde van de vijfde eeuw, een kloostergemeenschap op in Killeany, wat letterlijk "Kerk van Enda" betekent. Deze was de eerste van het land. Enda's religieuze streven trok in de navolgende jaren veel aandacht onder zijn landgenoten. Honderden volgelingen trokken naar het eiland om er een leven van gebed en werk te leiden. Eeuwenlang zou het Araneiland het "Eiland van de Heiligen" genoemd worden. Hier liggen de wortels van de Ierse cultuur. De slechts 47 vierkante kilometers aan kale rotsen zijn letterlijk bezaaid met fragmenten van bewerkte stenen. Talloze zogenoemde "Hoge Kruizen" steken aftegen de donkere, plechtige lucht, en er staan nog vele ruïnes van oude stenen kapellen en kerken. Je kunt nog zien hoe elk klooster een groep kapellen om zich heen had, waar de monniken konden bidden. Ze woonden er dicht bij in hutten of cellen, gevormd als bijenkorven en "clochans" genoemd. Ook deze werden gemaakt van op elkaar gestapelde stenen. Het kloosterleven bleef hier bloeien tot vijfhonderd jaar na Enda's dood. In de Ierse geschiedenis wordt deze periode als 's lands Gouden Eeuw aangeduid. In de 11e eeuw kreeg de kloostergemeenschap een reeks van rampen te verwerken. Een keer werd het door brand bijna helemaal verwoest. En twee keer kregen de kloosterlingen ongewenst bezoek van Vikingen. De kloosters bleven nog bestaan tot in de 16e eeuw, maar hun hoogtijdagen waren voorbij. Twee kleine kerkjes, Teaghlach Einne en Teampall Bheanain, een stuk van een ronde toren en fragmenten van een stenen kruis zijn alles wat er nog over is van Enda's eerste klooster.

Uitkering
Op het westelijke rotsstrand ontmoet ik John, die mosselen aan het verzamelen is. Hij leeft van een uitkering, „zoals de meesten hier." En verdient er zo een zakcentje bij. Afgezien van werk in de toeristenbranche is er geen enkel vooruitzicht voor de plaatselijke werklozen. Ze werken vaak nog wel als vissers en boeren, maar het is eigenlijk niet meer dan schijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.